Syriër (25) krijgt eigen woonplek in Nederland na jarenlang veilig leven in Turkije

De 25-jarige Ammar Dale Bsal uit Syrië heeft na een lange asielprocedure een eigen woonplek gekregen in Middelburg. Voordat hij naar Nederland kwam, woonde en werkte hij zes jaar lang in Turkije. Daarna reisde hij via Griekenland naar Nederland. Hier verbleef hij twee jaar in een noodopvang met bijna tweehonderd andere mannen, meldt Omroep Zeeland.
Sinds twee maanden woont Ammar in een pand in de binnenstad van Middelburg. Daar worden meerdere mensen met een verblijfsvergunning gehuisvest. Zijn eigen kamer heeft onder meer een keukenblok, een bank, een televisie, een tweepersoonsbed en een badkamer. „Welkom in mijn paradijs”, zegt hij bij Omroep Zeeland wanneer hij zijn woonruimte laat zien.
Jarenlang in Turkije
Ammar groeide op in Syrië en zat nog op de basisschool toen daar de oorlog uitbrak. Op zijn blog beschrijft hij hoe hij als kind bombardementen meemaakte en samen met zijn moeder uren in de rij stond voor brood. Ook schrijft hij dat zijn beste vriend door terroristen werd gerekruteerd.
In 2017 verliet Ammar Syrië. Hij vluchtte te voet naar Turkije. Daar woonde en werkte hij vervolgens jarenlang. Volgens Ammar voelde hij zich uiteindelijk ook in Turkije niet meer veilig.
In 2023 vertrok hij daarom opnieuw. Hij maakte de overtocht naar Griekenland en reisde vervolgens door naar Nederland. Via opvanglocaties in onder meer Ter Apel, Budel en Amsterdam belandde hij uiteindelijk in Zeeland.
Twee jaar in noodopvang
In Middelburg kwam Ammar terecht in noodopvang Studio A58. Zelf omschrijft hij die plek achteraf als „de hel”. Hij sliep er in een container zonder raam, die hij met drie andere mannen deelde. De container stond in een grote hal waar in totaal 187 andere mannen verbleven. Volgens Ammar was het er 's nachts regelmatig rumoerig en ontstonden er ruzies. Vooral het gebrek aan frisse lucht en privacy vielen hem zwaar. Ook moest hij in de rij staan om naar het toilet te kunnen.
Twee maanden geleden veranderde zijn situatie. Ammar kreeg een verblijfsvergunning voor drie jaar en mocht de noodopvang verlaten. Hij kreeg een eigen kamer in Middelburg.
Vooral zijn eigen badkamer betekent veel voor hem. „Dat was mijn droom, dat ik niet meer in de rij hoef te staan om naar de wc te gaan”, zegt hij. „Vroeger zei ik: ‘ik woon in de hel’. Maar als mensen nu vragen waar ik woon, zeg ik: ‘mijn paradijs.’”
Gemeenten moeten achterstand wegwerken
De huisvesting van Ammar maakt deel uit van een bredere opdracht voor gemeenten. Het Rijk bepaalt ieder halfjaar hoeveel statushouders gemeenten aan woonruimte moeten helpen. In Zeeland ontstond de afgelopen jaren een achterstand.
De Zeeuwse gemeenten moeten momenteel nog woonruimte regelen voor 174 statushouders, boven op de nieuwe halfjaarlijkse taakstellingen. Gemeenten werken daarvoor samen met woningcorporaties. Onder meer flexwoningen en gedeelde woningen worden ingezet. Ook het pand waarin Ammar verblijft, is zo'n gedeelde locatie.
Goes heeft de taakstelling voor dit jaar inmiddels gehaald. Wethouder Johnny Lukasse wijst daarbij op de samenwerking met woningcorporatie Beveland Wonen. „We overleggen continu met elkaar om te kijken waar ruimte is. Als er dan een vraag komt, kunnen we snel handelen.”
In andere gemeenten blijft de zoektocht lastiger. Schouwen-Duiveland heeft bijvoorbeeld nog een aanzienlijke achterstand. Daar worden tijdelijk ook hotelkamers gebruikt. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan nieuwbouw en overweegt de gemeente zelf woningen te kopen voor tijdelijke huisvesting.
















































