Als fictief rendement op vermogen belast mag worden, waarom dan geen box 3 aanslag voor sociale huurders?
In Nederland-zullen-we-alles-delen-land staat het belasten van vermogen gelijk aan rechtvaardigheid. Maar wat is vermogen eigenlijk? Als we op die vraag de fiscale redenering van de overheid loslaten en die – in alle eerlijkheid – toepassen op de gehele woningmarkt, zou het zomaar kunnen dat heel veel mensen zich daar plotseling helemaal niet meer zo thuis voelen. Want dan zijn de sociale huurders opeens de echte rijke stinkerds.
De geschiedenis van box 3 is een schoolvoorbeeld van hoe een socialistische gedachte kan ontsporen tot een juridisch en moreel moeras. Toen het stelsel in 2001 werd ingevoerd, was de gedachte nog eenvoudig. In plaats van de Belastingdienst ieder dividend, iedere rente-ontvangst en iedere koerswinst te laten controleren, werd uitgegaan van een fictief rendement van 4 procent op vermogen. Over dat fictieve rendement betaalde de belastingplichtige vervolgens 30 procent belasting. De effectieve vermogensrendementsheffing bedroeg daarmee 1,2 procent van het vermogen. Eenvoudig en goedkoop, maar voor spaarzame en succesvolle mensen toen al een doorn in het oog.























































