Gewelddadige protesten slaan over van Frankrijk naar België: minister wijst naar Antifa

De gewelddadige protesten in Frankrijk hebben inmiddels ook België bereikt. Wat begon als verzet tegen problemen in het onderwijs, is op meerdere plaatsen uitgelopen op rellen, vernielingen en confrontaties met de politie. In Frankrijk wordt een 15-jarig meisje verdacht van het afvuren van zwaar vuurwerk richting een kinderwagen met een baby. Ondertussen beschuldigt de Belgische minister van Binnenlandse Zaken, Bernard Quintin, Antifa-achtige groepen ervan kinderen te gebruiken voor gewelddadige politieke acties.
De onrust begon in september in Frankrijk. Scholieren eisen meer leraren, betere schoolgebouwen en kleinere klassen. De protesten verspreidden zich snel naar andere steden. Daarbij werden scholen geblokkeerd, afvalcontainers in brand gestoken en agenten aangevallen. Inmiddels demonstreren ook Belgische scholieren, die onder meer protesteren tegen hogere onderwijskosten.
Meisje (15) verdacht van aanval op baby
Een ernstig incident vond dinsdag 6 oktober plaats bij Versailles. Daar zou een 15-jarig meisje tijdens een schoolblokkade een vuurwerkmortier hebben afgevuurd richting een kinderwagen. Daarin zat een baby van tien maanden oud. De politie hield de verdachte kort daarna aan. Het kind werd met gehoorklachten naar het ziekenhuis gebracht.
Volgens Le Parisien moet het meisje voor de jeugdrechter verschijnen. Zij wordt onder meer verdacht van het in gevaar brengen van anderen en verboden bezit van explosief materiaal. Het incident vond plaats terwijl de protesten al weken voor onrust zorgden.
Honderden arrestaties bij Franse protesten
Donderdag gingen in Frankrijk opnieuw tienduizenden mensen de straat op. Volgens de autoriteiten namen ruim 70.000 mensen deel aan de demonstraties. Meer dan vijfhonderd personen werden aangehouden. In Parijs en Rennes zette de politie waterkanonnen in. Mensenrechtenorganisaties beschuldigen de politie ondertussen van buitensporig geweld.
De Franse regering wijst ook naar radicaal-linkse groepen. Volgens de autoriteiten spelen aanhangers van La France insoumise (LFI) en andere ultralinkse organisaties een rol bij de mobilisatie. LFI ontkent het geweld te organiseren en bekritiseert juist het politieoptreden. Onderwijsminister Édouard Geffray heeft inmiddels noodmaatregelen aangekondigd, maar demonstranten vinden die onvoldoende.
Belgische minister beschuldigt Antifa
Ook in de Belgische stad Luik is de situatie ernstig geëscaleerd. Winkels werden geplunderd, ruiten sneuvelden en er werden branden gesticht. Alleen al op 5 oktober raakten 22 politieagenten gewond. Op 7 oktober hield de politie nog eens 87 mensen aan. Sinds 1 oktober gaat het om bijna tweehonderd aanhoudingen.
Minister Bernard Quintin stelt dat de protesten niet langer uitsluitend door scholieren worden gedragen. Volgens hem hebben volwassen relschoppers zich bij de beweging aangesloten. 'We weten dat er in Luik een beweging van het type Antifa actief is', verklaarde hij. Ook zei hij: 'Volwassenen die kinderen manipuleren om gewelddadige politieke boodschappen over te brengen. Dat is volstrekt onaanvaardbaar.'
De politie ziet eveneens steeds meer volwassenen bij de rellen. Tot 6 oktober was ongeveer zeventig procent van de aangehouden personen minderjarig. Een dag later was dat aandeel gedaald tot ongeveer de helft. De betrokkenheid van Antifa bij het geweld is overigens niet door alle lokale autoriteiten bevestigd.
Samenscholingsverbod na aanhoudend geweld
De burgemeester van Luik, Willy Demeyer, heeft daarom bijeenkomsten van meer dan drie personen op straat verboden. De maatregel geldt van 8 tot en met 16 oktober, met uitzonderingen voor onder meer gezinnen en mensen die onderweg zijn naar school of winkels.
De Belgische protesten draaien onder meer om stijgende inschrijvingskosten en duurdere busabonnementen voor jongeren. Toch waarschuwen de autoriteiten dat de oorspronkelijke onderwijseisen steeds verder naar de achtergrond verdwijnen.

















































