Marechaussee rolt smokkelnetwerk op dat opereerde vanuit Breda en Papendrecht

Mensensmokkelaars die migranten vanuit Syrië via Turkije naar Europa brengen, maakten vermoedelijk gebruik van illegale geldstromen vanuit Nederland. De Koninklijke Marechaussee heeft drie mannen uit Breda en Papendrecht aangehouden. Twee van hen zouden dagelijks geld hebben witgewassen en via ondergrondse bankiers hebben verplaatst. Bij invallen in vijf Nederlandse plaatsen werd ruim 130.000 euro contant geld aangetroffen. Volgens de marechaussee maakten de illegale betalingen de smokkelreizen mogelijk.
De nieuwste aanhoudingen vonden plaats op 13 oktober. Die dag pakte de marechaussee twee mannen van 45 en 49 jaar uit Breda op. Een 43-jarige man uit Papendrecht was op 8 september al aangehouden.
Volgens een officieel persbericht richt het onderzoek zich op een netwerk dat migranten vanuit Syrië via Turkije naar Europa smokkelde.
De twee Bredanaars worden verdacht van mensensmokkel. De 49-jarige verdachte zou daarnaast, net als de man uit Papendrecht, betrokken zijn geweest bij witwassen en ondergronds bankieren.
Ruim 130.000 euro gevonden bij invallen
De marechaussee doorzocht vier woningen en drie bedrijfspanden. De acties vonden plaats in Breda, Papendrecht, Woerden, Rotterdam en Delft.
Daarbij namen rechercheurs ruim 130.000 euro aan contant geld in beslag. Ook werden auto's, sieraden, reis- en identiteitsdocumenten en digitale gegevensdragers meegenomen.
Volgens de opsporingsdienst verplaatsten de verdachten zonder vergunning kleine en grote geldbedragen. Dat gebeurde vermoedelijk op dagelijkse basis.
De marechaussee schrijft daarover: "Deze illegale betalingen maakten de smokkelreizen mogelijk."
Het onderzoek staat onder leiding van het Landelijk Parket van het Openbaar Ministerie. De nationaliteit van de drie verdachten is niet bekendgemaakt. Ook is nog onduidelijk hoeveel migranten via het netwerk werden gesmokkeld en hoeveel geld in totaal is verplaatst.
Ondergronds bankieren als betaalmiddel
Een belangrijk onderdeel van de zaak is het zogenoemde ondergrondse bankieren. Daarbij wordt geld buiten het gewone bankwezen om tussen personen of landen verplaatst.
Dat kan bijvoorbeeld via het hawala-systeem. Een klant betaalt geld aan een tussenpersoon in het ene land. Vervolgens zorgt een andere tussenpersoon ervoor dat een vergelijkbaar bedrag elders beschikbaar komt. Daarvoor hoeft niet altijd daadwerkelijk geld over een grens te worden gebracht.
Het systeem kan worden gebruikt voor gewone betalingen tussen familieleden. Maar zonder vergunning en toezicht is het ook aantrekkelijk voor criminelen die de herkomst of bestemming van geld willen verhullen.
Volgens het WODC zijn zulke netwerken de afgelopen jaren steeds ingewikkelder geworden. Ze werken internationaal en maken gebruik van geldkoeriers, tussenpersonen en digitale communicatiemiddelen.
Voor mensensmokkelaars kan deze vorm van betalen aantrekkelijk zijn. Migranten en hun familieleden kunnen daarmee grote bedragen laten overmaken zonder dat die via een gewone bankrekening lopen.
Nederland vaker betrokken bij internationale smokkel
De aanhoudingen in Breda en Papendrecht staan niet op zichzelf. Nederlandse verdachten kwamen eerder naar voren in onderzoeken naar internationale smokkelnetwerken.
In november 2023 werden vijf mensen uit Hengelo en Enschede aangehouden. Zij werden verdacht van betrokkenheid bij een organisatie die Syriërs met vervalste documenten naar Europa hielp.
Volgens de toenmalige berichtgeving konden de kosten van zo'n reis oplopen tot 25.000 euro per persoon.
Ook in juli 2026 werd in Etten-Leur een verdachte aangehouden in een internationaal onderzoek naar mensensmokkel. Dat netwerk zou vooral Syriërs en Egyptenaren vanuit Griekenland via Bulgarije en Roemenië richting Italië hebben gebracht.
Die eerdere zaken laten zien dat Nederland op verschillende manieren betrokken kan raken bij internationale smokkel. Soms gaat het om het organiseren van reizen of het vervalsen van documenten. In de nieuwste zaak ligt de nadruk juist op de geldstromen.
