Diederick Volkers over asieldemonstraties Loosdrecht: 'Bevolking zegt: tot hier en niet verder'

De protesten in Loosdrecht tegen de komst van een noodopvang voor asielzoekers zijn volgens Diederick Volkers niet los te zien van een dieper gevoel van onmacht. Volkers is oprichter van Dorp voor Dorp, een jonge lokale partij in de gemeente Wijdemeren. Hij ziet de demonstraties niet alleen als boosheid over een opvanglocatie, maar ook als frustratie over een bestuur dat volgens hem al jaren over de hoofden van inwoners heen beslist. In gesprek met NieuwRechts zegt hij dat onder die woede ook een bredere roep klinkt om gesloten grenzen. Ouders maken zich volgens hem bovendien zorgen over veiligheid, zeker omdat jonge meisjes langs de geplande opvang fietsen naar sport, school of uitgaan. "Wie wordt de volgende Lisa?" Volgens hem komt er een moment waarop inwoners zeggen: "Tot hier en niet verder."
Loosdrecht, onderdeel van gemeente Wijdemeren, staat de laatste weken landelijk in de belangstelling. De geplande noodopvang in het oude gemeentehuis leidde tot herhaalde demonstraties. Beelden van vuurwerk, politie-inzet en ME gingen breed rond. In landelijke debatten werd gesproken over relschoppers en extreemrechts. Volkers verzet zich tegen dat beeld. Hij zegt dat er vooral gewone inwoners op straat staan, met uiteenlopende achtergronden en politieke voorkeuren.
Dorp voor Dorp bestaat nog maar kort. De partij werd vorig jaar opgericht en is nog niet gekozen in de gemeenteraad. Toch kwam Volkers al snel in een organiserende rol terecht. In een online groep van de partij ontstond discussie over de opvang. Mensen wilden demonstreren. Toen duidelijk werd dat daarvoor contact nodig was met gemeente, politie en media, kwam de vraag al snel bij hem terecht. "In dat geval doe jij het maar", vat hij de gang van zaken samen.
Ook de gemeente belde hem. Dat verbaasde hem. "Ze dachten: wij bellen hen maar eens en dan mogen zij het oplossen. Dus ook de gemeente zei tegen mij: los jij het maar op. Wat op zich interessant is, want we zijn nog helemaal niet verkozen." Volkers zegt dat hij daarna probeerde de demonstratie zo goed mogelijk in banen te leiden. Maar hij benadrukt dat hij geen gezag had over de aanwezigen toen demonstraties escaleerden. "Ik heb ook helemaal geen autoriteit erover. Ik kan alleen maar vragen: wil je het niet doen?"
Van protest naar escalatie
Volgens Volkers begon de eerste demonstratie relatief overzichtelijk. Er was overleg over waar mensen konden staan. Er waren vakken aangewezen. Maar zoals vaker bij grote groepen liep de werkelijkheid anders dan het plan. Mensen kwamen vanaf de randen naar binnen. De druk nam toe. Op enig moment werd vuurwerk gegooid. De gemeente vroeg volgens Volkers of hij daar iets aan kon doen. Hij noemt dat achteraf onrealistisch.
De sfeer sloeg volgens hem om toen de burgemeester achter glas zichtbaar werd, althans volgens de aanname van de demonstranten. Daarna werd vuurwerk richting het gemeentehuis gegooid, waar ook politie stond. "De politie had op dat moment de keus: of we gaan een stap naar achter of een stap naar voren. Ze deden een stap naar voren." Daarna verscheen de ME. Volkers zegt dat hij samen met een partijgenoot tussen politie en demonstranten ging staan. Hij hoopte de spanning te verlagen.
Dat lukte niet. Het vuurwerk bleef doorgaan. De politie greep in. "Toen werd er vrij kort erop ook heftig gereageerd en werd het schoongeveegd." Daarmee begon volgens Volkers een reeks gebeurtenissen die Loosdrecht wekenlang in de greep hield. De protesten werden niet minder doordat het geplande aantal opvangplekken werd verlaagd. Het wantrouwen was toen al gegroeid.
