BIJ1-leider Tofik Dibi jaagt op Joodse ambtenaren in Amsterdam

Joodse ambtenaren bij de gemeente Amsterdam melden gevoelens van eenzaamheid, onveiligheid en uitsluiting. Maar in plaats van alleen aandacht te vragen voor die zorgen, stelt BIJ1-fractievoorzitter Tofik Dibi vragen over de toegang die deze medewerkers tot de gemeentelijke top zouden hebben. Hij wil weten of Joodse ambtenaren worden voorgetrokken ten opzichte van pro-Palestijnse en antizionistische collega's. Dat meldt De Telegraaf over zijn schriftelijke vragen aan het stadsbestuur.
Lees ook

Politie wilde ingrijpen bij pro-Hamas-uitingen, Halsema gaf geen toestemming: BBB wil ontslag
De aanleiding is een bericht dat op 7 oktober op het interne netwerk van de gemeente verscheen. Daarin wordt aandacht besteed aan Joodse ambtenaren die zich binnen de organisatie onvoldoende veilig of gesteund voelen.
Dibi zegt echter signalen te hebben ontvangen dat leden van een Joods ambtenarennetwerk betere toegang hebben tot de bestuurlijke en ambtelijke top dan andere medewerkers. De BIJ1-leider wil daarom weten of deze ambtenaren "voorrang" krijgen.
Veiligheidszorgen leiden tot vragen over voorkeursbehandeling
De vragen zijn opvallend omdat het oorspronkelijke intranetbericht juist draait om medewerkers die zich onveilig en buitengesloten voelen. In plaats van uitsluitend te vragen welke maatregelen Amsterdam neemt om deze medewerkers te beschermen, richt Dibi zich op de vraag of hun netwerk gemakkelijker contact kan krijgen met de gemeentelijke leiding.
Daarmee komt de positie van Joodse werknemers centraal te staan in een discussie over vermeende ongelijke behandeling binnen het ambtenarenapparaat. Of daadwerkelijk sprake is van voorkeursbehandeling, blijkt niet uit de beschikbare informatie. Ook is onbekend welke concrete voorbeelden Dibi heeft ontvangen.
De volledige schriftelijke vragen en het interne bericht van 7 oktober zijn vooralsnog niet openbaar beschikbaar.
Al langer zorgen over veiligheid van Joodse medewerkers
De kwestie speelt tegen de achtergrond van toenemende zorgen over antisemitisme en intimidatie van Joodse Nederlanders. Ook binnen andere overheidsorganisaties hebben Joodse werknemers aangegeven zich niet altijd veilig te voelen.
Zo ontstond in 2025 discussie binnen de politie. Leden van het Joods Politienetwerk voelden zich volgens de toenmalige minister van Justitie en Veiligheid soms gedwongen zich te verantwoorden voor gebeurtenissen in het Midden-Oosten.
In officiële Kamerantwoorden noemde de minister dat betreurenswaardig. Ook benadrukte hij dat Nederlandse Joden niet verantwoordelijk mogen worden gehouden voor het handelen van de Israëlische regering.
De Amsterdamse vragen van Dibi staan niet rechtstreeks in verband met die politiecasus. Wel gaat het in beide gevallen om de positie van Joodse medewerkers binnen een overheidsorganisatie.
Dibi eerder onder vuur om uitspraken over Israël
Dibi is geen onbekende in het Amsterdamse debat over Israël en de Palestijnse gebieden. In 2024 ontstond al politieke ophef over zijn uitingen op sociale media. Dibi werkte destijds als ambtenaar in stadsdeel Nieuw-West. Raadsleden stelden vragen over de manier waarop hij zich mengde in het debat over Gaza en of zijn uitingen pasten bij zijn ambtelijke functie.
De discussie ging onder meer over het delen van een bericht met een oproep tot een "Februari-Intifada" en over satirische politieke affiches.
Zijn uitlatingen riepen destijds ongemak op bij verschillende gemeenteraadsleden. Inmiddels is Dibi zelf fractievoorzitter van BIJ1 in de Amsterdamse gemeenteraad.


















































