Kabinet erkent: D66-minister benoemd terwijl Defensie-schandalen al bekend waren

Het kabinet was al vóór de benoeming van D66-minister Elanor Boekholt-O’Sullivan op de hoogte van de Defensie-schandalen waarbij zij betrokken was. Toch zag het geen reden om haar buiten het kabinet te houden. Dat blijkt uit nieuwe antwoorden op Kamervragen van DNA. Staatssecretaris Derk Boswijk antwoordt mede namens premier Rob Jetten dat „de door u genoemde informatie bekend” was, maar „geen belemmering voor de benoeming” vormde.
Het gaat onder meer om twee klokkenluiderszaken uit Boekholts tijd bij vliegbasis Eindhoven, een openbaar integriteitsrapport, een rapport van het Huis voor Klokkenluiders en een lopende rechtszaak tegen de Staat. Daarmee bevestigt het kabinet voor het eerst expliciet dat de affaires rond Boekholts Defensieverleden niet pas na haar aantreden aan het licht kwamen.
Boekholt trad in februari aan als D66-minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Daarvoor maakte zij jarenlang carrière bij Defensie en was zij onder meer commandant van vliegbasis Eindhoven. Juist uit die periode stammen verschillende dossiers die haar inmiddels politiek achtervolgen. NieuwRechts berichtte deze zomer uitgebreid over de beide klokkeluidersaffaires waarbij Boekholt betrokken raakte: eentje omtrent voormalig F16-piloot Victor van Wulfen en eentje omtrent foute reisdeclaraties. Naar aanleiding hiervan werden Kamervragen ingediend.
Kabinet kende dossiers voor benoeming
DNA-Kamerleden Gidi Markuszower, René Claassen en Tamara ten Hove vroegen het kabinet zeer concreet welke informatie bij de screening van Boekholt bekend was.
Zij noemden het rapport van de Onderzoeksraad Integriteit Overheid uit 2015, het rapport van het Huis voor Klokkenluiders uit 2020 en de civiele procedure die inmiddels tegen de Staat loopt. Ook wezen zij erop dat klokkenluider Victor van Wulfen de kern van zijn dossier al in juni 2025 met D66 had gedeeld, ruim vóór Boekholts ministerschap.
Het antwoord van het kabinet is kort maar duidelijk. „Bij alle kandidaat-bewindspersonen vinden, voorafgaand aan de uitnodiging voor het gesprek met de formateur, een drietal feitenonderzoeken plaats”, schrijft Boswijk. Daarnaast moet een kandidaat zelf relevante informatie aandragen.
Daarna volgt de cruciale passage: „De door u genoemde informatie was bekend, maar vormde geen belemmering voor de benoeming.” Het kabinet maakt niet duidelijk welke onderdelen precies in welk feitenonderzoek zaten, wat Boekholt zelf heeft gemeld of wie uiteindelijk besloot dat de dossiers geen bezwaar vormden.
Mail over 1.700 berichten bevestigd
De beantwoording levert ook op andere punten nieuwe bevestigingen op. Een van de vragen gaat over een e-mail die Boekholt als commandant van vliegbasis Eindhoven stuurde terwijl een bezwaar van Van Wulfen nog werd behandeld. Volgens de Kamerleden vroeg zij de behandelaar haar te blijven „bestoken” met bruikbaar materiaal en schreef zij dat zij inmiddels ongeveer 1.700 mails over Van Wulfen had.
Het kabinet bevestigt dat er contact was. „Ja, ik bevestig dat de toenmalige commandant Vliegbasis Eindhoven destijds in het kader van de interne heroverweging die volgt na een bezwaarschrift contact heeft onderhouden met de behandelaar die de beslissing op bezwaar ambtelijk voorbereidde.”
Het antwoord bevestigt dus het contact, maar gaat niet inhoudelijk in op de geciteerde formulering over het „bestoken” met materiaal.
Van Wulfen was eerder als klokkenluider door de Onderzoeksraad Integriteit Overheid op belangrijke punten in het gelijk gesteld. Defensie erkende destijds dat de organisatie „op meerdere niveaus tekort is geschoten”.
