'Erg interessant!': Defensie zag aanvankelijk volop kansen in Palantir

Het publieke beeld van Palantir bij de Nederlandse overheid is er inmiddels een van ongemak: omstreden Amerikaanse software, zorgen over privacy en afhankelijkheid, en een kabinet dat er het liefst zo snel mogelijk vanaf wil. Maar zo begon het niet. Uit een omvangrijke set Woo-documenten van het ministerie van Defensie blijkt dat de krijgsmacht jarenlang juist met groeiend enthousiasme naar het dataconcern keek. De twijfel kwam pas laat.
De 205 pagina's, na een beroep op de Woo vrijgegeven en op veel plaatsen zwartgelakt, bevatten interne mails en agenda's uit 2022 tot en met 2025. Samen vormen ze de reconstructie van een langzame verkering: van een eerste proefproject, via oprecht enthousiaste ambtenaren en verkennende sessies met het bedrijf zelf, naar een fase waarin Palantir intern "een gegeven" heette — en pas daarna een zoektocht naar een Europees alternatief. Juist die eerste fase, van aantrekkingskracht, bleef tot nu toe buiten beeld.
Het begon met een proefproject
De omgang met Palantir gaat bij Defensie verder terug dan de recente ophef doet vermoeden. Al op 20 september 2022 mailt een medewerker over een "Proof of Concept met Palantir": een innovatieproject waarvoor nadrukkelijk aandacht wordt gevraagd voor informatiebeveiliging. "Wat moet ik regelen op gebied van informatiebeveiliging om dit veilig te laten plaatsvinden?", vraagt hij een collega. Het experiment verdween daarna niet in een la — het leverde een rapport op dat nog jaren zou blijven circuleren.
'Erg interessant!'
Begin 2024 deelt een medewerker intern het rapport van dat "Palantir experiment", dat ter sprake was gekomen bij een overleg over "Palantir en strategisch leveranciersmanagement". Hij kan het "niet laten" een paar highlights uit de aanbevelingen te delen. Een collega reageert onomwonden: "Erg interessant!" En: "we worden erg enthousiast van termen zoals 'automatische koppelvlakken', 'data management' en 'data pipelines'", verwijzend naar de aanbevelingen op pagina 21. Hij wil meteen weten of er al opvolging aan is gegeven. De technische beloftes van Palantir vielen binnen de organisatie duidelijk in vruchtbare aarde.
Verkennen met het bedrijf zelf
Rond diezelfde tijd zocht Defensie rechtstreeks contact met het bedrijf. Voor 29 januari 2024 stond bij de marine een "Discovery sessie Palantir" gepland: een middag "mapping out use cases", "whiteboarding" en de vraag "Where to start?" De voertaal was Engels. Vlak ervoor vroeg een medewerker zich hardop af: "ligt er al een contract/overeenkomst met Palantir?" Het antwoord was ontkennend: "Er ligt geen overeenkomst of overeenstemming met Palantir. Dit is een verkenning van mogelijkheden." Er lag dus nog geen deal, maar Defensie zat wél al met het Amerikaanse bedrijf om tafel om te bedenken waar het kon helpen.
Later werd dat concreter. Op de agenda van een Defensie-overleg prijkte als los punt: "Wat is ambitie Palantir + toegevoegde waarde voor Defensie", gevolgd door de bespreking van "Next steps". Van een louter technisch hulpmiddel was geen sprake meer; er werd gesproken over ambitie, meerwaarde en vervolgstappen.
'Palantir een gegeven'
Hoe ingeburgerd het bedrijf inmiddels was, blijkt uit één zinsnede. "Aangezien Palantir een gegeven is", schrijft een medewerker in reactie op een presentatie over de aanbevelingen, zou hij niet alléén naar alternatieven zoeken. Diezelfde medewerker wil overigens best meedenken over vervanging, maar dan "vanuit capaciteitsvraagstukken (effecten) in plaats van product gedreven". Palantir was voor delen van Defensie kortom een vaststaand onderdeel van de werkelijkheid geworden.
En het bleef niet bij een overheid die om software vroeg. In 2025 zoekt Palantir zélf actief naar nieuwe rollen. Na een "leuk en interessant gesprek" mailt het bedrijf dat een Defensiemedewerker "mogelijk daar een rol voor ons ziet", en dringt aan op een vervolgafspraak: "Het lijkt ons een mooie kans om aan jullie te tonen hoe en waar we zouden kunnen helpen." Ook implementatiepartner Netcompany stuurt in juli 2025 een voorstel voor een Proof of Value, veelzeggend getiteld "de kracht van geïntegreerde data".
De ommekeer kwam laat
Pas in de tweede helft van 2025 kantelt de toon. Onder de noemer "digitale autonomie als strategische keuze" gaan Defensieonderdelen alternatieven voor Palantir onderzoeken: welke functionaliteiten moeten behouden blijven bij een andere leverancier, en hoe kijken andere onderdelen aan tegen "digitale autonomie in relatie tot Palantir"? Er komt een haalbaarheidsstudie, en in september 2025 schrijft een medewerker het onomwonden: Defensie is "bezig met een Europees Palantir alternatief".
Die zoektocht liep dus ruimschoots vóór het moment waarop het kabinet er in het openbaar over sprak. Staatssecretaris Boswijk zei pas in juni 2026, na berichtgeving van Follow the Money, dat hij "vorige maand opdracht" had gegeven om een alternatief te zoeken en dat Defensie binnen twee jaar van Palantir af wil. De Woo-stukken laten zien dat de interne worsteling met die afhankelijkheid toen al minstens een jaar oud was — en dat er een fase van oprecht enthousiasme aan voorafging.
Wat de stukken niet vertellen
Veel blijft in nevelen gehuld. Bedragen zijn vrijwel overal weggelakt met een beroep op economische belangen, net als de precieze use-cases en de aanbevelingen zelf. De documenten bewijzen niet dat Palantir toegang had tot geheime Defensiedata; ze tonen vooral hoe er binnen de krijgsmacht over de software werd gedácht. Maar juist dat maakt ze veelzeggend. Het beeld is niet dat van een overheid die met tegenzin een noodzakelijk kwaad binnenhaalt, maar van ambtenaren die zich aanvankelijk maar wat graag lieten meeslepen door "automatische koppelvlakken" en "data pipelines" — en pas veel later gingen twijfelen.





















































