Digitale identiteit komt eraan: informaticus waarschuwt voor de gevolgen

De Europese digitale identiteit komt eraan. Vanaf eind 2026 moeten alle EU-landen een digitale identiteitswallet aanbieden. Dat is een app op de telefoon waarin burgers officiële gegevens kunnen bewaren en delen. Denk aan naam, leeftijd, diploma's en later ook een digitaal rijbewijs. Informaticus Michel Portier ziet voordelen, maar waarschuwt tegenover NieuwRechts vooral voor wat er achter die app wordt gebouwd. Als steeds meer overheden en bedrijven op hetzelfde systeem aansluiten, kan volgens hem gemakkelijker worden bepaald welke informatie iemand eerst moet laten zien voordat hij toegang krijgt. "Je mag het ook wel een machtsmiddel noemen."
Portier ontkent niet dat de technologie achter de digitale identiteit indrukwekkend is op technologisch vlak. Integendeel. Als informaticus noemt hij de techniek achter de wallet juist indrukwekkend. Burgers hoeven straks bijvoorbeeld niet altijd een volledig identiteitsbewijs te tonen. Een website kan alleen te zien krijgen dat iemand ouder is dan achttien, zonder naam of geboortedatum te ontvangen. Dat kan privacyvriendelijker zijn dan het opsturen van een kopie van een paspoort.
Zijn fundamentele zorg zit ergens anders. Dezelfde techniek maakt het ook eenvoudig om voorwaarden aan toegang te koppelen. Een overheid kan bijvoorbeeld wettelijk bepalen dat iemand eerst zijn leeftijd, rijbevoegdheid of een ander officieel gegeven moet aantonen. Vervolgens kan software automatisch controleren of iemand aan die voorwaarde voldoet. Volgens Portier verandert daarmee niet alleen de manier waarop burgers zich identificeren. Ook de manier waarop regels kunnen worden gehandhaafd verandert.
Wat is die digitale identiteit precies?
De Europese wallet kan het beste worden gezien als een digitale portemonnee met officiële documenten. Een gewoon DigiD is vooral een manier om online te bewijzen wie iemand is. De nieuwe wallet gaat verder. Daarin kunnen ook gegevens worden opgeslagen die door officiële instanties zijn bevestigd.
"Een wallet is iets waar je informatie in kunt stoppen waarvan een andere partij heeft bevestigd dat die klopt", legt Portier uit. "Bijvoorbeeld je identiteitsbewijs. De overheid heeft dat afgegeven. Met cryptografische technieken kun je vervolgens aantonen dat je bijvoorbeeld echt die leeftijd hebt of daadwerkelijk een rijbewijs bezit."
Een praktisch voorbeeld: een café, website of andere dienst moet weten of iemand achttien jaar is. Nu kan daarvoor soms een identiteitsbewijs nodig zijn. Met de wallet kan in theorie alleen het antwoord worden gedeeld: deze persoon is ouder dan achttien. De andere partij hoeft dan niet ook naam, adres en exacte geboortedatum te zien.
Volgens de Europese regels moet het gebruik van de wallet voor burgers vrijwillig blijven. Ook moeten gebruikers zelf kunnen zien welke gegevens zij delen. Voor Portier is dat echter niet het einde van de discussie.
Eerst bewijzen, dan pas verder
Zijn belangrijkste bezwaar gaat over wat er kan gebeuren wanneer steeds meer diensten zo'n digitaal bewijs gaan vragen. Portier spreekt over digitale "poortjes". Voordat iemand iets kan doen, moet hij dan eerst digitaal aantonen dat hij aan een bepaalde voorwaarde voldoet.
Dat gebeurt nu ook al in eenvoudige vorm. Wie online sterke drank bestelt, moet zijn leeftijd aantonen. Wie een auto bestuurt, moet een geldig rijbewijs hebben. Het verschil zit volgens Portier in de automatische controle.
Nu kan iemand een regel overtreden en later worden gecontroleerd. Met digitale systemen kan een handeling in theorie al vooraf onmogelijk worden gemaakt. "Fundamenteel verandert dit omdat je dan niet verder kunt", zegt hij. "Vooraf wordt gecontroleerd of iets mag, terwijl traditioneel veel handhaving achteraf plaatsvindt."
