Kabinet wilde 700 asielzoekers op festivalterrein Landgraaf: raad gepasseerd, buurt hoorde het achteraf

Eerst zevenhonderd, daarna driehonderd. Het ministerie van Asiel en Migratie wilde aanvankelijk 700 asielzoekers onderbrengen op Megaland, het festivalterrein in Landgraaf waar elk jaar Pinkpop wordt gehouden. Na overleg met de gemeente zijn het er 300 geworden, voor in totaal veertien maanden. De kosten: ruim achttien miljoen euro. Dat meldt RTV Parkstad.
Landgraaf werd door het plan overvallen. Minister Bart van den Brink belde burgemeester Richard de Boer pas toen het ministerie al met Megaland over de huur onderhandelde. De gemeenteraad mocht achteraf kennisnemen van het besluit. De omwonenden in de wijk Eikske, die naast het terrein ligt, werden helemaal niets gevraagd.
Wethouder Bart Smeets (CDA) noemde de eerste vraag van het ministerie “wel erg ruim”. Landgraaf hoeft volgens de Spreidingswet 154 asielzoekers op te vangen. Den Haag vroeg dus bijna vijf keer zoveel. Toch is de gemeente akkoord gegaan met 300 plekken. Volgens Smeets voert Landgraaf een wettelijke taak uit, en daar kun je “niet voor weglopen”.
De gemeente krijgt er wel iets voor terug. In een brief van 5 oktober laat Van den Brink weten “zeer erkentelijk” te zijn voor de medewerking. Tot en met 2028 hoeft Landgraaf niet te vrezen voor verscherpt toezicht onder de Spreidingswet. In 2029 moet de gemeente wel een vaste opvanglocatie hebben.
De opvang loopt in twee periodes, van november tot mei en van september 2027 tot mei 2028. In de zomer is het terrein vrij voor Pinkpop en andere evenementen. De asielzoekers wonen in units voor maximaal vier personen, met eigen sanitair, eetruimtes en dagbesteding. Er is dag en nacht toezicht. Tussen tien uur ‘s avonds en zeven uur ‘s ochtends moeten de bewoners op het terrein blijven. Het Rijk betaalt de kosten, wat betekent dat de rekening uiteindelijk bij de landelijke belastingbetaler ligt.
Verschillende fracties in de gemeenteraad zijn boos. Ze vinden dat de raad bij het besluit is gepasseerd en dat de omwonenden vooraf hadden moeten worden gehoord. Volgens het college was daarvoor “geen ruimte en tijd”. Het ministerie wilde snel plekken, en de gemeente ging daarin mee.


















































