Nederlandse kolencentrales draaien op volle toeren: stroomproductie nu al hoger dan heel 2024

Nederlandse kolencentrales maken dit jaar opvallend veel draaiuren. Tot en met 14 augustus werd al meer elektriciteit uit steenkool opgewekt dan in heel 2024. De hoge energieprijzen en een grotere vraag vanuit het buitenland spelen daarbij een belangrijke rol. Vooral België heeft extra Nederlandse stroom nodig, meldt NOS.
Dat blijkt uit cijfers van het Nationaal Energiedashboard, waarover het Financieele Dagblad bericht. De productie ligt nog onder het niveau van heel 2025. Toch lijkt de kans groot dat ook dat jaar wordt ingehaald. De maanden waarin kolencentrales doorgaans het hardst nodig zijn, moeten immers nog komen.
In de herfst en winter stijgt normaal gesproken de vraag naar elektriciteit. Tegelijk leveren zonnepanelen minder stroom. Ook kan de opbrengst van windenergie sterk schommelen. Gas- en kolencentrales kunnen dan bijspringen.
Kolen aantrekkelijker door hoge gasprijs
De huidige opleving doet denken aan de energiecrisis van 2022. Na de Russische inval in Oekraïne schoot de gasprijs omhoog. Elektriciteit maken met kolen werd daardoor financieel aantrekkelijker.
Een vergelijkbare ontwikkeling doet zich nu voor door de oorlog in Iran. Gas is opnieuw duurder geworden. Daardoor kunnen kolencentrales vaker concurreren met gascentrales, ondanks de hogere CO2-kosten die bij het verbranden van steenkool komen kijken.
Steenkool geldt als de meest vervuilende fossiele brandstof voor elektriciteitsproductie. Nederlandse kolencentrales moeten daarom volgens de huidige wet uiterlijk in 2030 stoppen.
België trekt Nederlandse elektriciteit over de grens
Niet alleen de Nederlandse vraag houdt de centrales bezig. Ook vanuit het buitenland is meer behoefte aan elektriciteit. „Kolencentrales springen ook bij omdat de vraag naar stroom vanuit het buitenland is toegenomen”, zegt Martien Visser, emeritus lector energietransitie aan de Hanzehogeschool in Groningen. „We exporteren veel stroom naar het buitenland.”
Vooral België speelt daarin een rol. Twee grote Belgische kerncentrales zijn in onderhoud. Daardoor moest het land in de eerste helft van het jaar meer elektriciteit uit andere landen halen. Nederlandse kolencentrales produceren zo niet alleen voor huishoudens en bedrijven in eigen land. Een deel van de opgewekte elektriciteit verdwijnt direct over de grens.
Minder gas verbranden
Volgens Visser hoeft de hogere inzet van kolencentrales op dit moment niet uitsluitend negatief te worden bekeken. Binnen Europa bestaan afspraken over de totale uitstoot van broeikasgassen. Als de uitstoot op de ene plaats hoger uitvalt, moet die elders binnen het systeem worden beperkt.
„Niet in alle landen gaat de energietransitie even snel”, zegt Visser. „Beter dit dan de bruinkoolcentrales in Duitsland die nog vervuilender zijn.”
Daar komt volgens hem bij dat Nederland door kolen te stoken minder aardgas hoeft te gebruiken voor de elektriciteitsproductie. Dat gas kan vervolgens worden opgeslagen voor de koudere maanden. „Door het gebruik van kolencentrales besparen we 60 miljoen kuub gas. Dat kunnen we gebruiken om onze gasvoorraden aan te vullen.”
Daarmee ontstaat een opvallende situatie. Terwijl Nederland de elektriciteitsproductie uit kolen uiterlijk in 2030 wil beëindigen, spelen dezelfde centrales in 2026 opnieuw een belangrijke rol in de energievoorziening. Hoge gasprijzen, buitenlandse vraag en de behoefte aan regelbaar vermogen geven steenkool voorlopig weer een grotere plek in de Nederlandse energiemix.
















