Daarmee bedoelt Portier niet dat de Europese Unie nu van plan is om allerlei dagelijkse handelingen automatisch te blokkeren. Zijn punt is dat de techniek die mogelijkheid wel eenvoudiger maakt.
Dat onderscheid is belangrijk. Een overheid kan sneller nieuwe voorwaarden toevoegen
Portier ziet juist daarin het grootste machtsvraagstuk.
Zodra een groot aantal organisaties op dezelfde digitale infrastructuur is aangesloten, hoeft voor een nieuwe controle niet telkens een volledig nieuw systeem te worden gebouwd. Een overheid kan een nieuwe wettelijke verplichting invoeren en diensten verplichten om een bepaald digitaal bewijs te controleren.
"Je creëert een infrastructuur waarin een overheid bij een ramp of crisis kan zeggen: nu programmeren we dit erin", zegt Portier. "En de gevolgen daarvan voelen wij vervolgens direct in het echte leven."
Hij gebruikt het coronatoegangsbewijs als voorbeeld om uit te leggen wat hij bedoelt. Tijdens de coronaperiode moesten voor bepaalde locaties QR-codes worden gecontroleerd. Daarvoor was destijds een apart systeem nodig. De regels moesten worden opgesteld, apps moesten worden ontwikkeld en organisaties moesten leren ermee te werken.
Portiers redenering is dat een brede digitale identiteitsinfrastructuur zo'n technische basis straks al klaarzet. Dat betekent niet dat een toekomstige overheid automatisch dingen zoals vaccinatiegegevens gaat koppelen aan de Europese wallet. Daarvoor bestaan nu geen plannen. Portier gebruikt het voorbeeld wel om te laten zien hoe snel een bestaand digitaal systeem voor een nieuwe voorwaarde zou kunnen worden ingezet.
"Een asymmetrie tussen overheid en burger"
Portier noemt die verhouding asymmetrisch. Daarmee bedoelt hij dat één partij relatief gemakkelijk een digitale regel kan toevoegen, terwijl miljoenen burgers daar meteen mee te maken krijgen.
"De overheid kan heel makkelijk iets voor ons programmeren en wij dragen vervolgens direct in het echte leven de gevolgen", zegt hij. Een eenvoudig voorbeeld maakt zijn bezwaar duidelijk.
Stel dat de wet bepaalt dat iemand een bepaald bewijs moet tonen voordat hij toegang krijgt tot een dienst. Zodra dat technisch in het systeem is verwerkt, krijgt de burger bij onvoldoende of verkeerde informatie simpelweg geen toegang.
Er hoeft dan niet eerst iemand naar de situatie te kijken. Dat is precies waarom Portier het woord "machtsmiddel" gebruikt. "Je bepaalt als burger niet zelf welke officiële gegevens geldig zijn of welke informatie een instantie wettelijk van je mag vragen. Daarmee geef je een stukje macht, controle of gezag uit handen."
Het digitale rijbewijs laat het verschil zien
Het toekomstige digitale rijbewijs gebruikt Portier als concreet voorbeeld. De Europese Unie heeft besloten dat burgers een digitaal rijbewijs moeten kunnen gebruiken. Dat wordt gekoppeld aan de Europese identiteitswallet. Een fysiek rijbewijs blijft voorlopig beschikbaar.
Tot zover ziet Portier vooral gemak. Een burger hoeft niet altijd een apart plastic pasje mee te nemen. Maar digitale gegevens kunnen in theorie ook aan andere systemen worden gekoppeld.
Portier schetst daarom een bewust hypothetisch scenario: een auto die controleert of de bestuurder een geldig digitaal rijbewijs bezit en alleen dan start. Hij benadrukt nadrukkelijk dat zo'n systeem niet is aangekondigd. "Er is helemaal geen sprake van dat dit komt. Ik heb dat nog nergens gelezen", zegt hij.
Het voorbeeld moet volgens hem vooral duidelijk maken wat digitalisering verandert. Nu is rijden zonder rijbewijs verboden. Een bestuurder kan toch in een auto stappen, waarna politie of justitie eventueel achteraf optreedt. In zijn hypothetische digitale scenario kan de auto helemaal niet starten.
