Trump zet rem op immigrantenvisa: strengere controle op afhankelijkheid van uitkeringen

De Amerikaanse regering heeft wereldwijd afspraken voor immigrantenvisa tijdelijk stilgelegd. De regering van president Donald Trump wil eerst consulaire medewerkers extra trainen. Zij moeten scherper gaan beoordelen of toekomstige immigranten mogelijk afhankelijk worden van Amerikaanse uitkeringen. Het is nog niet bekend wanneer de afspraken worden hervat, meldt The Washington Post.
De maatregel geldt voor immigrantenvisa, die bedoeld zijn voor buitenlanders die zich permanent in de Verenigde Staten willen vestigen. Volgens Amerikaanse media worden visa voor toeristen, buitenlandse werknemers en studenten niet door deze tijdelijke stop geraakt.
Het ministerie van Buitenlandse Zaken koppelt de maatregel nadrukkelijk aan de kosten van immigratie. „Een welvarender Amerika betekent dat we ervoor zorgen dat visumaanvragers waarschijnlijk geen ‘public charge’ worden, zoals gedefinieerd in de Amerikaanse wet- en regelgeving, en waarschijnlijk niet afhankelijk worden van Amerikaanse publieke voorzieningen die zijn voorbehouden aan Amerikanen die daarvoor in aanmerking komen”, aldus het ministerie.
Consulaten moeten strenger controleren
De pauze moet de Amerikaanse overheid tijd geven om personeel op ambassades en consulaten opnieuw te instrueren. De beoordeling van de financiële positie van immigranten moet daardoor consequenter worden.
Volgens het ministerie moeten consulaire medewerkers „volledig toegerust zijn om iedere visumaanvrager uitgebreid en consequent te beoordelen”.
Wanneer de afspraken weer kunnen beginnen, is vooralsnog onduidelijk. De maatregel past wel in een bredere koers van de regering-Trump om ook de legale immigratie naar de Verenigde Staten strenger te controleren.
De timing is opvallend. Een federale rechter zette enkele dagen eerder een streep door een ander visumbeleid van de regering. Dat beleid had betrekking op aanvragers uit 75 landen en was eveneens bedoeld om mensen te weren van wie werd gevreesd dat zij een beroep zouden doen op publieke voorzieningen.
Rechter zette streep door eerdere maatregel
Rechter Jeannette Vargas, die onder president Joe Biden werd benoemd, oordeelde dat die regeling te ver ging. Volgens haar vormde het beleid een „directe aantasting” van de bevoegdheid van consulaire medewerkers om zelf te beoordelen welke buitenlanders voor een visum in aanmerking komen.
De regering kiest nu dus voor een andere aanpak. In plaats van de beoordeling voor tientallen landen als geheel aan banden te leggen, moeten consulaire medewerkers wereldwijd beter worden getraind om individuele aanvragen te beoordelen.
Tegelijkertijd grijpt Washington ook op andere onderdelen van het visumbeleid in. Volgens de Amerikaanse regering zijn ongeveer 175.000 visa ingetrokken die waren gekoppeld aan mensen die van strafbare feiten werden beschuldigd of daarvoor waren veroordeeld.
Daarnaast bereiden federale autoriteiten volgens The Daily Wire een operatie voor rond maximaal 200.000 buitenlanders. Het gaat om mensen die tussen 2016 en 2026 een toeristen- of zakenvisum kregen en vervolgens in de Verenigde Staten asiel aanvroegen. Hun visa zouden kunnen worden ingetrokken.
‘Asiel is geen achterdeur’
Onderminister van Buitenlandse Zaken Christopher Landau stelde deze week dat het asielstelsel volgens de regering wordt misbruikt om de gewone immigratieregels te omzeilen. „Mensen in de VS en over de hele wereld zijn nep-asielaanvragen zat”, schreef Landau. „Asiel hoort geen achterdeur te zijn om immigratiewetten te omzeilen.”
Volgens hem is asiel juist bedoeld als een beperkte bescherming voor mensen die worden vervolgd vanwege bijvoorbeeld hun ras, religie, nationaliteit, politieke overtuiging of het behoren tot een bepaalde sociale groep.
Ook arbeidsmigratie ligt onder het vergrootglas. De regering heeft een vergoeding van 103.265 dollar voorgesteld voor werkgevers die buitenlandse werknemers via het H-1B-programma willen aantrekken. Trump stelt dat bedrijven dat programma hebben gebruikt om Amerikaanse werknemers te vervangen door goedkopere buitenlandse arbeidskrachten.
Een eerdere poging om een bedrag van 100.000 dollar te vragen, werd door een federale rechter tegengehouden.
















































