Wilders eist actie na ‘October 7’-shirt in Amsterdamse Albert Heijn

Geert Wilders heeft Kamervragen gesteld aan de minister-president over een man die volgens het Centrum Informatie- en Documentatie Israël (CIDI) met een rood ‘October 7’-shirt door een Albert Heijn in Amsterdam-West liep. Het zou gaan om het filiaal aan de Jan Evertsenstraat. Wilders wil onder meer weten waarom niet direct werd ingegrepen en welke maatregelen mogelijk zijn tegen de man. Niet alle letters op het T-shirt zijn zichtbaar, waardoor niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat er daadwerkelijk ‘October 7’ staat.
Het CIDI schreef over de gebeurtenis: ‘Palestina-sympathisanten in Amsterdam-West doen al niet eens meer moeite om hun trots over de moordpartij van 7 oktober 2023 te verbergen: een klant loopt ongestoord door de Albert Heijn in de Jan Evertsenstraat in een T-shirt waar met grote letters ‘October 7’ achterop staat.’ Bij hetzelfde filiaal stond op 16 oktober 2023 al de omstreden leus ‘from the river to the sea’ geschreven. Wilders verwijst in zijn vragen naar de Hamas-terreuraanslag van 7 oktober 2023, waarbij 1.200 Israëlische burgers werden gemarteld, verkracht en vermoord.
Wilders wil weten waarom niet is ingegrepen
De PVV-leider vraagt de premier of hij de volgens Wilders openlijke steun voor de terreuraanslag eveneens afwijst. Hij noemt het ‘walgelijk, schandalig en volstrekt ontoelaatbaar’ en spreekt van islamitisch antisemitisme. Ook vraagt hij waarom Albert Heijn volgens hem niet heeft ingegrepen en waarom de autoriteiten niet direct tegen de man hebben opgetreden.
Wilders wil daarnaast weten of de overheid bereid is de man te identificeren, op te sporen, te arresteren en te vervolgen. Hij vraagt daarbij of alle middelen die de Nederlandse staat ter beschikking heeft tegen hem kunnen worden ingezet. Ook stelt hij de vraag of de man na een eventuele veroordeling kan worden gedenaturaliseerd en Nederland kan worden uitgezet.
Ook vragen over verblijfsrecht en gezin
In zijn Kamervragen trekt Wilders de zaak breder. Hij vraagt of steun aan terrorisme of het verheerlijken van 7 oktober een absolute uitsluitingsgrond kan worden bij naturalisatie en verblijfsrecht. Bestaande verblijfsvergunningen zouden volgens zijn vraagstelling op die grond moeten kunnen worden ingetrokken.
Verder stelt Wilders dat de integratie en opvoeding van deze man volgens hem ‘evident hopeloos is mislukt’. Hij vraagt daarom ook welke gevolgen dit zou moeten hebben voor het gezin waarvan de man afkomstig is. Daarnaast wil hij weten of politie, het Openbaar Ministerie, gemeenten en andere autoriteiten instructies moeten krijgen om harder op te treden tegen soortgelijke uitingen.
Wilders vraagt de minister-president ten slotte of hij met Albert Heijn in gesprek wil gaan over het optreden tegen dergelijke gevallen. Ook vraagt hij of de premier zijn vragen, vanwege wat hij het urgente karakter van de zaak noemt, binnen 48 uur wil beantwoorden.

















































