Van den Brink krijgt ‘rillingen’ van geweld Syrische straatgroepen, maar uitzetten blijft ‘ontzettend moeilijk’

Asielminister Bart van den Brink (CDA) zegt geschokt te zijn door het geweld en de overlast van groepen jonge Syrische asielzoekers. Tegelijkertijd erkent hij dat het bijzonder lastig is om afgewezen asielzoekers daadwerkelijk uit Nederland te krijgen. Voor plannen met terugkeerhubs in derde landen verwacht hij binnen twee maanden meer duidelijkheid.
Van den Brink reageerde zondag in WNL Op Zondag op berichten over jonge Syriërs die in verschillende gemeenten betrokken zijn bij intimidatie, diefstal en geweld. Volgens de minister lopen de „rillingen” over zijn lijf bij dergelijke incidenten. De problemen spelen onder meer in Den Bosch en Arnhem. In Arnhem raakten in september drie mensen gewond bij geweld waarbij Syrische jongeren betrokken waren. Burgemeester Ahmed Marcouch drong vervolgens aan op snellere procedures en vertrek van jongeren die geen recht hebben om in Nederland te blijven.
Van den Brink zegt dat zijn ministerie samenwerkt met gemeenten, politie, Openbaar Ministerie, IND en de Dienst Terugkeer en Vertrek om probleemgevallen in beeld te krijgen en waar mogelijk vertrek te organiseren.
Juist daar zit volgens de minister een belangrijk knelpunt. Het daadwerkelijk terugsturen is „ontzettend moeilijk”. In afwachting daarvan vindt hij dat betrokken asielzoekers zich in Nederland als gasten moeten gedragen.
De minister benadrukt tegelijkertijd dat de overlast niet representatief is voor alle Syriërs in Nederland. Ook Syriërs die hier wel hun leven hebben opgebouwd en zich aan de regels houden, ergeren zich volgens hem aan het gedrag van deze groepen. De incidenten hebben volgens Van den Brink bovendien gevolgen voor het maatschappelijke draagvlak voor de opvang van asielzoekers.
Het kabinet werkt ondertussen aan wetgeving om vreemdelingen die hun eigen terugkeer bewust frustreren strafbaar te stellen. Daarmee wil Van den Brink meer mogelijkheden creëren om op te treden tegen mensen die niet mogen blijven, maar niet meewerken aan vertrek.
Daarnaast kijkt het kabinet naar terugkeerhubs buiten de Europese Unie. Afgewezen asielzoekers zouden via dergelijke locaties in derde landen kunnen worden opgevangen in afwachting van verdere terugkeer. Over de haalbaarheid daarvan verwacht Van den Brink binnen ongeveer twee maanden meer duidelijkheid. In november staan verdere gesprekken gepland. Actieve remigratie van overlastgever wordt door het kabinet echter niet benoemd als eventuele oplossing.




















































