EU versoepelt klimaatregels voor industrie, Nederland verzet zich

De Europese industrie krijgt mogelijk jarenlang extra ruimte om CO2 uit te stoten. De Europese Commissie wil belangrijke onderdelen van het Europese emissiehandelssysteem versoepelen. Gratis uitstootrechten blijven langer bestaan en de totale hoeveelheid rechten wordt minder snel afgebouwd. Nederland verzet zich tegen de plannen en waarschuwt dat bedrijven die al miljarden in verduurzaming hebben gestoken daarvan de dupe kunnen worden.
Na de zomer moeten de EU-landen en het Europees Parlement zich over de voorstellen buigen. De belangen zijn groot. Het huidige beleid koerst erop dat rond 2039 of 2040 vrijwel geen nieuwe uitstootrechten meer beschikbaar zijn. Met de voorgestelde aanpassingen verschuift dat moment naar ongeveer 2046 tot 2048. Daarmee krijgt vooral de zware industrie aanzienlijk meer tijd, meldt Brusselse Nieuwe.
Vervuilen wordt duurder
Het Europese emissiehandelssysteem, ETS, bestaat sinds 2005. Grote bedrijven moeten rechten hebben voor de CO2 die zij uitstoten. Brussel brengt steeds minder van die rechten in om de prijs van vervuiling geleidelijk op te voeren.
Het idee daarachter is eenvoudig. Hoe duurder uitstoot wordt, hoe aantrekkelijker investeringen in schonere productie worden.
Kwetsbare bedrijfstakken krijgen echter een groot deel van hun rechten gratis. Dat geldt onder meer voor de staal-, chemie-, cement- en kunstmestindustrie. Daarmee wil Europa voorkomen dat fabrieken vertrekken naar landen waar uitstoot nauwelijks of helemaal niet wordt belast.
Tussen 2021 en 2025 betaalden deze energie-intensieve bedrijven daardoor gemiddeld voor slechts 15 procent van hun uitstoot. Voor het overige deel kregen zij gratis rechten.
Het systeem heeft ondertussen tot een forse daling van de uitstoot geleid. Sectoren die onder ETS vallen, stootten in 2025 ongeveer 50 procent minder broeikasgassen uit dan in 2005.
Gratis rechten vier jaar langer
Toch wil Brussel het systeem nu afzwakken. Volgens de huidige afspraken zouden de gratis rechten in 2034 verdwijnen. De Commissie wil dat uitstellen tot 2038.
Ook wil Brussel minder snel snijden in de totale hoeveelheid uitstootrechten. Daardoor verschuift het moment waarop de industrie in de praktijk zonder beschikbare nieuwe CO2-rechten komt te zitten met zes tot acht jaar.
Daarnaast verandert de zogeheten marktstabiliteitsreserve. In die voorraad worden overtollige uitstootrechten tijdelijk apart gezet om te voorkomen dat een overschot de CO2-prijs laat instorten. Nu kunnen rechten definitief worden geschrapt wanneer de reserve te groot wordt. De Commissie wil daar vanaf.
Rechten die anders zouden verdwijnen, kunnen daardoor voor de toekomst behouden blijven.
Concurrentie met China en VS
Achter de koerswijziging zit vooral bezorgdheid over de Europese industrie. Na een nieuwe energiecrisis is de discussie over hoge productiekosten opnieuw opgelaaid. Vooral Italië vindt dat Europese bedrijven door de CO2-prijs moeilijker kunnen concurreren met ondernemingen uit China en de Verenigde Staten.
Het ETS bepaalt naar schatting ongeveer 10 procent van de totale energieprijs. Toch is het systeem steeds nadrukkelijker onderdeel geworden van het debat over de concurrentiekracht van Europa.
Nederland, Zweden en enkele andere landen zien juist risico's in versoepeling. Bedrijven in deze landen lopen relatief vaak voorop met investeringen in schonere productie. Wanneer vervuilende concurrenten langer goedkope of gratis uitstootrechten krijgen, wordt het voordeel van die vroege investeringen kleiner.
Nederland vreest miljardenstrop
De gevolgen kunnen aanzienlijk zijn. Onderzoeksbureau CE Delft berekende dat de aanpassingen alleen al voor Nederland uiteindelijk tot extra CO2-uitstoot kunnen leiden die ruim anderhalf keer zo groot is als de totale Nederlandse uitstoot in één jaar.
Ook de schatkist wordt geraakt. Nederland zou tot 2040 ongeveer 2,2 miljard euro aan inkomsten uit de verkoop van uitstootrechten mislopen. Voor de gehele EU gaat het volgens de berekeningen om ongeveer 59 miljard euro.
Minister van Klimaat en Groene Groei Stientje van Veldhoven ziet daarom weinig in de plannen. „Het emissiehandelssysteem biedt investeringszekerheid en stimuleert bedrijven om te investeren in schone productie”, schreef zij aan de Tweede Kamer. Volgens haar worden door een versoepeling juist ondernemingen geraakt „die al geïnvesteerd hebben”.
Privéjets gaan juist betalen
Niet alle onderdelen van het voorstel betekenen een versoepeling. Brussel wil de opbrengsten uit het ETS nadrukkelijker gebruiken voor verduurzaming en bedrijven die vooroplopen sterker belonen.
Ook de luchtvaart krijgt met uitbreiding te maken. Vanaf 2029 moeten meer vluchten vanuit Europa naar bestemmingen tot 5.000 kilometer onder het emissiehandelssysteem vallen. Daaronder kunnen bijvoorbeeld vluchten naar Turkije en Noord-Afrika vallen. Ook privéjets moeten voor het eerst voor hun CO2-uitstoot gaan betalen.
De Commissie probeert daarmee twee belangen te combineren: Europese bedrijven meer tijd geven én de overgang naar schonere productie voortzetten.
Of die balans overeind blijft, is onzeker. Tijdens overleg tussen Europese klimaatministers bleken de verschillen groot. Italië en Polen willen verdergaande versoepelingen. Nederland, Denemarken en Zweden willen juist zo veel mogelijk vasthouden aan de bestaande afspraken.
























































