Moslimgemeenschappen willen Oostenrijks hoofddoekverbod negeren

Verschillende moslimgemeenschappen in Oostenrijk zeggen dat zij het nieuwe hoofddoekverbod voor meisjes onder de 14 jaar niet willen naleven. De maatregel gaat op 7 september in Wenen, Neder-Oostenrijk en Burgenland in. Een week later volgen de andere deelstaten. Naar schatting kunnen maximaal 12.000 leerlingen met het verbod te maken krijgen. meldt Kronen Zeitung.
De Oostenrijkse overheid wil met de wet voorkomen dat jonge meisjes onder religieuze of ideologische druk een hoofddoek dragen. Scholen zijn verplicht om overtredingen te melden en de regels toe te passen. De discussie zorgt voorafgaand aan het nieuwe schooljaar al voor spanningen. Vooral de vraag hoe scholen moeten omgaan met ouders die weigeren mee te werken, leidt tot zorgen.
Leraren vrezen conflicten
Paul Kimberger, voorzitter van een christelijke vakbond voor leraren, steunt het verbod als maatregel tegen de politieke islam. Hij waarschuwt tegelijk dat leraren en schooldirecteuren niet alleen tegenover vijandige families mogen komen te staan. Volgens hem kan overleg in sommige gevallen weinig opleveren.
'Het heeft weinig zin als een schooldirecteur gaat praten met de vader van een meisje die salafist is. Met een salafist praten over het hoofddoekverbod zal waarschijnlijk niets opleveren', aldus Kimberger.
Leraren mogen een hoofddoek niet zelf bij een leerling verwijderen. Eerst moet de schoolleiding met het meisje en haar ouders praten. Als de overtreding doorgaat, wordt de verantwoordelijke onderwijsautoriteit ingeschakeld. Ouders die daarna blijven weigeren, kunnen uiteindelijk een bestuurlijke boete krijgen van 150 tot 800 euro.
Druk op jonge meisjes
Voormalig lerares en auteur Susanne Wiesinger ondersteunt het verbod eveneens. Zij wijst op gevallen waarin meisjes volgens haar onder druk werden gezet om zich volgens islamitische kledingregels te kleden. 'De meisjes doen het niet uit eigen vrije wil, maar omdat ze anderen tevreden willen stellen, omdat hun families druk op hen uitoefenen, omdat ze willen provoceren, of omdat ze goede moslims willen zijn.'
Ook onderzoeker Susanne Schröter beschreef problemen rond islamitische kledingvoorschriften. Zij onderzocht tien scholen in de Berlijnse wijk Neukölln. Daarbij vond ze voorbeelden van meisjes die werden bekritiseerd, buitengesloten, bedreigd of gepest omdat hun kleding als onvoldoende islamitisch werd gezien.
Religieuze regels boven Oostenrijkse wet
De discussie speelt tegen de achtergrond van onderzoek onder jonge moslims in Wenen. Daaruit bleek dat 41 procent van de moslimrespondenten tussen 14 en 21 jaar vond dat religieuze regels boven de Oostenrijkse wet zouden moeten staan. Onder christelijke jongeren ging het om 21 procent.
Daarnaast zei 65 procent van de ondervraagde moslimjongeren dat islamitische regels strikt op alle onderdelen van het dagelijks leven moeten worden toegepast. Meer dan de helft steunde het dragen van hoofddoeken door moslimvrouwen in het openbaar. De eerste weken van het nieuwe schooljaar moeten duidelijk maken hoe het verbod in de praktijk wordt gehandhaafd.



























































