Raad van State houdt stukken over eigen machtspositie geheim met beroep op rechterlijke uitzondering

De Raad van State weigert documenten openbaar te maken over zijn eigen rol in de discussie over het behoud van de bestuursrechtspraak binnen de organisatie. Een Woo-verzoek daarover is volledig afgewezen. De Raad beroept zich op een wettelijke uitzondering die geldt voor de Afdeling bestuursrechtspraak.
Juist dat beroep is opmerkelijk. De Wet open overheid geldt namelijk wél voor de Raad van State als geheel. Alleen de rechtsprekende Afdeling bestuursrechtspraak is expliciet uitgezonderd. Bovendien oordeelde een rechter eind vorig jaar nog dat correspondentie van de vicepresident buiten concrete rechtszaken niet automatisch onder die uitzondering valt.
Geen enkel document openbaar
Het Woo-verzoek werd op 12 augustus ingediend. De verzoeker vroeg onder meer om stukken over de inspanningen van de Raad van State om te voorkomen dat de bestuursrechtspraak zou worden afgesplitst.
Ook werd gevraagd naar de totstandkoming van het reflectierapport na de toeslagenaffaire en naar reacties op critici van de Raad, onder wie oud-president van de Hoge Raad Geert Corstens en advocaat Ellen Pasman.
Op 29 september volgde het antwoord. Directeur Bestuursondersteuning M. van Baal schreef: „Ik stel vast dat de door u gevraagde informatie de Afdeling bestuursrechtspraak betreft.” De conclusie volgde direct: „Gelet hierop wijs ik uw verzoek af.”
Daarmee bleef alles dicht. Het besluit vermeldt niet hoeveel documenten zijn gevonden en bevat geen inventarislijst. Ook wordt niet afzonderlijk beoordeeld of er stukken liggen bij de vicepresident, de Afdeling advisering of de ambtelijke organisatie.
Wet maakt juist onderscheid
De wettelijke bepaling waarop de Raad zich beroept, maakt zelf een duidelijk onderscheid. Artikel 2.2 van de Woo verklaart de wet van toepassing op „de Raad van State”, maar maakt vervolgens een uitzondering voor „de Afdeling bestuursrechtspraak”. Dat betekent dat bijvoorbeeld de Afdeling advisering en de ondersteuning van de Raad niet zonder meer buiten de Woo vallen.
Dat onderscheid speelde eerder al voor de rechter. De rechtbank Midden-Nederland vernietigde in december 2025 twee Woo-besluiten van de Raad van State. In die zaak ging het onder meer om correspondentie met de vicepresident buiten lopende procedures.
De rechtbank was helder: „Dat valt niet onder de Afdeling.” Volgens de rechter had de Raad bovendien onvoldoende zorgvuldig gezocht en een ander informatieverzoek te beperkt uitgelegd.
Positie Raad al jaren omstreden
De vraag waar bestuursrechtspraak thuishoort, speelt al veel langer. De Raad van State adviseert het kabinet over wetgeving, maar huisvest tegelijkertijd de hoogste algemene bestuursrechter.
Na de toeslagenaffaire kwam die dubbelrol opnieuw onder zware druk te staan. De parlementaire enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening adviseerde in 2024 om de bestuursrechtspraak weg te halen bij de Raad van State. De commissie noemde de combinatie van adviseren en rechtspreken „staatsrechtelijk onzuiver”.
Een Kamermeerderheid steunde later een motie van SP-Kamerlid Michiel van Nispen om de afsplitsing verder uit te werken. Toenmalig BZK-minister Judith Uitermark meldde in de Kamer dat hierover actief overleg plaatsvond met onder meer de Raad van State.
Het kabinet-Schoof trok vervolgens de stekker uit de verzelfstandiging. Voor het plan was eerder 50 miljoen euro gereserveerd; dat geld werd volgens berichtgeving uiteindelijk naar gevangenisplekken verschoven. Juist documenten over de eigen inbreng van de Raad in deze discussie worden nu niet verstrekt.
‘Boze brieven’ aan criticus
Daar komt bij dat niet alle eerdere bemoeienis met kritiek vanuit de rechtsprekende Afdeling lijkt te zijn gekomen. Follow the Money meldde eerder dat Corstens na kritiek op de positie van de Raad twee „boze brieven” kreeg vanuit de Afdeling advisering. Corstens zei daarover: „Ze waren boos omdat ik het gezag van de Raad van State zou hebben ondermijnd.”
Ook naar zulke reacties vroeg het nieuwe Woo-verzoek. De Raad maakt in zijn afwijzing echter geen zichtbaar onderscheid tussen stukken van bestuursrechters en stukken van andere onderdelen van het instituut.
Besluit onder nieuwe vicepresident
Sinds 1 juli staat de Raad van State onder leiding van voormalig CDA-leider Sybrand van Haersma Buma. Hij volgde voormalig D66-leider Thom de Graaf op als vicepresident.
Buma werd eerder dit jaar benoemd nadat hij eind 2025 nog informateur was geweest bij de vorming van het kabinet-Jetten. Het Woo-besluit is echter niet door Buma getekend, maar door directeur Bestuursondersteuning Van Baal. Er is geen aanwijzing in de beschikbare stukken dat Buma persoonlijk bij de beslissing betrokken was.
De kernvraag blijft daarmee juridisch én bestuurlijk: kan de Raad van State informatie over zijn eigen politieke en institutionele positie volledig onder de uitzondering voor rechtspraak schuiven?
Een rechtbank zette daar eind 2025 al een duidelijke grens bij. Toch kiest de Raad nu opnieuw voor een volledige afwijzing, zonder openbaar te maken welke stukken precies bestaan en bij welk onderdeel van de organisatie ze berusten.





















































