Kabinet snijdt in WW en WIA terwijl sociale fondsen uitpuilen

Het kabinet wil miljarden bezuinigen op WW en WIA, terwijl de sociale fondsen voor werkloosheid en arbeidsongeschiktheid juist vol zitten. Dat roept een simpele vraag op: waarom moeten werkenden, werkgevers en uitkeringsgerechtigden inleveren terwijl er tientallen miljarden euro’s in de fondsen staan?
De cijfers zijn fors. In het Algemene Werkloosheidsfonds zit 14,75 miljard euro. In het Arbeidsongeschiktheidsfonds staat 43,25 miljard euro. Samen gaat het om 58 miljard euro. Volgens ramingen van het Centraal Planbureau kunnen die twee fondsen samen zelfs doorgroeien tot bijna 130 miljard euro in 2031.
Toch wil minister Hans Vijlbrief van Sociale Zaken de uitkeringsrechten versoberen en maximumuitkeringen verlagen. Dat leidt tot felle kritiek van vakbonden en oppositie. Progressief Nederland-leider Jesse Klaver sprak onlangs van een ‘brutale jatactie’ bij werkenden en werkgevers. Emeritus hoogleraar openbare financiën Flip de Kam noemt de fondsen ‘moddervette spaarvarkens’, meldt De Telegraaf.
Premie wordt belasting
Veel Nederlanders denken dat sociale premies rechtstreeks in aparte potten gaan. Werkgevers betalen premie voor WW en WIA, waarna dat geld later wordt gebruikt voor werknemers die werkloos of arbeidsongeschikt raken. Dat klinkt logisch, maar zo werkt het stelsel volgens deskundigen nauwelijks nog.
De Kam zegt dat werkgevers en werknemers in dat opzicht ‘in een grijs verleden’ leven, meldt De Telegraaf. Vroeger hadden werkgevers en vakbonden via bedrijfsverenigingen veel meer zeggenschap over de regelingen. Die verdwenen rond de eeuwwisseling en gingen op in het UWV. Sindsdien is de directe band tussen premie en uitkering grotendeels losgeraakt.
Daarmee lijken sociale premies steeds meer op belastingen. Ze hebben formeel nog een bestemming, maar de overheid bepaalt hoeveel premie wordt geheven. Die premie kan hoger zijn dan nodig is om de uitkeringen te betalen. Precies daardoor zijn de fondsen zo hard opgelopen.
Minister Vijlbrief erkent in een Kamerbrief hoe dat werkt. Als de sociale fondsen meer inkomsten dan uitgaven hebben, verbetert dat het EMU-saldo. Daardoor kan de overheid elders meer tekort maken zonder dat het totale begrotingstekort te veel oploopt.
Met andere woorden: het kabinet haalt het geld niet letterlijk uit een losse spaarpot, maar de overschotten geven wel ruimte op de rest van de begroting. Voor werkenden en werkgevers voelt dat als een boekhoudkundige truc.
Defensie via premie
De zaak wordt gevoeliger door het coalitieakkoord. Daarin wordt het bedrijfsleven gevraagd mee te betalen aan extra defensie-uitgaven via een hogere arbeidsongeschiktheidspremie. Burgers krijgen daarnaast een ‘vrijheidsbijdrage’ via de inkomstenbelasting.
Daarmee wordt een premie die bedoeld is voor sociale zekerheid mede ingezet voor een heel ander beleidsterrein. Dat bevestigt volgens critici dat de premie is veranderd in een verkapte belasting op arbeid.
Dat raakt vooral werkgevers die veel mensen in dienst hebben. WW- en WIA-premies maken onderdeel uit van de loonkosten. Als het kabinet die hoger vaststelt dan nodig is, wordt arbeid duurder. Volgens het CPB komt een stijging van werkgeverslasten op lange termijn voor 25 procent bij werkgevers terecht. De overige 75 procent wordt via lagere lonen door werknemers gedragen.
FNV wil terug naar verzekeringsstelsel
FNV-voorzitter Hans Spekman vindt dat het huidige stelsel zijn logica kwijt is. ‘Dit stelsel is failliet’, zegt hij bij De Telegraaf. Volgens hem dienen de sociale fondsen nu vooral het begrotingssaldo. Dat ondermijnt volgens hem het draagvlak voor de sociale zekerheid.
Spekman wil terug naar een verzekeringsstelsel waarin premie en risico weer direct met elkaar verbonden zijn. Werkgevers en werknemers zouden dan samen verantwoordelijkheid nemen voor WW en WIA, zoals vroeger meer het geval was.
Werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland begrijpen de kritiek, maar zijn voorzichtig. Volledig lastendekkende premies kunnen ook nadelig uitpakken, stellen zij bij De Telegraaf. In slechte economische tijden, wanneer de werkloosheid stijgt, zouden werkgevers dan juist extra premie moeten betalen.
Als vakbonden en werkgevers opnieuw samen verantwoordelijk worden, heeft dat ook gevolgen voor werknemers. Nu betalen alleen werkgevers deze premies. In een zuiverder verzekeringsstelsel zouden werknemers waarschijnlijk weer zelf premie gaan betalen. Spekman vindt dat logisch, omdat het stelsel dan volgens hem eerlijker en begrijpelijker wordt.
Politiek blijft het beeld pijnlijk. De potten zitten vol, werkgevers betalen hoge premies, werknemers dragen de lasten deels via lagere lonen en toch wil het kabinet bezuinigen op WW en WIA. Daarmee is de vraag onvermijdelijk geworden: zijn sociale premies nog bedoeld om werknemers te beschermen, of zijn ze vooral een handige belastingbron voor de staat?






















































