Trouw-columnist klaagt over ‘witte instituten’ in Nederland: 'Slagveld van islamofobie en racisme'

Trouw-columnist Naeeda Aurangzeb haalt in een nieuwe column fel uit naar wat zij “witte instituten” in Nederland noemt. Volgens haar lijden haar nichtjes en neefjes onder de traagheid van werkgevers, beleidsmakers en collega’s.
Aurangzeb schrijft dat verandering in Nederland “langzaam, tergend langzaam” gaat. Volgens haar ziet zij dat niet in boeken of kranten, maar in haar eigen omgeving. Vrienden zitten volgens haar ziek thuis. Kinderen van vrienden krijgen geen stageplek. Anderen zouden juist beschadigd terugkomen van hun stage.
De werkplek noemt zij zelfs “een slagveld waar islamofobie en racisme genadeloos om zich heen slaan”.
Stageplek als strijdtoneel
De column begint bij jonge mensen die volgens Aurangzeb vastlopen bij stages en werk. Zij stelt dat jongeren van kleur te maken krijgen met afwijzingen, discriminatie en vernederende ervaringen.
Wie daartegen protesteert, krijgt volgens haar te horen dat het allemaal niet snel genoeg gaat. “O, ik hoor het al, voor jou gaat het niet snel genoeg hè?”, schrijft Aurangzeb. Volgens haar wordt die zin vaak uitgesproken met “een glimlach” die vriendelijk lijkt, maar “naar betutteling smaakt”.
Daarmee schetst zij een beeld van Nederland als land dat minderheden wel tot aanpassing dwingt, maar zelf niet wil veranderen.
Integratie moest snel, inclusie zou traag gaan
Aurangzeb draait de bekende integratiediscussie om. Volgens haar werd migranten en hun kinderen jarenlang verteld dat zij zich snel moesten aanpassen. Zij moesten Nederlands leren, normen en waarden overnemen en “graag iets minder religie” zijn.
Dat deden veel vrouwen van kleur volgens haar ook. “Binnen twee generaties beschikt bijna iedere vrouw van kleur over een rijbewijs, diploma, baan en een gezonde portie Hollandse assertiviteit”, schrijft ze.
Maar volgens Aurangzeb veranderden de instituties niet mee. “Wij veranderden, pasten ons aan, leerden koorddansen. De instituties bleven staan waar ze stonden.”
Daarna volgt haar centrale verwijt: “En nu wordt ons verweten dat we te snel gaan. Te snel voor wie?”
‘Witte instituten’ als boosdoener
De scherpste passage gaat over haar familie. Aurangzeb schrijft dat haar nichtjes en neefjes slachtoffer zijn van de traagheid van “witte instituten, werkgevers, collega’s en beleidsmakers”.
“Dus ja, ik ben ongeduldig. Ik eis dat verandering sneller gaat, omdat mijn nichtjes en neefjes het lijdend voorwerp zijn van de traagheid van witte instituten, werkgevers, collega’s en beleidsmakers”, aldus de columnist.
Daarmee legt zij de verantwoordelijkheid vooral bij de Nederlandse samenleving. Niet bij persoonlijke keuzes, taalbeheersing, opleiding, sociale omgeving of cultuurverschillen, maar bij instituties die volgens haar te wit en te traag zijn.
Voor een rechts-conservatief publiek is juist dat de kern van de discussie. Want de column vraagt niet om gelijke kansen, maar om een voortdurende verbouwing van instituties op basis van identiteit.



















































