Martin Bosma waarschuwt voor D66-rechters: ‘Onze democratie wordt uitgehold’

PVV-Kamerlid Martin Bosma heeft in de Tweede Kamer fel uitgehaald naar de plannen van het kabinet om rechters meer mogelijkheden te geven wetten aan de Grondwet te toetsen. Volgens Bosma dreigt de macht daardoor verder te verschuiven van gekozen volksvertegenwoordigers naar een juridische elite. Hij vreest dat vooral de politieke voorkeuren van hoogopgeleide Nederlanders zwaarder gaan wegen.
Tijdens een debat over de Grondwet waarschuwde Bosma dat de Nederlandse democratie volgens hem nu al onvoldoende rekening houdt met de wensen van praktisch opgeleide burgers. De voorstellen van het kabinet zouden dat probleem alleen maar vergroten.
Bosma begon zijn bijdrage met een verwijzing naar een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Daaruit zou volgens hem blijken dat 28 procent van de Nederlanders zich achtergesteld voelt, onder meer bij huisvesting en politieke vertegenwoordiging. Vooral praktisch opgeleiden zouden dat gevoel hebben. Bosma ziet daarin een fundamenteel probleem. “Onze democratie werkt onvoldoende, omdat er steeds één groep is in onze samenleving die altijd zijn zin krijgt, namelijk hoogopgeleid Nederland”, stelde hij.
Volgens de PVV’er worden de wensen van praktisch opgeleide Nederlanders structureel genegeerd. Hij noemde onder meer immigratie, sociale zekerheid en klimaatbeleid. Bosma sprak van een samenleving waarin hoogopgeleide bestuurders en beleidsmakers een onevenredig grote invloed hebben op de politieke besluitvorming.
De kern van zijn kritiek richtte zich op het voorstel om rechters wetten aan de Grondwet te laten toetsen. Momenteel verbiedt artikel 120 van de Grondwet rechters om wetten in formele zin aan de Grondwet te toetsen. Het kabinet wil daarin verandering brengen.
Voorstanders zien constitutionele toetsing als een extra bescherming van burgers tegen wetten die hun grondrechten schenden. Bosma vreest juist dat rechters daarmee te veel politieke invloed krijgen. “Dat betekent een ondermijning van de parlementaire democratie”, waarschuwde hij.
Volgens Bosma zijn rechters bovendien geen goede afspiegeling van de Nederlandse bevolking. Hij suggereerde dat binnen de rechterlijke macht een sterke voorkeur bestaat voor D66. Hij sprak spottend over “de Partij van de Twee Zesjes”.
Ook de toepassing van het gelijkheidsbeginsel kreeg kritiek. Bosma stelde dat positieve discriminatie en voorkeursbeleid moeilijk te rijmen zijn met de gedachte dat alle Nederlanders gelijk behandeld moeten worden. Hij vroeg zich daarnaast af hoeveel PVV-kiezers en andere rechts georiënteerde Nederlanders vertegenwoordigd zijn binnen de rechterlijke macht, het openbaar bestuur en andere instituties.
Volgens hem dreigt de voorgestelde grondwetswijziging bestaande machtsverhoudingen verder te versterken. “We zijn een standenmaatschappij, en beter gezegd, een regentenmaatschappij”, stelde Bosma, die daarmee zijn kritiek op de politieke en bestuurlijke elite samenvatte.



















