Dat klinkt misschien logisch. Iemand zonder rijbewijs hoort immers niet te rijden. Toch wijst Portier op uitzonderingen. "Wat gebeurt er als de telefoon leeg is? Wat als de registratie niet klopt? Wat als iemand op eigen terrein een auto moet verplaatsen? Of als zich een noodsituatie voordoet?" Een mens kan naar omstandigheden kijken. Een digitaal systeem werkt veel vaker met twee mogelijkheden: toegestaan of niet toegestaan.
Als de computer nee zegt
Juist daar vreest Portier dat de menselijke maat verloren kan gaan. "Wanneer 'de computer nee zegt'', is de context eigenlijk volledig weggehaald", zegt hij. "Het worden hele binaire toegangspoortjes."
Zijn punt is eenvoudig. Regels worden normaal gesproken toegepast op de werkelijkheid, maar de werkelijkheid kent uitzonderingen. Een politieagent, arts of ambtenaar kan aanvullende informatie horen en een situatie opnieuw beoordelen. Een computersysteem ziet in eerste instantie alleen de gegevens waarop het is geprogrammeerd.
Dat probleem bestaat nu al bij veel digitale overheidsprocessen. "Een fout in een registratie kan betekenen dat een burger zelf moet bewijzen dat de administratie niet klopt." Portier vreest dat dit belangrijker wordt wanneer steeds meer toegangsbeslissingen automatisch uit officiële gegevens volgen.
Wat als de informatie fout is?
Een digitaal bewijs kan technisch volledig betrouwbaar zijn en inhoudelijk toch verkeerd zijn. Dat klinkt tegenstrijdig, maar is volgens Portier essentieel.
Cryptografie kan bijvoorbeeld aantonen dat een medisch gegeven daadwerkelijk afkomstig is van een ziekenhuis. Maar als het ziekenhuis een oud of verkeerd gegeven heeft ingevoerd, blijft dat gegeven inhoudelijk fout.
Portier noemt een voorbeeld uit de zorg. Een patiënt kan met een arts hebben afgesproken minder van een bepaald medicijn te gebruiken, terwijl in het systeem nog een oud recept staat. "Dan lopen we het risico dat wat over ons geadministreerd staat meer als waarheid wordt gezien dan wat wij zelf zeggen", zegt hij. Dat probleem wordt groter als toegang direct afhankelijk is van die informatie.
Staat een rijbewijs ten onrechte als verlopen geregistreerd? Dan moet eerst die registratie worden hersteld. De gebruiker kan officiële gegevens in zijn wallet niet zomaar zelf aanpassen. Dat is nodig om fraude te voorkomen, maar maakt burgers ook afhankelijk van de organisatie die de brongegevens beheert.
Portier ziet gemak én gevaar
Portier ontkent niet dat de wallet veel praktische voordelen kan hebben. "Ik ben informaticus. Ik ben dol op techniek", zegt hij. "Vanuit technisch perspectief zit die hele wallet en digitale identiteit echt best wel knap in elkaar."
Een identiteitsbewijs hoeft minder vaak te worden gekopieerd. Burgers kunnen minder gegevens prijsgeven. Administratieve processen kunnen sneller verlopen. Maar gemak is volgens hem niet gratis. "Als je uitzoomt en meer vanuit maatschappelijk en filosofisch perspectief kijkt, zijn we steeds meer vrijheid en autonomie aan het inleveren voor veiligheid en gemak."
Hij bedoelt daarmee niet dat ieder digitaal systeem automatisch vrijheid afneemt. Zijn punt is dat burgers volgens hem te vaak alleen de directe voordelen zien. Een pasje wordt een app. Een formulier wordt één druk op de knop. Een medewerker wordt een automatische controle. Iedere afzonderlijke stap kan klein lijken. Portier wil juist dat vooraf wordt besproken wat al die stappen samen betekenen.
De wallet is vrijwillig, maar hoe werkt dat straks in de praktijk?
De Europese regels bepalen dat burgers niet verplicht mogen worden om de digitale wallet te gebruiken. Wie geen wallet wil, moet in beginsel andere mogelijkheden houden. "Tegelijk moeten veel overheden en bepaalde bedrijven het systeem straks wel kunnen accepteren." Daar ziet Portier een praktisch spanningsveld.
