D66-minister wil miljarden pensioengeld naar woningbouw sluizen

D66-minister Elanor Boekholt-O'Sullivan (Volkshuisvesting) wil dat pensioengeld van ambtenaren, zorgmedewerkers en bouwvakkers vaker in middenhuurwoningen terechtkomt. Dat blijkt uit een persbericht van haar ministerie over een samenwerking met vijf pensioenfondsen. Tot 2039 moet het gaan om 160.000 woningen en zo'n 60 miljard euro. Op een vastgoedbeurs riep de minister beleggers daarna op om meer risico te nemen.
Het ministerie maakte de samenwerking op 21 september bekend, tegelijk met het Actieplan Versnelling Woningbouw. Het gaat om ABP (overheid en onderwijs), PFZW (zorg en welzijn), bpfBOUW (bouw), PME (metaal- en elektrotechniek) en het pensioenfonds voor de woningcorporaties. Het gaat om het pensioengeld van onder meer de bijna 7 miljoen mensen die alleen al bij ABP, PFZW en bpfBOUW zijn aangesloten.
Volgens het ministerie worden de fondsen eerder en vaker bij woningbouwprojecten betrokken, onder meer via „specifieke middenhuurdeals”. Hoeveel pensioengeld de vijf fondsen in die 60 miljard euro moeten steken, staat er niet in. Een ondertekende overeenkomst is niet openbaar, en afspraken over bedragen per fonds of over rendement ontbreken.
Oproep in München
Begin oktober was Boekholt-O'Sullivan op de vastgoedbeurs Expo Real in München. In een panel riep zij beleggers op om vaker met extra risico in te stappen, meldt Vastgoed Insider. Tegen het Financieele Dagblad zei ze over de vastgoedsector: „Dit is geen sector die bijna op zijn gat ligt.”
Die oproep was gericht aan vastgoedbeleggers in het algemeen, vooral uit het buitenland. De vijf Nederlandse pensioenfondsen vroeg zij niet met zoveel woorden om minder rendement. Het kabinet wil beleggers ook met belastingvoordeel en subsidie over de streep trekken: de overdrachtsbelasting voor beleggers gaat in 2027 van 8 naar 7 procent. Volgens de Kamerbrief bij het actieplan levert het pakket per saldo zo'n 28 miljard euro extra investeringsruimte op.
Toezichthouder waarschuwde al
De Nederlandsche Bank (DNB) schreef in juli in een analyse dat meer pensioengeld in Nederlandse woningen „ten koste gaan van de verhouding tussen risico en rendement” kan. Een belegger die zijn geld te veel op één plek zet, loopt meer risico. Pensioenfondsen houden nu al „ongeveer een derde van hun vastgoedbeleggingen in Nederland aan”, meer dan goede spreiding volgens DNB zou rechtvaardigen.
Het ministerie schreef zelf op 23 september, in antwoord op Kamervragen, dat Nederlandse pensioenfondsen „tegen grenzen aan” lopen van wat zij in de woningmarkt kunnen beleggen, vanwege risico en spreiding. Twee dagen eerder had de minister de samenwerking met de vijf fondsen aangekondigd.
Eerst nee, nu ja
Het is niet de eerste keer dat een minister pensioengeld voor woningbouw zoekt. In december 2024 weigerde de Pensioenfederatie, de koepel van de fondsen, nog mee te doen aan de Woontop van toenmalig minister Keijzer. Fondsen konden „niet zomaar een toezegging” doen voor aantallen woningen, meldde de NOS. In een notitie schreef de federatie: „Iedere belegging moet wel een gezond rendement leveren voor werkenden en gepensioneerden.”
ABP-bestuursvoorzitter Harmen van Wijnen zei in 2024: „Rendement staat op nummer één. Alle beleggingen moeten door die hoepel.” Volgens een ABP-woordvoerder zit het knelpunt nu in het aanbod van projecten die voldoen aan „onze eisen op het gebied van rendement, risico en duurzaamheid”, schrijft Stadszaken.
Over die rendementen bestaat al langer onrust. NieuwRechts schreef eerder dat Nederlandse pensioenfondsen honderden miljarden aan rendement mislopen. 50PLUS-Kamerlid Jan Struijs diende in september een motie in voor onderzoek naar tegenvallende pensioenrendementen; die is aangehouden.
Woontorens bij de ArenA
Op 23 september opende de minister Eleven Square bij de Amsterdamse ArenA. Bouwinvest, de vastgoedbeheerder die voortkomt uit bpfBOUW, kocht daar 933 woningen: 478 huurwoningen in de vrije sector en 455 studentenstudio's. De koopprijs is niet bekendgemaakt. De koop werd in december 2025 gesloten, dus vóór de samenwerking, en het gaat niet om middenhuur.
Kamerlid René Claassen (Groep Markuszower) stelde op 28 september vragen over het project en het Amsterdamse woonbeleid. Die zijn nog niet beantwoord, terwijl de termijn van drie weken op 19 oktober verliep.
Het bestuur van elk pensioenfonds blijft wettelijk zelf verantwoordelijk voor het beleggen van het pensioengeld en moet die in het belang van de deelnemers doen. Uit de openbare stukken blijkt niet dat de fondsen hun rendementseisen hebben verlaagd. Welke projecten onder de samenwerking vallen en hoeveel pensioengeld elk fonds inbrengt, is niet bekend.




















































