Rechter tikte politie op vingers om massale geheimhouding rond Palantir

De Rechtbank Amsterdam tikte de politie vorig jaar op de vingers na een langslepende juridische procedure over de geheimhouding rond contracten met Palantir Technologies Inc.. De zaak draaide om een Woo-verzoek dat al in 2019 werd ingediend en pas jaren later inhoudelijk werd afgehandeld. In die periode volgden meerdere procedures wegens niet-tijdig beslissen, dwangsommen en rechterlijke aanwijzingen om alsnog openheid te geven.
Uiteindelijk maakte de politie honderden documenten openbaar, maar vaak zwaar gelakt. In totaal ging het om 931 documenten, waarvan grote delen onleesbaar waren gemaakt. De rechtbank oordeelde dat de politie bij een aanzienlijk aantal passages te algemeen en onvoldoende concreet had gemotiveerd waarom informatie geheim moest blijven. Met name het beroep op “persoonlijke beleidsopvattingen” en het opsporingsbelang was volgens de rechter te ruim toegepast. De politie moest die documenten opnieuw beoordelen en beter onderbouwen welke belangen daadwerkelijk in het geding waren.
Het politie kon zich daarin niet vinden, schreef Korpschef Inge Godthelp-Teunissen in een bezwaarbrief van afgelopen november. Ze benadrukte dat de overeenkomst met het Amerikaanse databedrijf nog liep en dat er sprake was van een voortdurende werkrelatie. Volgens de politie speelde dit expliciet mee bij de afweging om interne documenten grotendeels af te schermen. Openbaarmaking van interne beraadslagingen en overwegingen zou, zo werd gesteld, de relatie met Palantir kunnen schaden en de positie van de politie in een “klein en gespecialiseerd marktsegment” onder druk zetten.
De rechter wees erop dat de politie structureel tegenwerkte in het openbaar maken van informatie omtrent Palantir. Eerder, in 2023, had de rechter al geoordeeld dat de politie het Woo-verzoek onterecht buiten behandeling had gesteld. Toen de behandeling daarna toch volgde, werden documenten regelmatig dubbel of zelfs driedubbel gelakt met verschillende uitzonderingsgronden, terwijl één reden vaak al voldoende was. De rechtbank waarschuwde dat sommige weigeringsgronden niet mogen worden gebruikt als algemene achtervang of om mogelijke misstappen af te schermen. Dat veel stukken bovendien ouder waren dan vijf jaar, maakte volgens de rechter een zwaardere motiveringsplicht noodzakelijk.
Wat is Palantir?
De zaak bracht opnieuw aandacht voor een samenwerking die jarenlang grotendeels buiten het zicht van parlement en publiek bleef. Palantir ontwikkelt software die grote hoeveelheden data kan koppelen en analyseren, onder meer voor opsporing en veiligheidsdoeleinden. In andere landen leidde het gebruik van die technologie tot stevige discussies over privacy, proportionaliteit en democratische controle.
Palantir wordt sinds 2018 gebruikt door de Nederlandse politie binnen een besloten analyseomgeving met de naam ‘de Raffinaderij’. Het kabinet heeft steeds benadrukt dat het gebruik van Palantir in Nederland beperkt en doelgericht is. Volgens ministers wordt de software alleen door de politie ingezet, uitsluitend voor zware criminaliteit en terrorismebestrijding, en binnen een afgeschermde analyseomgeving. Andere overheidsdiensten zouden geen directe toegang hebben. Tegelijk erkent het kabinet dat de aanschaf van de software destijds zonder openbare aanbesteding plaatsvond en dat veel informatie bewust niet openbaar wordt gemaakt om opsporingsmethoden te beschermen.



















































