Brussel wil geldstromen rond Moslimbroederschap aanpakken

Dat levert een opvallende tegenstelling op. Het Parlement vraagt de Europese Commissie om alle Europese geldstromen naar verdachte organisaties in kaart te brengen. Maar de Raad van Europa, een aparte internationale organisatie waarvan ook Nederland lid is, valt buiten die opdracht. Juist via die instelling kreeg FEMYSO de afgelopen jaren meerdere subsidies.
Lees ook

Polen verlaagt btw op benzine en diesel van 23 naar 8 procent: Brussel dreigt met ingrijpen
Dat levert een opvallende tegenstelling op. Het Parlement vraagt de Europese Commissie om alle Europese geldstromen naar verdachte organisaties in kaart te brengen. Maar de Raad van Europa, een aparte internationale organisatie waarvan ook Nederland lid is, valt buiten die opdracht. Juist via die instelling kreeg FEMYSO de afgelopen jaren meerdere subsidies.
De resolutie werd op 8 oktober aangenomen met 381 stemmen voor, 167 tegen en 15 onthoudingen. De tekst vraagt de Raad om personen en organisaties die aan de Moslimbroederschap zijn verbonden op de Europese terreurlijst te zetten wanneer zij aan de wettelijke criteria voldoen.
Ook moet de Europese Commissie volgens het Parlement een volledig overzicht maken van EU-geld dat terechtkwam bij personen en organisaties die worden verdacht van banden met de Moslimbroederschap of de politieke islam. Daarbij moeten bedragen, programma's en subsidieovereenkomsten openbaar worden gemaakt.
FEMYSO wordt daarbij nadrukkelijk genoemd. Het Parlement wil dat de organisatie geen toegang meer krijgt tot de Europese instellingen en uit het Transparantieregister wordt verwijderd.
De resolutie stelt tegelijkertijd vast dat FEMYSO sinds 2019 geen rechtstreeks EU-geld meer ontving. Volgens de tekst zou de organisatie wel via samenwerkingsverbanden en consortia van maatschappelijke organisaties van Europees geld hebben geprofiteerd.
Straatsburg subsidieert FEMYSO wel
Daar zit een belangrijke blinde vlek. De Raad van Europa is geen onderdeel van de Europese Unie en valt daarom niet onder dezelfde begroting.
De European Youth Foundation, het jeugdfonds van de Raad van Europa, kende FEMYSO voor 2026 een subsidie van 56.776 euro toe voor het programma Students as changemakers: strengthening representation and narrative power.
Daarnaast kreeg de organisatie een structurele subsidie van 37.780 euro voor de periode 2026-2027. Dat bedrag moet niet volledig als subsidie voor alleen 2026 worden gezien.
Uit eerdere subsidielijsten blijkt bovendien dat FEMYSO sinds 2014 voor bijna 300.000 euro aan steun van het jeugdfonds kreeg. Het gaat om structurele subsidies, werkplannen en internationale activiteiten.
Nederland betaalt als lidstaat mee aan de Raad van Europa. De Nederlandse bijdrage aan de organisatie bedraagt in 2026 ruim 17 miljoen euro. Hoeveel daarvan precies bij het jeugdfonds terechtkomt, is uit de beschikbare gegevens niet af te leiden.
Ook EU-geld liep eerder via Raad van Europa
De scheiding tussen Brussel en Straatsburg is bovendien niet altijd zo duidelijk als zij op papier lijkt. De Europese Unie financiert namelijk ook gezamenlijke projecten met de Raad van Europa. Volgens gegevens van de Raad komt ongeveer 78 procent van het geld voor die gezamenlijke programma's van de EU.
Via zo'n constructie kwam ook de omstreden hijabcampagne uit 2021 tot stand. De campagne met de boodschap dat vrijheid ook in het dragen van een hijab kon liggen, ontstond binnen het project WE CAN for human rights speech. Dat project werd mede betaald uit een EU-programma.
FEMYSO zegt zelf twee online workshops te hebben geleid waaruit de campagne voortkwam. Na politieke ophef werd de campagne ingetrokken. Frankrijk riep Europese instellingen later op FEMYSO niet langer financieel te steunen.
Daarmee ontstaat precies het probleem waarop de nieuwe resolutie mogelijk geen volledig antwoord geeft: als de Commissie alleen naar rechtstreekse EU-subsidies kijkt, kunnen geldstromen via andere Europese instellingen buiten beeld blijven.
FEMYSO zat ook in adviesstructuur
Opvallend is verder dat vertegenwoordigers van FEMYSO in het verleden zelf zitting hadden in de jongerenstructuren van de Raad van Europa.
Over subsidies van het jeugdfonds beslist een commissie waarin zowel regeringsvertegenwoordigers als jongerenorganisaties zitten. FEMYSO zegt dat verschillende eigen vertegenwoordigers in de afgelopen jaren functies hadden binnen de Adviesraad Jeugd en de commissie die subsidieaanvragen beoordeelt.
De regels bepalen wel dat leden niet mogen meebeslissen over aanvragen van hun eigen organisatie. Uit de beschikbare informatie blijkt niet dat FEMYSO-vertegenwoordigers dat verbod hebben overtreden.
Opvallende Nederlandse draai
De resolutie verwijst ook rechtstreeks naar Nederland. In maart nam de Tweede Kamer met 76 tegen 74 stemmen een motie van PVV'ers Boon en Wilders aan die het kabinet oproept de Moslimbroederschap en gelieerde organisaties in Nederland te verbieden. D66 en CDA stemden in Den Haag tegen die motie.
In het Europees Parlement stemden de drie Europarlementariërs van D66 en de drie van het CDA vervolgens wél voor de resolutie waarin juist naar die Nederlandse motie wordt verwezen. GroenLinks-PvdA, Volt en de Partij voor de Dieren stemden tegen.
FEMYSO bestrijdt beschuldigingen
Daarbij blijft belangrijk dat een politieke resolutie geen rechterlijke vaststelling is. FEMYSO ontkent banden met de Moslimbroederschap en spreekt van een ongekende „heksenjacht”. Ook andere genoemde organisaties bestrijden de beschuldigingen.
Een Frans overheidsrapport heeft FEMYSO wel omschreven als de jongerentak van een netwerk dat aan de Moslimbroederschap wordt gekoppeld, maar Nederland heeft FEMYSO niet als verboden of terroristische organisatie aangemerkt.
Ook de resolutie zelf is niet bindend. De lidstaten beslissen uiteindelijk over opname op de Europese terreurlijst.
De politieke boodschap uit Brussel is desondanks duidelijk: Europese geldstromen naar organisaties rond de politieke islam moeten veel beter worden gecontroleerd. De vraag is nu of de Commissie daarbij alleen naar haar eigen subsidieboekhouding kijkt, of ook naar EU-geld dat via instellingen als de Raad van Europa zijn weg naar dezelfde organisaties vindt.



















