Voor Volkers ligt de oorzaak niet alleen bij de opvang zelf. Hij wijst op de bestuurlijke achtergrond in Wijdemeren. De gemeente gaat op in Hilversum. Volgens Volkers is dat door veel inwoners nooit gewild. Hij gebruikt daarvoor een zwaar woord: "Gedwongen annexatie". Hij zegt dat inwoners zich in meerdere rondes duidelijk tegen de fusie hebben uitgesproken. "De bevolking heeft de afgelopen tien jaar alleen maar gezegd bij meer dan tweederde meerderheid: wij willen het niet. En ze doen het toch."
Het oude gemeentehuis als symbool
De geplande opvanglocatie maakt de kwestie extra gevoelig. Het gaat om het gemeentehuis dat door de fusie leegkomt. Voor Volkers is dat gebouw daarom meer dan steen en glas. Het staat symbool voor het verdwijnen van lokale zeggenschap. Dat juist daar een noodopvang komt, voelt volgens hem voor veel inwoners als een laatste tik van een bestuur dat al vertrekt.
"Het gemeentehuis komt leeg te staan als gevolg van die fusie. Daar worden dan ineens migranten in gezet. Dan krijg je eigenlijk nog wel een heel negatief afscheidscadeautje van zo’n gemeente." Volgens Volkers bestond er al woede en frustratie. De opvang kwam daar bovenop. "Als de gemeente dan ook nog blijft volharden in haar standpunt en op geen enkele manier rekening houdt met gevoelens van bewoners, angst of zorgen, dan krijg je escalatie."
De officiële zorg die vaak wordt genoemd, is veiligheid. Volkers erkent dat dit het belangrijkste woord is in de lokale discussie. Tegelijk zegt hij dat daaronder een bredere migratiekritiek schuilgaat. "Wat veel wordt genoemd is veiligheid, omdat mensen het eng vinden om te zeggen dat de grenzen dicht moeten." Hij spreekt over een opvang met vooral jonge mannen, in een omgeving waar volgens hem weinig te doen is. Dat roept bij ouders zorgen op.
Die zorgen worden volgens Volkers extra scherp gevoeld door ouders. Zij vrezen dat jonge mannen in de opvang zich gaan vervelen en vervolgens gaan rondhangen in de omgeving. Ook wijst hij op meisjes die langs de locatie fietsen naar sportclubs of uitgaansgelegenheden. Volkers zegt dat ouders zich daarbij afvragen: "Wie wordt de volgende Lisa?" Daarmee verwoordt hij volgens eigen zeggen niet alleen een praktische veiligheidszorg, maar ook het gevoel dat bewoners geen risico willen nemen met hun kinderen.
Volkers stelt dat de dwang van de gemeente hierbij ook een rol speelt. "Op het moment dat zoiets zo hard door je strot wordt geduwd, zonder kans dat je daar iets aan kan doen, dan zegt de bevolking een keer: tot hier en niet verder."
Geen extreemrechts, maar wantrouwen
Volkers keert zich fel tegen het frame dat de demonstranten extreemrechts zouden zijn. Hij noemt zichzelf juist "klassiek links". Daarmee bedoelt hij een politieke houding die uitgaat van bescherming van arbeiders, sociale samenhang en bestaanszekerheid. Volgens hem zijn gesloten grenzen vanuit die invalshoek geen rechts-extreme eis, maar een voorwaarde om sociale druk te verminderen.
"Ik ben klassiek links en vanuit de klassiek linkse gedachte wil ik de grenzen dicht hebben. Vanuit de klassiek linkse gedachte wil je sociaal herstel hebben." Volgens Volkers is de indeling tussen links en rechts in de afgelopen decennia verwarrend geworden. Wie tegen hoge migratie is, wordt volgens hem te snel rechts of extreemrechts genoemd. Daardoor voelen veel mensen zich politiek dakloos.
