Sauna stuurde moslima in boerkini weg: College spreekt van discriminatie

Wellnessresort de Zwaluwhoeve heeft volgens het College voor de Rechten van de Mens een jonge moslima gediscrimineerd vanwege haar boerkini. De vrouw bezocht het resort in het Gelderse Hierde in juni 2025 tijdens een speciale badkledingdag. Hoewel bezoekers die dag badkleding moesten dragen, werd haar lichaamsbedekkende zwemkleding niet toegestaan. Een medewerker vroeg haar na ongeveer vier uur om de sauna te verlaten.
De vrouw was samen met haar oma en tante naar de Zwaluwhoeve gekomen. Tijdens een badkledingdag moeten gasten een badpak, zwemshort of zwembroek dragen. De vrouw koos voor een boerkini, bestaande uit lichaamsbedekkende zwemkleding met lange mouwen, lange pijpen en een hoofddoek. Na haar vertrek stapte ze naar een meldpunt voor discriminatie.
College ziet indirect onderscheid
Het College voor de Rechten van de Mens stelt dat het beleid van de Zwaluwhoeve indirect onderscheid maakt op grond van godsdienst en geslacht. Een boerkini wordt volgens het college over het algemeen gedragen door islamitische vrouwen. De combinatie van verschillende kenmerken wordt aangeduid als 'intersectionele discriminatie'.
De Zwaluwhoeve verdedigde het verbod met argumenten over de 'gezondheid en veiligheid van bezoekers en de hygiëne in de sauna'. Een medewerker stelde dat iemand in een boerkini de lichaamswarmte onvoldoende kan afvoeren, 'wat risico's met zich mee kan brengen'. Het college vindt dat het resort onvoldoende heeft aangetoond dat dit daadwerkelijk een probleem vormt.
Ook de bezwaren rond hygiëne overtuigden het college niet. Volgens aangehaalde onderzoeken bestaat er geen verschil tussen verschillende soorten stoffen die voor badkleding worden gebruikt. De Zwaluwhoeve wees erop dat bezoekers in de sauna meer zweten. Het college zag echter geen bewijs dat een boerkini daardoor extra risico's veroorzaakt.
Klacht over behandeling afgewezen
De vrouw klaagde daarnaast over de manier waarop zij door een medewerker werd behandeld. Ze stelde dat ze 'respectloos en bijna agressief' werd gevraagd om de sauna te verlaten. Ook zei ze dat ze zag hoe de medewerker en een collega in een hoek stonden te lachen toen zij vertrok.
Op dat onderdeel kreeg de vrouw geen gelijk. Het college kon niet vaststellen dat de medewerker haar vanwege haar godsdienst of geslacht als minderwaardig had behandeld. Van 'discriminatoire bejegening' was volgens het college daarom geen sprake.
Het oordeel betekent niet dat de Zwaluwhoeve automatisch verplicht is het beleid te veranderen. Uitspraken van het College voor de Rechten van de Mens zijn niet rechtstreeks bindend. Volgens het college worden zulke oordelen in de praktijk vaak vrijwillig opgevolgd en kunnen ze daarnaast worden meegenomen in een eventuele rechtszaak.
























