Stel dat inloggen met de wallet vijf seconden duurt, terwijl een alternatief vraagt om een paspoortscan, een aparte controle of een bezoek aan een loket. Dan blijft de wallet juridisch vrijwillig, maar wordt het andere pad minder aantrekkelijk. "Als alle andere manieren om je te identificeren minder privacyvriendelijk of problematischer worden, kun je je afvragen hoe vrijwillig het eigenlijk is", zegt hij.
Leeftijdscontrole op internet is daarvan volgens hem een goed voorbeeld. Een website kan vragen om een kopie van een identiteitsbewijs. Dat geeft veel persoonsgegevens prijs. Een wallet kan alleen doorgeven dat iemand bijvoorbeeld ouder dan zestien of achttien is. "Vanuit privacyoogpunt kan de wallet dan duidelijk aantrekkelijker zijn." Maar juist doordat het zo eenvoudig wordt, kan leeftijdscontrole ook op veel meer plekken worden toegepast. Voor Portier zijn die twee kanten niet van elkaar los te zien.
"Hij komt gewoon"
Over de invoering zelf bestaat inmiddels weinig onzekerheid. "Hij komt gewoon. Het is niet tegen te houden", zegt Portier. Daarbij is één nuance belangrijk. De Europese Unie verplicht lidstaten om de wallet beschikbaar te stellen. Burgers worden niet verplicht om hem te installeren. Overheden worden wel verplicht om hem aan te bieden.
Zijn grotere zorg begint pas daarna. Nieuwe technologie wordt volgens hem zelden voor altijd uitsluitend gebruikt voor het oorspronkelijke doel. Er ontstaan nieuwe toepassingen. Politieke omstandigheden veranderen. "Een volgende regering kan andere belangen hebben dan de regering die het systeem invoerde."
In de beleidswereld wordt dat vaak 'function creep' genoemd: een systeem krijgt gaandeweg functies waarvoor het oorspronkelijk niet was ontworpen. Portier zegt niet te weten welke nieuwe toepassingen er zullen komen. Dat is precies zijn punt.
Niet de app, maar de macht erachter
Daarmee draait zijn waarschuwing uiteindelijk niet om één digitale portemonnee op een telefoon. Het gaat om de infrastructuur daarachter. Als identiteitsgegevens, leeftijden, vergunningen, diploma's en rijbewijzen digitaal controleerbaar worden, ontstaan nieuwe mogelijkheden om regels automatisch af te dwingen.
Sommige daarvan kunnen burgers juist helpen. Een leeftijdscontrole kan privacyvriendelijker. Fraude kan moeilijker worden. Administratie kan sneller. Maar dezelfde technische mogelijkheid kan volgens Portier ook worden gebruikt om vooraf te bepalen wie wel en niet verder mag. Daarom wil hij de discussie voeren voordat zulke toepassingen normaal worden. "Als die wallet vrijwillig is, dan moet hij ook echt vrijwillig zijn", zegt hij.
Zijn belangrijkste boodschap is daarmee concreter dan een algemene waarschuwing tegen digitalisering. Portier vraagt wie straks bepaalt welk digitaal bewijs nodig is, wat er gebeurt als informatie niet klopt en hoeveel ruimte er overblijft voor uitzonderingen.
De techniek zelf is volgens hem niet het probleem. Het probleem ontstaat wanneer de techniek zonder voldoende discussie verandert in een toegangspoort tot het dagelijks leven. "Je geeft een stukje macht, controle of gezag uit handen", zegt Portier. "En dan mag je het ook wel noemen wat het is: een machtsmiddel."
Portier ziet voor burgers voorlopig één duidelijke manier om invloed uit te oefenen: de digitale wallet niet gebruiken zolang dat niet nodig is. De Europese regels schrijven voor dat het gebruik vrijwillig blijft. Volgens Portier moeten burgers die keuze dan ook daadwerkelijk benutten. "Als die vrijwillig is, dan moet die ook echt vrijwillig zijn. Dat betekent ook dat we hem niet hoeven te gebruiken. Als maar genoeg mensen de digitale identiteit niet gaan gebruiken, dan is er een kans dat het project mislukt."
























































