D66-minister stuurde Natuurplan al naar Brussel voordat Tweede Kamer erover debatteerde

D66-minister Jaimi van Essen (Landbouw en Natuur) heeft het Nederlandse Ontwerp-Natuurplan op 25 augustus naar de Europese Commissie gestuurd. Dat gebeurde negen dagen voordat de Tweede Kamer het plan uitgebreid besprak. Ondertussen blijkt uit de plannen voor de nieuwe natuurwet dat de minister veel regels later zelf kan uitwerken. Ook is nog onduidelijk hoeveel geld de uitvoering gaat kosten.
De gang van zaken blijkt uit een Kamerbrief van 26 augustus over de uitvoering van de Europese Natuurherstelverordening. Nederland moet op grond van die verordening maatregelen nemen om beschadigde natuur te herstellen.
Van Essen stuurde het ontwerp op 25 augustus officieel naar Brussel. Het Kamerdebat over datzelfde plan vond pas op 3 september plaats. De Tweede Kamer had het ontwerp overigens al op 26 juni ontvangen.
Tijdens het debat vroeg CDA-Kamerlid Koorevaar of de inmiddels ingediende versie nog kon worden aangepast. De Europese deadline voor het indienen van een ontwerp was 1 september. De vroege indiening betekent dus niet automatisch dat de minister de Kamer bewust heeft gepasseerd.
Minister krijgt ruimte om regels zelf uit te werken
Naast de planning roept ook de uitvoering van de nieuwe natuurwet vragen op. Uit het concept voor de Uitvoeringswet Natuurherstelverordening blijkt dat Van Essen het nationale herstelplan zelf kan vaststellen.
Het Natuurplan wordt daarvoor een verplicht programma onder de Omgevingswet. Veel praktische regels worden pas later uitgewerkt via algemene maatregelen van bestuur (AMvB's). Daarmee kan de regering regels vaststellen zonder dat daarvoor telkens een afzonderlijke wet nodig is.
Het gaat onder meer om regels voor natuurgebieden, activiteiten, toezicht en het verzamelen van gegevens. De precieze gevolgen voor bijvoorbeeld boeren, grondeigenaren en andere betrokkenen moeten nog duidelijk worden.
In het conceptwetsvoorstel staat geen afzonderlijke goedkeuringsprocedure voor de Tweede en Eerste Kamer bij het vaststellen van het Natuurplan. De uitvoeringswet zelf moet wel door beide Kamers worden behandeld. Ook bestaan er parlementaire procedures voor het controleren van lagere regelgeving.
Kosten nog niet bekend
Een andere onzekerheid is de rekening. In zijn brief noemt Van Essen geen totaalbedrag voor de extra werkzaamheden die voortvloeien uit de Europese natuurregels. Volgens de minister wordt nog onderzocht "welke extra financiële middelen nodig zijn" om deze taken uit te voeren.
Dat raakt vooral provincies, gemeenten en waterschappen. Zij krijgen bij het natuurherstel een belangrijke rol, maar willen voorkomen dat zij verplichtingen krijgen zonder voldoende geld.
Daarover maakte het Rijk op 18 juni al afspraken met het Interprovinciaal Overleg, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen. De ondertekende afspraken zijn gepubliceerd en op 26 augustus met de Tweede Kamer gedeeld.
Van Essen heeft toegezegd dat de uitvoeringswet pas ingaat wanneer de financiële afspraken op orde zijn. De VNG benadrukte eerder dat gemeenten nieuwe taken alleen kunnen uitvoeren als deze haalbaar zijn en er voldoende budget beschikbaar is.
Definitief plan eerder klaar dan wet
Ook de volgorde van de besluitvorming valt op. Nederland moet het definitieve Natuurplan uiterlijk 1 september 2027 vaststellen en indienen bij de Europese Commissie. Die termijn volgt uit de Europese Natuurherstelverordening en wordt bevestigd in de Kamerbrief.
De uitvoeringswet gaat volgens de huidige planning pas eind 2027 of begin 2028 in. Daarmee wordt het definitieve herstelplan naar verwachting al vastgesteld voordat de nieuwe wet daadwerkelijk van kracht is.
Van Essen wil het wetsvoorstel in december 2026 naar de Raad van State sturen. Vervolgens kan het in de eerste helft van 2027 bij de Tweede Kamer terechtkomen.
De minister erkent zelf dat de voorbereiding onder tijdsdruk staat. In zijn Kamerbrief noemt hij het: "Dit is een krappe planning".
Kamer eist vooraf meer inzicht
Intussen probeert de Tweede Kamer meer invloed te krijgen op de definitieve maatregelen. Op 6 oktober nam de Kamer een motie aan van ChristenUnie-Kamerlid Pieter Grinwis en VVD-Kamerlid Renate den Hollander. Daarin wordt de regering opgeroepen de Kamer vóór de vaststelling van het definitieve Natuurplan te betrekken bij de maatregelen die nog nodig zijn.
Ook moet duidelijk worden hoeveel ruimte deze maatregelen vragen, wanneer ze worden uitgevoerd en wat ze kosten. De motie werd met 143 stemmen aangenomen.
Daarnaast stemde de Kamer in met een voorstel van CDA-Kamerlid Koorevaar en anderen om een onafhankelijke analyse te laten uitvoeren naar de maatschappelijke en economische gevolgen, voordat definitieve keuzes worden gemaakt.
Dat de Kamer vooraf wordt betrokken, betekent niet dat zij afzonderlijk over het definitieve Natuurplan mag stemmen.
Voorlopig staat daardoor wel vast dat het ontwerp al in Brussel ligt, terwijl de belangrijkste keuzes over aanvullende maatregelen, financiering en uitvoering nog verder moeten worden uitgewerkt. Het definitieve plan moet volgend jaar klaar zijn.

















































