MOB wil vergunningen van 18 Overijsselse boeren laten intrekken: provincie weigert

Achttien boerenbedrijven in Overijssel wacht een belangrijke rechtszaak. Milieuorganisaties Mobilisation for the Environment (MOB) en Vereniging Leefmilieu willen dat hun natuurvergunningen worden ingetrokken. De provincie weigert daaraan mee te werken. Op 26 november moet de rechter zich over de kwestie buigen, meldt Tubantia.
Daarmee staat voor de betrokken boeren veel op het spel. Zij beschikken juist over vergunningen die juridisch definitief zijn geworden. Toch betekent zo'n onherroepelijke vergunning niet dat intrekking nooit mogelijk is. Bij onvoldoende bescherming van Natura 2000-gebieden kan een overheid onder omstandigheden alsnog gedwongen worden opnieuw naar zo'n vergunning te kijken. De Raad van State bevestigde dit jaar in een vergelijkbare zaak dat een definitieve natuurvergunning onderwerp kan zijn van een intrekkingsprocedure.
Nog negen verzoeken op de plank
De achttien rechtszaken zijn bovendien niet het hele verhaal. Bij de provincie liggen volgens het regionale bericht nog negen andere verzoeken van MOB en Leefmilieu om vergunningen in te trekken. Ook daaraan wil het provinciebestuur vooralsnog niet tegemoetkomen.
De organisaties richten zich op bedrijven die volgens de gebruikte stikstofberekeningen relatief veel neerslag veroorzaken op kwetsbare natuur. Zij vinden dat intrekking nodig kan zijn wanneer andere maatregelen onvoldoende resultaat opleveren.
Overijssel kiest voor een andere route. „Het is niet terecht om één ondernemer aan te spreken op de stikstofproblematiek”, zei landbouwgedeputeerde Gert Harm ten Bolscher woensdag tijdens een vergadering van de commissie Landbouw en Natuur.
Dat overleg vond inderdaad plaats op 16 september. Op de agenda stond het landelijke stikstofpakket Weer ruimte voor boer, natuur en bouw. Ook boeren, gemeenten en belangenorganisaties kregen daar spreektijd.
‘Wij zijn de Kop van Jut’
Voor sommige boeren voelt de nieuwe juridische strijd wrang. Zij verkeerden juist in de veronderstelling dat hun vergunning zekerheid bood.
Irene Peltjes uit Bergentheim vertelde de Statenleden dat haar bedrijf al maatregelen heeft genomen om de uitstoot terug te dringen. Toch kan nu alsnog de vergunning ter discussie komen te staan. „Wij zijn lijdend voorwerp. Kop van Jut”, zei ze.
De provincie hoopt een gedwongen intrekking te voorkomen door aannemelijk te maken dat de stikstofbelasting ook via bredere maatregelen voldoende wordt verminderd. Dat sluit aan bij de juridische lijn van de Raad van State: bij een intrekkingsverzoek is van belang welke andere concrete maatregelen worden genomen om verslechtering van beschermde natuur tegen te gaan. Daarom begint de tijd te dringen.
Wachten op Van Essen
Landbouwminister Jaimi van Essen werkt aan een verdere uitwerking van zijn stikstofbeleid. Voor Overijssel kan dat cruciaal worden. Hoe concreter de landelijke en provinciale maatregelen vóór de rechtszaak zijn, hoe sterker de provincie kan betogen dat het intrekken van individuele vergunningen niet noodzakelijk is.
Overijssel heeft vergunningverlening rond stikstof op verschillende onderdelen momenteel zelfs opgeschort tot 1 februari 2027, in afwachting van duidelijkheid over beleid en recente rechterlijke uitspraken.
Juist over het landelijke pakket ontstond woensdag politieke verdeeldheid. BBB en PVV willen dat Van Essen zijn stikstofbrief terugneemt of aanpast. Andere fracties vrezen dat daardoor opnieuw vertraging ontstaat.
SGP-Statenlid Lubber Talen verwoordde die zorg zo: „We willen geen nieuwe vertraging, geen nieuwe onzekerheid. We willen geen nieuwe brief, maar perspectief.”
Ten Bolscher wil evenmin dat het plan verdwijnt. Zijn boodschap was dat Den Haag, provincie en boeren juist samen verder moeten: „De brief moet óp tafel. En we moeten samen óm tafel.”
Voor de achttien bedrijven krijgt dat politieke debat ondertussen een zeer concrete betekenis. Als overheid en provincie de rechter onvoldoende kunnen overtuigen dat andere stikstofmaatregelen werkelijk effect hebben, komt de vraag naar het intrekken van hun bestaande vergunningen nadrukkelijk op tafel.


















