Hij zegt dat onder de demonstranten vooral gewone inwoners zitten. Niet alleen boze mannen of activisten van buitenaf, maar mensen uit de omgeving. "Het zijn je burgers, het zijn arbeiders, middenstand en hoger opgeleid, van alles door elkaar." Volgens Volkers zit achter iedere demonstrant nog een veel grotere groep thuis die hetzelfde denkt, maar niet de straat op gaat.
De beschuldiging dat vooral mensen van buiten Loosdrecht de protesten aanjagen, noemt hij een bestuurlijk trucje. "De reden dat zij dat zeggen, is omdat zij dan niet hoeven te zeggen dat ze wanbeleid voeren. Want als jouw eigen bevolking daar staat, dan moet je daar iets over zeggen."
Ook de gemeenteraad spaart hij niet. Volgens hem wordt de burgemeester naar voren geschoven, terwijl de raad uiteindelijk kan besluiten de opvang niet te doen. "Het is altijd de raad die kan zeggen: nee, dit doen we niet." Hij vindt dat lokale politici zich te veel gedragen als uitvoerders van Haags beleid. "Wij krijgen mensen die een soort bestuurders zijn en het beleid van Den Haag handjes en voetjes geven."
De lange lijn vanaf de jaren tachtig
Volkers plaatst de gebeurtenissen in Loosdrecht in een brede historische context. Hij spreekt over een "veenbrand" die volgens hem al sinds de jaren tachtig onder Nederland smeult. In zijn lezing werden arbeiders vanaf die tijd steeds minder vertegenwoordigd. Globalisering, loonmatiging, flexibele arbeid, migratie en stijgende huizenprijzen zouden samen de druk op gewone mensen hebben vergroot.
Hij wijst op het Akkoord van Wassenaar, op de verplaatsing van productie naar lagelonenlanden en op de groeiende druk op arbeid. Volgens hem werd het voor bedrijven minder noodzakelijk om te investeren in arbeidsproductiviteit, omdat arbeid goedkoop bleef doordat migratie nieuwe arbeidskrachten bracht. "Zo’n economische drug waarbij je gewoon mensen kan blijven pompen in je land, daar zijn al die mensen aan verslaafd. Bedrijven zijn eraan verslaafd, politici zijn eraan verslaafd."
Daarmee wil hij verklaren waarom migratie voor veel mensen niet alleen een cultureel of veiligheidsvraagstuk is. Het raakt volgens hem aan wonen, lonen, zorg, zekerheid en vertrouwen in politiek. Hij zegt dat ook mensen met een migratieachtergrond daar last van hebben. "Als je kijkt naar migrantenwijken, juist zij willen dat de grenzen dichtgaan, want zij krijgen het allemaal te verduren."
Volkers spreekt daarom ook niet in termen van Nederlanders tegenover migranten. Hij wil de blik omhoog richten, naar de beleidsmakers. "Of een mens van buiten of binnen komt, we zijn echt met z’n allen één hier. We hoeven niet naar elkaar te wijzen. We moeten gewoon omhoog kijken en daar zit het probleem bij de beleidsmakers in Den Haag." In Loosdrecht ziet hij hoe bewoners onderling verdeeld raken, terwijl volgens hem de echte besluiten elders worden genomen.
Waarschuwing voor een politieke uitbarsting
De zorgen in Loosdrecht zijn volgens Volkers geen plaatselijk incident. Hij ziet dezelfde onrust in andere gemeenten waar opvanglocaties of azc’s worden besproken. Hij vreest dat de afstand tussen politiek en bevolking verder groeit. "Pim Fortuyn was echt een waarschuwing naar Nederland. Pas hiermee op. De elite heeft echt geen flauw idee wat ze aan het doen is."