Boekholt droeg basis over aan echtgenoot
Ook een ander opvallend punt wordt niet weersproken. Toen Boekholt in 2018 vertrok als commandant van vliegbasis Eindhoven, werd haar echtgenoot haar opvolger. Volgens het kabinet gebeurde dat volgens de normale procedure. „In 2018 heeft de toenmalige commandant Vliegbasis Eindhoven conform het reguliere proces het commando overgedragen aan haar opvolger, toenmalig kolonel Boekholt.”
Het kabinet benadrukt dat hij na een selectieprocedure werd benoemd door de Commandant Luchtstrijdkrachten. Het antwoord gaat niet apart in op de vraag van de Kamerleden of daarmee ook dossiers over het handelen van Boekholt zelf bij haar echtgenoot terechtkwamen.
Rapport vond wél misstanden
Een tweede affaire rond Boekholts periode op Eindhoven draait om onjuiste declaraties en het gebruik van Defensievliegtuigen. Het Huis voor Klokkenluiders stelde in 2020 vast dat Defensie de gedragingen ten onrechte niet als „misstand” had aangemerkt. Het kabinet erkent dat in de nieuwe antwoorden, maar bestrijdt dat de Tweede Kamer eerder verkeerd zou zijn voorgelicht.
Volgens Boswijk had het interne onderzoek uit 2016 al vastgesteld dat sprake was van „integriteitsschendingen op het gebied van de interne regels voor het declareren van reiskosten”. Het Huis concludeerde later dat Defensie die gedragingen óók als misstand had moeten kwalificeren.
In het rapport van het Huis stond onder meer dat ten minste zeventien militairen jarenlang onjuiste declaraties indienden. Daarnaast werd een vlucht met een C-130 Hercules naar het Italiaanse Perugia als misstand aangemerkt. Volgens eerder onderzoek kostte alleen de brandstof van die vlucht tussen de 100.000 en 150.000 euro.
Kabinet ziet geen tegenstelling in aangiftekwestie
Een van de gevoeligste vragen gaat over een verklaring die Boekholt onder ede aflegde. Volgens eerdere reconstructies verklaarde zij bij de rechtbank dat zij wegens de declaratiekwestie geen aangifte had gedaan en destijds geen vermoeden had van een strafbaar feit. Daar staat een e-mail uit juli 2016 tegenover waarin Boekholt zelf schrijft dat zij „conform afspraak” aangifte had gedaan bij de Koninklijke Marechaussee. Ook een meerdere zou intern hebben bevestigd dat een aangifte was opgenomen.
De Kamer vroeg het kabinet hoe beide lezingen zich tot elkaar verhouden. Boswijk ziet geen probleem: „Uit de integrale tekst van de betreffende verklaring en e-mail komt naar voren dat er geen sprake is van een discrepantie.” Een verdere uitleg volgt niet.
Op de vraag of het kabinet zelf heeft onderzocht welke voorstelling van zaken klopt, wordt alleen terugverwezen naar dat antwoord. Hetzelfde gebeurt wanneer wordt gevraagd of Boekholt de kwestie vóór haar voordracht zelf bij de formateur heeft gemeld.
Geen onafhankelijk onderzoek
DNA vroeg daarnaast om de kwestie door een onafhankelijke instantie buiten Defensie en Volkshuisvesting te laten onderzoeken. Ook dat wijst het kabinet af. „Ik zie hier geen aanleiding toe”, luidt het antwoord.
Een verzoek om het volledige dossier alsnog beschikbaar te stellen aan Van Wulfen en waar mogelijk aan de Kamer krijgt evenmin een inhoudelijk antwoord. Ook daar verwijst Boswijk slechts terug naar zijn eerdere reactie over de aangiftekwestie.
Kabinet blijft achter minister staan
Het kabinet neemt daarmee op vrijwel alle politieke kernpunten Boekholt in bescherming. Het betwist dat de Kamer verkeerd is geïnformeerd, ziet geen tegenstelling tussen haar beëdigde verklaring en de interne e-mail, wil geen onafhankelijk feitenonderzoek en noemt de bekende dossiers geen reden om haar benoeming ter discussie te stellen.
Op de vraag welke ontwikkeling de positie van Boekholt wél onhoudbaar zou maken, geeft het kabinet geen concrete grens. „De vraag welke specifieke omstandigheden van invloed zijn op de positie van een bewindspersoon leent zich niet voor beantwoording vooraf”, schrijft Boswijk.
























