Er is vooralsnog geen bewijs dat de drie onderzoeken betrekking hebben op hetzelfde criminele netwerk.
Europol ziet nieuwe betaalmethoden
Mensensmokkelorganisaties veranderen ondertussen voortdurend hun werkwijze. Volgens het jaarverslag van het Europese politieagentschap Europol gebruiken smokkelaars steeds vaker sociale media om klanten te bereiken en chauffeurs te werven. Ook de betalingen veranderen. Naast contant geld en ondergrondse bankiers worden cryptomunten steeds belangrijker.
Europol schrijft dat sommige hawala-netwerken inmiddels cryptovaluta gebruiken om betalingen te verwerken. Andere organisaties schakelen tussen contant geld, digitale munten en tussenpersonen.
Daardoor kan een smokkelorganisatie verspreid zijn over verschillende landen. De personen die reizen organiseren, de chauffeurs en de mensen die betalingen verwerken, hoeven elkaar niet allemaal rechtstreeks te ontmoeten. Dat maakt het voor opsporingsdiensten moeilijker om het volledige netwerk bloot te leggen.
Onderzoek naar ondergronds bankieren vooral gericht op drugsgeld
Het Nederlandse Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum onderzocht vorig jaar hoe ondergrondse bankiers samenwerken met georganiseerde criminaliteit. In ongeveer driekwart van de onderzochte dossiers bleek een directe verwevenheid met drugscriminaliteit te bestaan.
De onderzoekers wezen er tegelijkertijd op dat het beeld wordt beïnvloed door de zaken waarop politie en justitie zich richten. Het onderzoek geeft daardoor geen volledig overzicht van de rol die ondergronds bankieren speelt bij mensensmokkel.
Ook bestaat er geen openbaar landelijk cijfer waaruit blijkt hoeveel geld vanuit Nederland via zulke netwerken naar mensensmokkelaars wordt overgemaakt. De nieuwe zaak laat wel zien dat de marechaussee inmiddels specifiek onderzoek doet naar de financiële ondersteuning van smokkelreizen.
Eerdere smokkelzaak toont problemen bij vervolging
Hoe ingewikkeld de aanpak van geldstromen kan zijn, bleek begin dit jaar bij een grote strafzaak in Overijssel. Daar veroordeelde de rechtbank op 27 januari een Eritrese mensensmokkelaar tot twintig jaar gevangenisstraf. Hij had jarenlang leidinggegeven aan een organisatie die migranten vanuit Libië over de Middellandse Zee naar Europa bracht.
Volgens de uitspraak werden migranten in kampen mishandeld en afgeperst. Familieleden moesten soms geld betalen voordat de slachtoffers verder mochten reizen. De verdachte werd veroordeeld voor mensensmokkel, afpersing en het leiden van een criminele organisatie.
De vervolging voor witwassen en daarmee samenhangende onderdelen over hawala-bankieren kon echter niet doorgaan. Dat kwam doordat Ethiopië hem niet voor die specifieke verdenkingen aan Nederland had uitgeleverd.
De rechtbank stelde bovendien dat niet kon worden bewezen dat de veroordeelde rechtstreeks samenwerkte met de in Nederland onderzochte geldkoeriers.
Die zaak toont aan dat het blootleggen van een smokkelorganisatie niet automatisch betekent dat ook alle financiële schakels strafrechtelijk kunnen worden aangepakt.
Nieuwe arrestaties, maar omvang netwerk nog onbekend
Het onderzoek naar de drie verdachten uit Breda en Papendrecht loopt ondertussen door. De marechaussee heeft niet bekendgemaakt hoeveel smokkelreizen via hun betalingen mogelijk zijn gemaakt of hoe lang het netwerk actief was.
Ook is onbekend of het in beslag genomen geld volledig afkomstig is uit mensensmokkel. Dat moet verder onderzoek uitwijzen. Wel maakt de zaak duidelijk dat de financiële organisatie achter internationale smokkelroutes zich ook in Nederland kan bevinden.
Terwijl migranten duizenden kilometers afleggen vanuit Syrië via Turkije naar Europa, worden de betalingen voor hun reis volgens de marechaussee mede mogelijk gemaakt door personen die vanuit Nederlandse steden opereren.
Het Landelijk Parket onderzoekt nu welke rol de drie verdachten daarin precies hebben gespeeld.



















































