EU wil auto die vanaf 2030 vanzelf afremt bij te hard rijden

De Europese Commissie onderzoekt of nieuwe auto’s vanaf 2030 automatisch moeten kunnen afremmen als bestuurders te hard rijden. Het gaat om technologie die niet alleen waarschuwt, maar ook daadwerkelijk ingrijpt. Een auto zou dan zelf het motorvermogen kunnen beperken zodra de maximumsnelheid wordt overschreden.
De plannen zijn nog niet definitief. Volgens de Britse krant The Telegraph voert Brussel gesprekken met autofabrikanten en verkeersveiligheidsorganisaties over een mogelijke aanscherping van de bestaande regels. Als het systeem verplicht wordt, zou het alleen gelden voor nieuwe auto’s.
Van waarschuwing naar ingrijpen
Sinds juli 2024 moeten alle nieuwe auto’s die in de EU worden verkocht al beschikken over Intelligent Speed Assistance, kortweg ISA. Dat systeem herkent de geldende maximumsnelheid en waarschuwt de bestuurder bij te hard rijden. Dat kan met een geluid, een trilling in het stuur of een melding op het dashboard.
Nu kan de bestuurder die waarschuwing nog negeren. De nieuwe variant zou verder gaan. De auto kan dan actief voorkomen dat harder wordt gereden dan toegestaan. Alleen in noodsituaties zou het systeem tijdelijk kunnen worden uitgeschakeld, zodat kort extra snelheid mogelijk blijft.
Daarmee zou de EU een grote stap zetten in de controle over rijgedrag. Niet langer alleen adviseren of waarschuwen, maar technisch begrenzen.
Satellieten, camera’s en digitale kaarten
Het systeem zou gebruikmaken van een combinatie van technieken. Satellietnavigatie bepaalt waar de auto rijdt. Digitale kaarten geven de maximumsnelheid door. Camera’s lezen verkeersborden. Ook 5G-signalen kunnen worden gebruikt om informatie sneller en nauwkeuriger bij het voertuig te krijgen.
Zodra de auto een weg oprijdt waar een lagere snelheid geldt, kan de software ingrijpen. De bestuurder merkt dan dat de auto niet verder versnelt of geleidelijk snelheid terugneemt.
Voor verkeersveiligheidsorganisaties klinkt dat logisch. Snelheid speelt nog altijd een grote rol bij ernstige en dodelijke ongelukken. Een systeem dat te hard rijden moeilijker maakt, kan volgens voorstanders levens redden.
Zorgen over fouten
Tegenover die veiligheidswinst staan flinke zorgen. De techniek is niet foutloos. Auto’s herkennen nu al niet altijd de juiste snelheid. Een bord kan ontbreken, vuil zijn of verkeerd worden gelezen. Digitale kaarten kunnen achterlopen. Ook gps-locaties zijn niet altijd precies genoeg.
Daarmee ontstaat een praktisch risico. Een auto kan denken dat ergens 50 kilometer per uur geldt, terwijl de echte maximumsnelheid 80 is. Of andersom. Als het systeem dan onverwacht afremt, kan dat juist gevaarlijke situaties opleveren. Zeker op drukke wegen of wanneer verkeer achter de auto dicht op elkaar rijdt.
Critici waarschuwen daarom dat automatische snelheidsbegrenzing pas verantwoord is als de techniek betrouwbaar genoeg is. Een piepje op het dashboard is vervelend. Een auto die zelf ingrijpt, is iets anders.
Privacy en digitale veiligheid
Ook privacy en cybersecurity spelen mee. Een auto die snelheid automatisch kan begrenzen, moet voortdurend weten waar hij rijdt en welke regels daar gelden. Dat betekent dat voertuigen afhankelijker worden van data, software en verbindingen.
Deskundigen waarschuwen dat zulke systemen goed beveiligd moeten zijn. Storingen, verkeerde updates of digitale aanvallen kunnen grote gevolgen hebben. Zeker als de software invloed krijgt op acceleratie en snelheid.
Daarnaast klinkt een opvallend financieel punt. Als auto’s automatisch niet meer te hard rijden, kan dat lidstaten veel boete-inkomsten kosten. Volgens critici zou de EU jaarlijks honderden miljoenen kunnen mislopen door minder snelheidsboetes.
De Europese Commissie benadrukt dat er nog geen concreet wetsvoorstel ligt. De gesprekken met de auto-industrie en andere partijen zijn bedoeld om te bekijken of de huidige veiligheidsregels moeten worden aangepast.





















































