D66-minister wil cultuursubsidies verder buiten directe politieke controle plaatsen

D66-minister Rianne Letschert wil een groot deel van de cultuursubsidies die nu rechtstreeks via haar ministerie lopen, onderbrengen bij zelfstandige rijkscultuurfondsen. In een interne beslisnota staat dat zij subsidietaken „zoveel als mogelijk bij de fondsen” wil beleggen. Ook moeten op termijn de loketten voor vrijwel alle functies uit de culturele basisinfrastructuur verhuizen naar die fondsen.
Daarmee komt de dagelijkse subsidieverdeling verder van het ministerie te staan. De Tweede Kamer kan de minister wel blijven aanspreken op het stelsel en de begroting, maar beslist nu al niet over afzonderlijke subsidieaanvragen.
De plannen staan in de nieuwe cultuurvisie die Letschert vorige week naar de Kamer stuurde. Definitieve keuzes moeten rond de zomer van 2027 volgen. Het nieuwe stelsel moet vanaf 2029 ingaan.
Subsidietaken ‘zoveel als mogelijk’ naar fondsen
De formulering in de beslisnota van vorige maand is duidelijk. „U heeft aangegeven de subsidietaken zoveel als mogelijk bij de fondsen te willen beleggen”, schrijven ambtenaren aan Letschert.
Het uitgangspunt is vervolgens dat „op termijn de loketten voor alle functies uit de basisinfrastructuur (bis) verplaatsen naar de rijkscultuurfondsen”, tenzij er voor bepaalde instellingen zwaarwegende redenen zijn om dat niet te doen. Hoe die nieuwe taak precies juridisch wordt vastgelegd, moet nog worden uitgewerkt.
De zes bestaande rijkscultuurfondsen zijn zelfstandige bestuursorganen. Zij bepalen zelf hun procedures en subsidiecriteria binnen de wettelijke en financiële kaders die de overheid stelt.
Honderden miljoenen in het spel
In de OCW-begroting voor 2027 staat bijna 290 miljoen euro voor vierjarige instellingen binnen de culturele basisinfrastructuur. Daarnaast gaat ruim 350 miljoen euro naar de cultuurfondsen zelf.
Niet die volledige 290 miljoen euro verhuist straks automatisch naar de fondsen. Letschert wil enkele categorieën juist onder directe verantwoordelijkheid van het ministerie houden.
Daarbij gaat het volgens haar Kamerbrief onder meer om symfonieorkesten, operagezelschappen en ondersteunende instellingen met landelijke kennis- of coördinatietaken. Alleen „zwaarwegende beleidsmatige belangen” zijn volgens de minister reden om een instelling rechtstreeks onder het ministerie te houden.
Hoe groot het bedrag wordt dat uiteindelijk daadwerkelijk naar de fondsen verschuift, is nog niet bekend.
Zes fondsen mogelijk terug naar drie
Tegelijk wil Letschert ook het fondsenstelsel zelf verbouwen. Adviesbureau BMC onderzocht in opdracht van OCW hoe de zes bestaande rijkscultuurfondsen kunnen worden samengevoegd. Het bureau stelt drie grotere fondsen voor. Zo zouden onder meer het Filmfonds, Letterenfonds en Stimuleringsfonds Creatieve Industrie samenkomen in één fonds voor creatieve industrie. Het Fonds Podiumkunsten en het Mondriaan Fonds zouden stapsgewijs samengaan in een fonds voor kunst en erfgoed.
Letschert wil een kwartiermaker aanstellen om die structuur verder uit te werken.
Hoeveel de reorganisatie gaat kosten, is nog niet duidelijk. Haar ambtenaren schrijven dat „nog geen sluitende inschatting van de kosten” kan worden gemaakt zolang het definitieve model niet vaststaat.
De minister volgt daarmee ook niet volledig het advies van de Raad voor Cultuur. Die adviseerde eerder om uiteindelijk naar één groot rijkscultuurfonds toe te werken. Letschert kiest vooralsnog voor meerdere gespecialiseerde fondsen.
Fondsen krijgen mogelijk ook meer vrijheid
Naast de reorganisatie ligt er nog een tweede wetswijziging. Letschert heeft een voorstel ingediend waarmee cultuursubsidies maximaal acht jaar kunnen lopen in plaats van vier. De Raad voor Cultuur adviseerde om bij de fondsen juist een maximale termijn van vier jaar te houden.
De regering neemt dat advies niet over. Volgens het advies van de Raad van State wil het kabinet de fondsen op dit punt „de vrije hand” laten. De Raad van State vroeg daarbij wel om beter uit te leggen waarom die extra vrijheid nodig is. Het wetsvoorstel moet nog door beide Kamers.
Politiek verder op afstand
Het kabinet presenteert de veranderingen als een manier om het cultuurbestel eenvoudiger te maken en kunst meer op afstand van de politiek te plaatsen. In het eigen persbericht spreekt OCW over „sterkere rijkscultuurfondsen met meer verantwoordelijkheid”.
Die afstand tot de politiek is op zichzelf niet nieuw. Ook nu beoordeelt de Tweede Kamer geen individuele subsidieaanvragen. De minister verdeelt de huidige basisinfrastructuur bovendien op advies van de Raad voor Cultuur. De Kamer houdt vooral grip via de begroting, wetgeving en politieke controle op de minister.
Wel verandert de bestuurlijke lijn wanneer meer subsidiebesluiten rechtstreeks bij zelfstandige fondsen terechtkomen. De minister blijft verantwoordelijk voor het stelsel en het beschikbare geld, maar staat verder af van afzonderlijke toekenningen.
Opvallend is dat de beslisnota die deze overheveling beschrijft niet ingaat op wat dat concreet betekent voor de controlerende rol van de Kamer.
De precieze verdeling van verantwoordelijkheden moet bovendien nog worden uitgewerkt. Definitieve besluiten over het nieuwe stelsel worden pas in 2027 verwacht.


















































