Kabinet opnieuw betrapt op woonleugens: presenteert plannen die bestaan al bestaan

Het kabinet-Jetten presenteert maandag een groot 50-puntenplan om de woningbouw op te voeren. Maar voor de tweede keer deze maand blijkt een deel van het aangekondigde woningoffensief minder nieuw dan de presentatie doet vermoeden. Veel maatregelen bestonden al, bouwlocaties waren eerder aangewezen of zelfs al in ontwikkeling en de belangrijkste nieuwe miljarden van het kabinet komen pas vanaf 2029. Begin september gebeurde iets vergelijkbaars: vijf als “nieuwe locaties” gepresenteerde woningbouwgebieden bleken allemaal al vóór de aankondiging in ontwikkeling of voorbereiding.
Woonminister Elanor Boekholt-O'Sullivan noemt het nieuwe Actieplan Versnelling Woningbouw de route naar structureel 100.000 woningen per jaar. Het ontwerp- en vergunningstraject, dat nu gemiddeld acht jaar duurt, moet in 2030 zijn gehalveerd. Gemeenten en provincies krijgen ruim 200 extra voltijdsbanen voor vergunningverlening. Ook moet tegen die tijd de helft van alle nieuwbouw fabrieksmatig worden geproduceerd. “Wat werkt, zet ik door. Wat anders moet, vernieuw ik”, aldus de minister.
Kabinet zei zelf: plannen genoeg
Opvallend is dat het kabinet eerder dit jaar zelf al vaststelde dat een gebrek aan plannen niet het grootste probleem is. In april kopte het ministerie boven een eigen bericht: “Plannen voldoende, uitvoering hapert.” Gemeenten beschikten toen voor de periode tot en met 2030 over plannen voor ongeveer 128 procent van het aantal woningen dat nodig is om jaarlijks 100.000 huizen toe te voegen. Ongeveer 61 procent daarvan was vastgesteld of vergund.
Ook Boekholt-O'Sullivan erkent dat nu. “Er is geld en er liggen bouwplannen genoeg. Nu telt alleen nog tempo: van tekening naar heipaal”, schrijft ze bij de presentatie van het nieuwe pakket. Het woningtekort zit daarmee volgens de eigen analyse van het kabinet vooral vast op uitvoering, vergunningen, financiering, het volle elektriciteitsnet en stikstof.
Zelfs zonder het nieuwe 50-puntenplan lag de grens van 100.000 woningen al binnen bereik. ABF Research voorspelde in juli dat in 2027 ongeveer 99.700 woningen kunnen worden gerealiseerd. Die raming is gebaseerd op onder meer bestaande bouwplannen en reeds verleende vergunningen. Voor 2028 verwacht het onderzoeksbureau dat de productie vervolgens weer iets daalt.
Veel maatregelen stammen van vorige kabinetten
Ook inhoudelijk borduurt het actieplan voor een belangrijk deel voort op bestaand beleid. Het kabinet-Schoof wilde in 2024 eveneens 100.000 woningen per jaar bouwen. Toenmalig woonminister Mona Keijzer kondigde al aan dat procedures parallel moesten gaan lopen, overbodige bouwregels moesten verdwijnen en bestaande gebouwen beter moesten worden benut door onder meer optoppen, splitsen en transformatie.
Tijdens de Woontop van december 2024 werden daar opnieuw afspraken over gemaakt. Ook toen was het doel structureel 100.000 woningen per jaar. Het vorige kabinet stelde bovendien 5 miljard euro beschikbaar voor betaalbare woningbouw en nog eens 2,5 miljard voor infrastructuur rond nieuwe wijken.
Hoogleraar woningmarktbeleid Peter Boelhouwer noemt de nieuwe vijftig actiepunten tegenover RTL Nieuws daarom weliswaar “waardevol”, maar plaatst er meteen een kanttekening bij. “Maar ik vind het allemaal ook wat blijmoedig en naïef. Op heel veel aspecten wordt regie van het Rijk als oplossing gezien. Vaak is onduidelijk hoe en of er voldoende geld is.”
