Defensie wil binnen twee jaar af van omstreden Palantir-software

Defensie wil uiterlijk binnen twee jaar stoppen met software van het omstreden Amerikaanse bedrijf Palantir. Staatssecretaris Derk Boswijk wil de afhankelijkheid van het databedrijf afbouwen. Hij rekent erop dat er in die periode een Europees alternatief kan worden ontwikkeld.
Dat zei Boswijk dinsdag tijdens het vragenuur in de Tweede Kamer. Aanleiding was berichtgeving van Follow the Money. Daaruit bleek dat Palantir toegang kan krijgen tot gevoelige informatie tijdens militaire operaties. Volgens Boswijk gebeurt dat alleen in “uitzonderlijke gevallen”.
Toegang tot gevoelige data
De staatssecretaris probeerde de zorgen in de Kamer te temperen. Medewerkers van Palantir zouden nooit zelfstandig werken. Zij staan volgens hem onder streng toezicht. Ook zouden zij alleen werken met kunstmatige of oude data.
Toch leidde de uitleg tot stevige kritiek. D66-Kamerlid Michelle Jagtenberg sprak van een risico voor de veiligheid van Nederland. Volgens haar hebben buitenlanders op deze manier toegang tot geheime informatie. Zij noemde dat “een direct risico voor onze nationale veiligheid”.
Boswijk erkende dat de afhankelijkheid van Palantir problematisch is. Daarom gaf hij vorige maand opdracht om te zoeken naar een alternatief. Dat moet bij voorkeur uit Europa komen. Direct stoppen kan volgens hem niet. Dat zou “beperkte veiligheidsrisico’s” opleveren.
‘We maken echt snelheid’
De inzet is nu om het gebruik van Palantir stap voor stap af te bouwen. Boswijk wil dat volgens eigen zeggen op een “verantwoorde manier” doen. Tegelijk beloofde hij dat Defensie tempo maakt. “We maken echt snelheid.”
Palantir levert software waarmee grote hoeveelheden data kunnen worden gekoppeld en geanalyseerd. Zulke systemen worden gebruikt bij politie, veiligheidsdiensten en krijgsmachten. Ook de NAVO werkt met software van het bedrijf.
Juist dat maakt de discussie gevoelig. De technologie kan helpen om patronen te vinden, risico’s te herkennen en operaties te ondersteunen. Maar critici vrezen dat de software ook kan leiden tot massasurveillance, politieke sturing en schendingen van grondrechten.
Politie hield contracten lang geheim
De discussie rond Defensie staat niet op zichzelf. Ook de Nederlandse politie werkt al jaren met Palantir. Dat gebeurt binnen een besloten analyseomgeving met de naam ‘de Raffinaderij’. De software wordt volgens het kabinet gebruikt bij zware criminaliteit en terrorismebestrijding.
Over die samenwerking is jarenlang veel geheim gehouden. De Rechtbank Amsterdam tikte de politie vorig jaar op de vingers na een langlopende Woo-procedure. De zaak begon al in 2019 met een verzoek om openbaarheid over contracten met Palantir.
Uiteindelijk maakte de politie honderden documenten openbaar, maar grote delen waren zwartgelakt. Het ging om 931 documenten. Volgens de rechtbank had de politie bij veel passages te algemeen uitgelegd waarom informatie geheim moest blijven.
Rechter kritisch op geheimhouding
De rechter vond dat de politie beter moest motiveren waarom stukken niet openbaar konden worden gemaakt. Vooral het beroep op “persoonlijke beleidsopvattingen” en het opsporingsbelang was volgens de rechtbank te ruim gebruikt.
Ook wees de rechtbank erop dat de politie eerder traag en moeilijk had meegewerkt. In 2023 oordeelde de rechter al dat de politie het Woo-verzoek onterecht buiten behandeling had gesteld. Daarna werden documenten soms dubbel of driedubbel gelakt met verschillende uitzonderingsgronden.
De politie verdedigde die geheimhouding. Volgens korpschef Inge Godthelp-Teunissen liep de overeenkomst met Palantir nog. Openbaarheid zou volgens de politie de relatie met het Amerikaanse bedrijf kunnen schaden. Ook zou de positie van de politie in een “klein en gespecialiseerd marktsegment” onder druk komen te staan.
Europese afhankelijkheid onder vergrootglas
De kwestie raakt aan een bredere zorg in Den Haag. Nederlandse veiligheidsdiensten, politie en Defensie gebruiken software van buitenlandse techbedrijven. Daardoor ontstaat afhankelijkheid van partijen buiten Europa. In het geval van Palantir gaat het bovendien om een Amerikaans bedrijf dat nauw samenwerkt met overheden en veiligheidsdiensten.
Boswijk wil daar nu vanaf. Maar zijn boodschap is dubbel. Defensie wil Palantir niet meer nodig hebben, maar kan ook niet zomaar stoppen. Daarvoor is de software te diep verweven met bestaande systemen en werkwijzen.
De komende twee jaar moeten daarom duidelijk maken of een Europees alternatief realistisch is. Tot die tijd blijft Defensie werken met de software van Palantir. Wel belooft het kabinet dat dit onder toezicht gebeurt en dat de afhankelijkheid wordt afgebouwd.



















