Volkers gebruikt stevige beelden. Politici dansen volgens hem "op de vulkaan met oogkleppen op". Hij denkt dat er in de samenleving een groot electoraal potentieel ligt voor een partij die migratie, bestaanszekerheid en lokale zeggenschap weet te verbinden. Tegelijk waarschuwt hij voor de richting die dat kan nemen. Hij hoopt dat iemand die onvrede oppakt vanuit klassiek liberale waarden, niet vanuit een werkelijk ultrarechtse hoek.
"Als het daadwerkelijk omslaat en iemand pakt dat goed op, dan is het einde oefening." Daarmee bedoelt hij niet dat hij chaos wil. Integendeel. Hij zegt juist te waarschuwen. Volgens hem moet de politiek eerder luisteren, voordat het vertrouwen nog verder verdwijnt.
De protesten in Loosdrecht zijn in dat beeld niet alleen een reactie op één opvanglocatie. Ze zijn voor Volkers een symptoom. De burger voelt zich buitenspel gezet. De gemeente luistert niet. Den Haag blijft doorgaan. En wie bezwaar maakt, wordt volgens hem verdacht gemaakt. "Het is nog not done om te zeggen: grenzen dicht, want dan word je uitgescholden. Ik heb zoiets van: scheld me maar uit."
De gemeente als grenswachter
Wat kunnen inwoners dan nog doen? Volkers ziet druk van onderaf wel degelijk als effectief. Demonstreren kost de overheid en gemeente geld, tijd en bestuurlijke energie. Maar belangrijker vindt hij dat gemeenten zelf veel macht hebben. Als gemeenten weigeren opvang te regelen of statushouders te huisvesten, komt volgens hem de landelijke migratieketen vast te lopen.
"Een gemeente kan wel degelijk druk naar boven zetten." Volgens Volkers kunnen gemeenten zeggen dat zij niet langer meewerken aan beleid dat volgens hen de lokale samenleving overbelast. "Als zij zeggen: we doen het allemaal niet, dan gebeurt er helemaal niks." Hij ziet gemeenten als plekken waar de landelijke politiek concreet wordt. Juist daar kan verzet volgens hem effect hebben.
Hij beseft dat dit juridisch en bestuurlijk ingewikkeld ligt. Toch vindt hij dat de kern van de overheidstaak bij Den Haag ligt. "De kerntaak van de overheid is het beschermen van de grens. Die verzaken zij." Als de landelijke overheid dat volgens hem niet doet, moeten gemeenten zich afvragen of zij het gevolg daarvan willen uitvoeren. Dat is een principiële redenering, maar ook een lokale machtsvraag.
Dorpsraden als antwoord
Dorp voor Dorp wil uiteindelijk niet alleen protesteren. De partij wil de lokale democratie anders inrichten. Volkers pleit voor dorpsraden die inwoners directer invloed geven op besluiten in hun eigen leefomgeving. Dat kan gaan over asielopvang, maar ook over fietspaden, verbouwingen of andere lokale keuzes. Hij wil dat inwoners niet pas aan het einde van een proces mogen inspreken, maar eerder en wezenlijker meebeslissen.
"Het eerste wat ik zou doen, is het installeren van dorpsraden." Juridisch is dat volgens hem niet eenvoudig. Het moet politiek worden vastgelegd, bijvoorbeeld in een coalitieakkoord. Maar als zo’n dorpsraad eenmaal bestaat, wordt afschaffen lastig. Dan ontstaat er volgens hem een nieuw democratisch gebruik.
Zijn ideaal is dat politieke betrokkenheid weer normaal wordt. Niet als beroep voor een kleine bestuurlijke klasse, maar als onderdeel van het gewone dorpsleven. "Hoe mooi zou het zijn als het net zo normaal wordt dat jij een keer naar een partijoverleg gaat als naar je voetbalclub?" Volkers roept mensen op lid te worden van een partij, ook als dat niet de zijne is. "Word gewoon lid van een partij. Al is het GroenLinks. Zoek het uit, maar ga iets doen in de politiek."



















































