NAVO gaat topbestuurders voorbereiden op grootschalige ontwrichting van de samenleving

De NAVO is voor het eerst begonnen met een speciale opleiding voor hoge militaire en civiele leiders over de voorbereiding op grote crises. Deelnemers leren hoe landen essentiële voorzieningen draaiende kunnen houden bij bijvoorbeeld sabotage, cyberaanvallen of een militair conflict. Ook moeten overheden, krijgsmachten en bedrijven beter leren samenwerken wanneer meerdere systemen tegelijk uitvallen.
Lees ook

NAVO-chef Rutte gaat rechtse verkiezingswinsten negeren: steun aan Oekraïne moet doorgaan
De zogenoemde Executive Resilience Course ging woensdag 23 september van start. De opleiding is opgezet door de afdeling Defensiebeleid en Planning van de NAVO en het Nederlandse Instituut Clingendael. De deelnemers komen onder meer uit overheden, krijgsmachten, het bedrijfsleven, beheerders van kritieke infrastructuur, de wetenschap en maatschappelijke organisaties.
Tijdens de opleiding komen nieuwe dreigingen, kritieke infrastructuur, essentiële voorzieningen en samenwerking tussen burgers en militairen aan bod. Ook wordt gekeken hoe een samenleving kan blijven functioneren tijdens een langdurige crisis. NAVO-plaatsvervangend secretaris-generaal Radmila Shekerinska onderstreepte bij de opening het belang daarvan. „Weerbaarheid is cruciaal voor onze vrede en stabiliteit”, zei zij. Deelnemers leren volgens haar hoe civiele mogelijkheden kunnen worden ingezet die „essentieel zijn voor onze afschrikking en verdediging”.
Niet alleen tanks en militairen
De nieuwe cursus past in een bredere koers binnen de NAVO. Het bondgenootschap wil dat lidstaten zich niet alleen militair voorbereiden op conflicten. Ook elektriciteit, drinkwater, voedsel, gezondheidszorg, communicatie en vervoer moeten tijdens een crisis beschikbaar blijven. Militairen zijn voor hun inzet bovendien sterk afhankelijk van gewone wegen, havens, spoorlijnen, energiebedrijven, telecomnetwerken en commerciële leveranciers.
Dat beleid is kort voor de start van de opleiding verder aangescherpt. Op 15 september publiceerde de NAVO voor het eerst haar volledige vernieuwde eisen voor nationale weerbaarheid. Daarin worden onder meer fysieke aanvallen op burgers en infrastructuur, sabotage, cyberaanvallen, strategische afhankelijkheden en extreem weer genoemd als risico's waarop landen zich moeten voorbereiden. Ook moet worden nagedacht over noodvoorraden, alternatieve communicatiemiddelen en het snel herstellen van beschadigde infrastructuur.
Een opvallend onderdeel is de voorbereiding op grote aantallen slachtoffers. Landen moeten volgens de nieuwe richtlijnen plannen hebben om hun zorgstelsel ook tijdens een zware crisis te laten functioneren. Daarbij horen voldoende medicijnen, medische hulpmiddelen en bloedvoorraden. Voor voedsel en water verlangt de NAVO eveneens noodplannen die regelmatig worden geoefend.
Ook bedrijven krijgen daarin een grotere rol. Veel infrastructuur waarvan zowel burgers als militairen afhankelijk zijn, is immers in handen van particuliere ondernemingen. De NAVO wil daarom dat overheden en bedrijven vooraf afspraken maken over bijvoorbeeld energie, vervoer, telecom, voedselvoorziening en herstelwerkzaamheden tijdens een crisis.
Miljarden voor weerbaarheid
De grotere aandacht voor crisisvoorbereiding hangt ook samen met de afspraken die de NAVO-landen in 2025 tijdens de top in Den Haag maakten. De lidstaten spraken toen af richting 2035 in totaal 5 procent van hun bruto binnenlands product te kunnen besteden aan defensie en bredere veiligheidsuitgaven. Minstens 3,5 procent is bedoeld voor de eigenlijke defensie. Tot 1,5 procent kan worden meegeteld voor onder meer kritieke infrastructuur, civiele voorbereiding en maatschappelijke weerbaarheid.
De NAVO koppelt die civiele voorbereiding rechtstreeks aan haar militaire plannen. Wegen en spoor moeten bijvoorbeeld beschikbaar blijven om troepen en materieel te verplaatsen, terwijl burgers tegelijkertijd van vervoer afhankelijk zijn. Ook moet bij uitval van telecom of energie vooraf duidelijk zijn welke diensten voorrang krijgen. Volgens de NAVO kunnen problemen in één land bovendien snel gevolgen hebben voor andere bondgenoten.
Nederland werkt ondertussen aan een vergelijkbare aanpak voor burgers en bedrijven. Met de campagne Denk vooruit vraagt het kabinet huishoudens om zich minimaal 72 uur zelf te kunnen redden wanneer stroom, water of internet uitvalt. Bedrijven worden sinds 2026 eveneens aangespoord een draaiboek te maken voor de eerste drie dagen van een grote verstoring. De overheid werkt daarnaast aan nieuwe crisisplannen voor onder meer energie, drinkwater, spoor en voedselvoorziening.
De eerste NAVO-cursus maakt daarmee zichtbaar hoe breed de voorbereiding op een mogelijke crisis inmiddels wordt opgevat. Het gaat niet alleen om de krijgsmacht. De gedachte achter het nieuwe beleid is juist dat een militaire verdediging alleen kan functioneren wanneer ook de rest van de samenleving blijft draaien.






















































