Jetten praat met Ghana over teruggave kunststukken, terwijl de herkomst nog niet vaststaat

Premier Rob Jetten heeft in New York met de Ghanese president John Dramani Mahama gesproken over de teruggave van cultureel erfgoed. Ghana wekt de indruk dat Nederland al heeft besloten duizenden voorwerpen terug te geven. Maar de Nederlandse overheid zelf formuleert veel voorzichtiger. Van een besluit om 2.000 stukken af te staan blijkt vooralsnog niets. Sterker nog: van veel objecten is nog niet eens duidelijk hoe ze in Nederland terechtkwamen.
Jetten sprak Mahama tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. „Ook ging het over de teruggave van cultureel erfgoed, en de voortrekkersrol die Ghana speelt in de VN over de omgang met het slavernijverleden”, schreef de premier na afloop. Handel, migratie en de strijd tegen drugscriminaliteit kwamen eveneens aan bod.
Ghana is één van onze belangrijkste partners op het Afrikaanse continent. Met veel concrete samenwerking, zoals op handel, landbouw en de strijd tegen de georganiseerde misdaad. En een partner in het verdedigen van het internationaal recht.
— Rob Jetten (@MinPres) September 24, 2026
Met president Dramani Mahama sprak ik… pic.twitter.com/cai7VmZCMG
Ghana spreekt al over 2.000 terug te geven stukken
De gesprekken over erfgoed lopen al langer. Nederland overhandigde Ghana in juni een catalogus met voorwerpen uit de collectie van het Wereldmuseum die een relatie met Ghana hebben. Volgens de Nederlandse ambassade moet die inventaris vooral duidelijk maken welke objecten mogelijk voor een teruggaveverzoek in aanmerking komen.
De Ghanese regering maakte daar een veel stelliger verhaal van. Minister van Buitenlandse Zaken Samuel Okudzeto Ablakwa zei dat Nederland 2.000 voorwerpen heeft geïnventariseerd „die zij hebben besloten terug te geven aan het moederland”. President Mahama sprak deze week eveneens zijn dank uit voor het „catalogiseren van 2.000 Ghanese artefacten voor teruggave”.
Maar dat is niet wat Nederland officieel heeft aangekondigd. De Nederlandse ambassade schrijft juist dat de exacte herkomst van de voorwerpen „nog niet volledig bekend” is. De catalogus is volgens Nederland het begin van verder onderzoek en overleg, niet een lijst met 2.000 objecten waarvan al besloten is dat ze Ghana toebehoren.
Dat verschil is wezenlijk. De vraag is immers niet alleen waar een kunstvoorwerp ooit vandaan kwam, maar vooral hoe het in Nederlands bezit is gekomen. Een voorwerp kan zijn geroofd of onder dwang zijn meegenomen, maar ook zijn gekocht, geschonken of op een andere manier rechtmatig zijn verkregen. De Nederlandse stukken maken vooralsnog niet duidelijk in welke categorie de Ghanese objecten vallen.
Nederland geeft niet zomaar alles terug
Het bestaande Nederlandse beleid schrijft ook geen automatische teruggave voor zodra een voorwerp uit een voormalige koloniale context komt. De regeling is bedoeld voor cultuurgoederen die onrechtmatig zijn meegenomen.
Een land moet daarvoor in beginsel eerst zelf een verzoek indienen. Daarna kan onderzoek volgen naar de herkomst en de manier waarop het voorwerp in Nederland terechtkwam. Een onafhankelijke commissie adviseert vervolgens de minister. Uiteindelijk neemt de Nederlandse regering het besluit. Bij een positief advies wordt het voorwerp zonder voorwaarden teruggegeven.
De Commissie Koloniale Collecties formuleert het uitgangspunt scherp voor voormalige Nederlandse koloniën: goederen die daar onvrijwillig zijn verloren, moeten op verzoek worden teruggegeven. Maar daarmee is nog niet vastgesteld dat de duizenden Ghanese stukken in Nederlandse musea ook daadwerkelijk onder die categorie vallen.
Van afzonderlijke stukken naar permanente teruggave
De ambitie van Ghana gaat bovendien veel verder dan een paar concrete museumstukken. Mahama wil een permanent internationaal systeem voor de terugkeer van Afrikaans cultureel erfgoed. Landen die Afrikaanse objecten bezitten, zouden volgens hem vaste juridische en diplomatieke procedures moeten krijgen om teruggave eenvoudiger te maken. Ook wil hij juridische drempels verlagen.
„Dit is geen verhaal over statische objecten in museumvitrines. Het is een verhaal over mensen. Het is een verhaal over waardigheid”, zei Mahama tijdens een bijeenkomst in New York. Hij wil dat menselijke resten onmiddellijk en zonder voorwaarden worden teruggegeven en ziet teruggave van andere cultuurgoederen als onderdeel van breder herstel voor kolonialisme en slavernij.
Jetten prijst voortrekkersrol Ghana
Daar komt bij dat Ghana teruggave van erfgoed verbindt aan een veel bredere internationale campagne voor zogenoemde herstelrechtvaardigheid. Daarbij gaat het niet alleen om museumstukken, maar ook om excuses, financiële compensatie, schuldverlichting en andere maatregelen.
Jetten prees na zijn ontmoeting juist de „voortrekkersrol” van Ghana binnen de Verenigde Naties. Dat is opvallend, omdat Nederland zich in maart onthield bij een door Ghana aangevoerde VN-resolutie over het slavernijverleden. De Nederlandse regering benadrukte daarbij dat zo'n resolutie geen juridische verplichting tot herstelbetalingen schept.






















































