Jan van de Beek kreeg gelijk: migratie drijft woningnood op

Migratie was tussen 2015 en 2024 verantwoordelijk voor ongeveer 60 procent van de extra vraag naar woningen. Dat blijkt uit onderzoek van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB). Zet de trend door, dan zijn er de komende tien jaar zo’n 340.000 extra woningen nodig door migratie. Demograaf Jan van de Beek waarschuwde daar al jaren voor, maar kreeg weinig gehoor. In de podcast Op z’n Kop licht hij zijn analyse toe.
Volgens het EIB kwamen tussen 2015 en 2024 2,2 miljoen migranten naar Nederland. In 2024 woonden er daarvan nog 1,4 miljoen in het land. Een deel van de studenten en arbeidsmigranten is weer vertrokken. De groep die bleef, bewoont volgens het onderzoek zo’n 435.000 woningen.
Van de Beek vindt dat de rol van statushouders jarenlang is gebagatelliseerd. Er werd vaak gezegd dat zij maar 7 procent van alle woningtoewijzingen krijgen. Maar volgens hem gaat een groot deel van die toewijzingen naar mensen die al een sociale huurwoning hebben. Zij schuiven alleen door.
Het echte effect zie je volgens Van de Beek bij starters. Op elke twee Nederlanders die een sociale huurwoning zoeken, is er ongeveer één statushouder die hetzelfde doet. En die krijgt voorrang. Daardoor loopt de wachttijd volgens hem op met anderhalf keer. „Die zeven jaar bijvoorbeeld, die gaat richting tien of elf jaar”, zegt hij. Dat verschilt wel per gemeente.
Het EIB kijkt alleen naar de eerste generatie migranten. Volgens Van de Beek is het effect op lange termijn veel groter. Bij Nederlandse gezinnen komt er vaak een woning vrij als een grootouder overlijdt. Bij migranten wonen die grootouders in het land van herkomst. Er komt hier dus geen woning vrij. Als de tweede en derde generatie worden meegeteld, is volgens Van de Beek de afgelopen jaren alle groei van de woningvraag te herleiden tot migratie.



















































