Moskeekoepel ISN onder vuur: ontslagzaak draait om rol Turkse diplomaat

De Islamitische Stichting Nederland (ISN), gelieerd aan het Turkse presidium voor godsdienstzaken Diyanet, ligt onder vuur door een arbeidszaak bij de rechtbank in Den Haag. Diyanet valt onder verantwoordelijkheid van de Turkse overheid.De moskeekoepel wil een werknemer ontslaan. Volgens ISN past de Koranvertaling waaraan hij werkte niet meer in de nieuwe plannen van de stichting. De werknemer zegt echter dat zijn ontslag te maken heeft met de Turkse diplomaat Ömer Özgül, meldt GeenStijl.
De zaak is gevoelig omdat de Nederlandse regering eerder afspraken maakte met ISN. Turkse diplomaten mogen niet in het bestuur van de stichting zitten. De werknemer stelt nu dat Özgül toch invloed had op zijn werk en op het besluit rond zijn baan. ISN ontkent dat beeld en zegt dat de stichting onafhankelijk is. Diyanet valt onder verantwoordelijkheid van de Turkse overheid.
Rol van Özgül centraal
Op 2 juli stonden de werknemer en vertegenwoordigers van ISN tegenover elkaar in de rechtbank. De werknemer verklaarde dat hij denkt dat hij wordt ontslagen omdat Özgül dat wil. Volgens hem was de diplomaat niet tevreden over zijn Koranvertaling. Ook zou Abdulwahid van Bommel daarbij een adviserende rol hebben gespeeld.
ISN stelde voor de rechter dat Özgül alleen een externe adviseur is. De advocaat van de stichting zei dat Özgül geen rol speelde bij het voorgenomen ontslag. De werknemer vertelde echter dat hij op 9 oktober 2025 een gesprek had met Özgül in diens werkkamer in het gebouw van ISN. Daar zou Özgül hebben geklaagd over de kwaliteit van de vertaling. Ook zou hij hebben gedreigd salarisgegevens in te zien om te bekijken hoeveel geld al aan het project was besteed.
Volgens de werknemer kreeg hij op 9 december te horen dat ISN wilde stoppen met de vertaalafdeling. Hij zegt dat Özgül bij die bespreking aanwezig was. Ook zou de diplomaat aan het hoofd van de tafel hebben gezeten en als eerste het woord hebben genomen. Daarbij zou hij hebben gezegd dat ISN zou stoppen met het maken van vertalingen.
ISN dreigt met kort geding
GeenStijl stelde vragen aan ISN over de zaak. De moskeekoepel antwoordde: 'Over individuele kwesties van werknemers en derden doen wij geen uitspraken in het openbaar, onder meer om de privacy te waarborgen van mogelijke betrokkenen. In algemene zin kan ik u mededelen dat ISN een onafhankelijke organisatie is. Die onafhankelijkheid van ISN geldt ook voor alle besluitvorming en omgang met alle werknemers. ISN herkent zich ook niet in het beeld dat uit uw vragen lijkt te volgen.'
Daarna stuurde de advocaat van ISN een brief aan GeenStijl. Daarin stond: 'Cliënte, de Islamitische Stichting Nederland te Den Haag, heeft mij verzocht haar belangen te behartigen en zo nodig een kort geding te starten.'
Ook schreef de advocaat: 'Mij is gebleken dat u voornemens bent een publicatie te plaatsen met mogelijk feitelijk onjuiste informatie. Ik verzoek u de concepttekst vooraf met ons te delen en cliënte, mede gelet op de door u gemaakte fout, een aanvullende termijn van drie dagen voor wederhoor te bieden. Graag verneem ik uiterlijk vandaag om 16:00 uur uw reactie op beide punten, alsmede de contactgegevens van uw eventuele advocaat/gemachtigde.' GeenStijl besloot toch te publiceren. De rechter doet op 27 augustus uitspraak in de arbeidsrechtszaak.
Onderzoek mede gefinancierd door Diyanet-gelieerde organisatie
Eerder kwam ISN al in opspraak. Een onderzoek naar discriminatie van moslimjongeren in Nederland bleek namelijk mede gefinancierd door de ISN Academie. Die organisatie is onderdeel van ISN. Ook het Nederlandse ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid droeg bij aan de financiering van het onderzoek.
Het rapport verscheen via het Kennisplatform Inclusief Samenleven. Daarin staat dat moslimdiscriminatie in Nederland volgens de onderzoekers sterk aanwezig is. Het rapport stelt: 'Moslimjongeren in Nederland groeien op in een samenleving waarin het maatschappelijke en politieke debat vaak draait om islam, migratie en etnische identiteit en bovendien sterk is gepolariseerd. Negatieve beeldvorming, maatschappelijke spanningen en ervaringen met discriminatie maken voor veel van hen onderdeel uit van hun dagelijkse realiteit.'
Voor het onderzoek zijn literatuuronderzoek en gesprekken met beleidsmakers en 57 moslimjongeren gebruikt. Het KIS is een samenwerking van het Verwey-Jonker Instituut en Movisie. Beide organisaties ontvangen al jaren overheidssubsidies. Ook ISN ontving tussen 2016 en 2024 overheidsgeld. De internationale rol van Diyanet is eerder onderwerp van discussie geweest. In september vorig jaar riep het hoofd van Diyanet tijdens een conferentie op tot ‘een wereldwijde jihad met alle middelen vanwege de situatie in Gaza’. Die uitspraak wordt in het rapport niet genoemd.


















































