Huisarts krijgt beroepsverbod na weigeren coronaprik: ‘Ik kon het gewoon niet inspuiten’

Huisarts Frank Roodenburg moet van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Amsterdam uit het BIG-register worden geschrapt. De zwaarste tuchtrechtelijke maatregel volgt na een klacht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). De zaak draait onder meer om zijn afwijkende werkwijze bij patiënten met klachten na een coronavaccinatie en om uitspraken die hij over de vaccins deed.
De doorhaling is nog niet definitief. Roodenburg kan in beroep bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, wat hij ook van plan is. Zolang die procedure loopt, kan hij zijn werk als huisarts blijven doen.
D-dimeertesten buiten gebruikelijke richtlijn
Een belangrijk deel van de zaak gaat over zogenoemde D-dimeertesten. Roodenburg liet die bloedtest uitvoeren bij ongeveer honderd patiënten die na een coronavaccinatie met moeilijk te verklaren klachten bij hem kwamen, zoals ernstige vermoeidheid. De test wordt normaal gebruikt bij een verdenking op onder meer een longembolie.
Roodenburg gebruikte de test breder. Hij vermoedde dat vaccinatie bij sommige patiënten mogelijk samenhing met verhoogde stollingsactiviteit. Het tuchtcollege vond dat hij daarmee buiten de geldende richtlijnen handelde. Ook reageerde hij volgens het college in meerdere gevallen onvoldoende op verhoogde waarden. In negen gevallen zou aanvullend onderzoek of een verwijzing nodig zijn geweest.
Roodenburg verdedigde zijn aanpak door te stellen dat bestaande richtlijnen volgens hem onvoldoende rekening hielden met mogelijke klachten na vaccinatie. Tijdens de zitting zei hij: “Ik kon het gewoon niet inspuiten omdat ik begrijp hoe het werkt.”
Het college volgde die redenering niet. Afwijken van richtlijnen kan in de medische praktijk mogelijk zijn, maar moet volgens het oordeel goed worden onderbouwd. Ook moet een arts passend handelen wanneer onderzoek afwijkende resultaten oplevert.
Ook communicatie woog mee
De klacht ging niet alleen over medisch onderzoek. De inspectie wees ook op de manier waarop Roodenburg met patiënten over vaccinaties sprak. Daarnaast werd gekeken naar informatie die in zijn praktijk beschikbaar was en naar zijn uitlatingen op sociale media.
Roodenburg gebruikte daarbij onder meer termen als “biowapen”, “Great Reset” en “depopulatie” in verband met coronavaccins. Volgens de IGJ kwamen twintig meldingen binnen over zijn optreden. Ook communicatie tijdens zijn werk op een huisartsenpost speelde mee in de beoordeling.
Verder woog volgens de aangeleverde stukken mee dat Roodenburg eerder al een tuchtrechtelijke berisping had gekregen. Ook die zaak draaide onder meer om een verhoogde D-dimeerwaarde en het ontbreken van een verwijzing. Het college rekende hem aan dat hij daarna op grotere schaal met dezelfde werkwijze doorging.
Oud-advocaat noemt oordeel onjuist
Oud-advocaat Frank Stadermann, die Roodenburg eerder in de zaak bijstond, heeft stevige kritiek op de uitspraak. Volgens hem behandelt het tuchtcollege medische protocollen te veel alsof het harde wettelijke regels zijn. Hij wijst bij Potkaars erop dat artsen in bepaalde omstandigheden juist van een protocol kunnen afwijken als de situatie van een patiënt daarom vraagt.
Volgens Stadermann lag precies daar het conflict. Roodenburg vermoedde dat een verhoogde D-dimeerwaarde na vaccinatie ook op problemen buiten de longen kon wijzen. Daardoor was volgens zijn redenering niet altijd duidelijk naar welke specialist een patiënt moest worden verwezen.
Stadermann vindt ook dat het college onvoldoende aandacht heeft besteed aan stukken die Roodenburg tijdens de procedure heeft ingebracht. Over de houding van het college zei hij: “Als je zit tegenover een college dat weet dat vaccins goed zijn, dan kom je daar niet doorheen, wat je ook aanvoert.”
Dat is de beoordeling van Stadermann. Het tuchtcollege kwam tot een andere conclusie en vond dat Roodenburg bij zijn onderzoek, communicatie en vervolgbeleid onvoldoende binnen de professionele normen bleef.


















