Eerder deze maand gebeurde vrijwel hetzelfde
Het is bovendien niet de eerste keer deze maand dat het kabinet met een woningbouwaankondiging komt waarvan een belangrijk deel al bestond. Op 1 september presenteerde Boekholt-O’Sullivan vijf zogenoemde “nieuwe locaties” waar versneld ongeveer 30.000 woningen moeten worden gebouwd. Het ging om gebieden in Deventer, Haarlem, Leeuwarden, Maastricht en Weert. De officiële aankondiging van het Rijk sprak expliciet over “5 nieuwe locaties”.
Nieuw was echter vooral de status van die gebieden als nationaal grootschalige woningbouwlocatie. De woningbouwplannen zelf lagen er al. Op sommige plekken stonden zelfs al woningen.
Haarlem-Schalkwijk is daarvan een duidelijk voorbeeld. In 2021 werd daar gebouw Californië met 156 woningen opgeleverd. Eind 2024 volgde Ceylonpoort met nog eens 162 woningen. In datzelfde jaar begon bovendien de bouw van de eerste vijf van acht woongebouwen op een ander deel van het gebied. Daar alleen al zijn 1.200 woningen voorzien. Toch werd Schalkwijk deze maand door het kabinet opnieuw opgevoerd als een van de vijf nieuwe locaties.
Ook in Deventer was de ontwikkeling al volop bezig. Gemeentelijke stukken van vóór de rijksaankondiging melden dat in Centrum & Schil al 332 woningen waren opgeleverd en nog eens 250 in aanbouw waren. De gemeente werkte bovendien al aan ruim 2.000 woningen in en rond het centrum.
Hetzelfde geldt in verschillende mate voor Leeuwarden, Maastricht en Weert. De aanwijzing door Boekholt-O’Sullivan kan wel degelijk iets toevoegen: het Rijk gaat zich intensiever met de gebieden bemoeien en wil knelpunten rond vergunningen, infrastructuur, stikstof, drinkwater en het elektriciteitsnet sneller oplossen. Maar de 30.000 woningen die het kabinet presenteerde, waren geen 30.000 nieuwe bouwplannen die begin september ineens aan de voorraad werden toegevoegd. Het waren grotendeels woningen die al op papier stonden.
Nieuwe 7 miljard begint pas in 2029
Ook bij het aangekondigde bedrag van 7 miljard euro is een belangrijke nuance nodig. Het kabinet spreekt over 7 miljard voor woningbouw tot en met 2035. Uit de begroting van het ministerie blijkt echter dat dit geld uit het coalitieakkoord bestaat uit 1 miljard euro per jaar van 2029 tot en met 2035. De eigen structurele miljardeninjectie van het kabinet-Jetten begint dus pas over ruim twee jaar.
Boelhouwer wijst erop dat dit volgens partijen uit de bouwsector onvoldoende kan zijn. De Woonalliantie becijferde eerder dat jaarlijks miljarden extra publieke investeringen nodig zijn om 100.000 woningen te kunnen bouwen en voldoende daarvan betaalbaar te houden. Volgens hem heeft het kabinet slechts een deel van die voorstellen overgenomen.
Ondertussen blijven twee van de grootste hindernissen bestaan. Het stroomnet zit op veel plaatsen vol en stikstof beperkt de vergunningverlening. Het kabinet erkent beide problemen in het actieplan. Over netcongestie moeten nog afspraken worden gemaakt met netbeheerders en ontwikkelaars. Voor stikstof verwijst het kabinet naar maatregelen die eerder zijn aangekondigd en waarvan het effect op de vergunningverlening nog moet blijken.
Het 50-puntenplan bevat daarmee wel nieuwe maatregelen en extra ondersteuning, maar is vooral een poging om bestaande bouwplannen sneller werkelijkheid te maken. Het kabinet zegt dat feitelijk zelf ook. De woningen staan voor een belangrijk deel al op papier. De komende jaren moet blijken of Den Haag erin slaagt juist het probleem op te lossen waarop eerdere kabinetten vastliepen: ze daadwerkelijk bouwen.























































