Nederlanders steeds kritischer op klimaatbeleid, stelt overheidsrapport

De steun voor duur en ingrijpend klimaatbeleid brokkelt af onder de Nederlandse bevolking. Dat blijkt uit het nieuwe SCP-rapport Klimaat en Samenleving 2026. Er groeit irritatie over de kosten, de dwang en de manier waarop Den Haag klimaatbeleid doorvoert.
De belangrijkste boodschap uit het rapport is opvallend dubbel. Een meerderheid vindt klimaataanpak nog steeds belangrijk. Maar een grote groep Nederlanders vindt dat klimaatbeleid te veel kost, te weinig oplevert en vooral bij gewone burgers terechtkomt.
Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau is de ervaren urgentie rond klimaat en energietransitie de afgelopen vijf jaar licht gedaald. Ook maakt een groeiende groep mensen zich boos over alle aandacht voor klimaat, terwijl volgens hen andere problemen dringender zijn. Denk aan woningnood, zorg, veiligheid, migratie en de kosten van levensonderhoud.
Klimaat zakt weg tussen andere zorgen
Het SCP stelt dat veel Nederlanders nog altijd bezorgd zijn over klimaatverandering, het opraken van grondstoffen en de achteruitgang van natuur. Toch is klimaat voor veel mensen niet het enige probleem. Andere zorgen drukken zwaarder op het dagelijks leven.
Het rapport noemt expliciet dat de overheid rekening moet houden met verdeeldheid en onvrede. Dat is geen kleine kanttekening. Het SCP schrijft dat politici, welke richting zij ook kiezen, “iets anders doen dan wat een grote groep mensen wil”. Daarmee wordt duidelijk hoe wankel het draagvlak is geworden.
Vooral de vraag wat Nederland op wereldschaal eigenlijk bereikt, leeft sterk. Bijna een derde van de mensen vraagt zich af wat de zin is van een Nederlandse bijdrage aan klimaataanpak. Bijna de helft denkt dat Nederland al veel meer doet dan andere landen. Dat raakt aan een gevoelig punt: burgers zien dat Nederland zichzelf dure klimaatdoelen oplegt, terwijl grote landen doorgaan met uitstoten.
Boosheid over klimaat groeit
De onvrede gaat niet alleen over twijfel aan klimaatbeleid. Het gaat ook over ergernis. Volgens het SCP is ongeveer een derde van de mensen boos over de aandacht voor klimaat, omdat er volgens hen belangrijkere problemen zijn die eerst moeten worden opgelost. Die groep is de afgelopen vijf jaar gegroeid.
Ook heeft ongeveer een derde het gevoel dat een kleine groep Nederlanders maatregelen tegen klimaatverandering opdringt aan de rest. In de bijlagen van het rapport staat dat 34 procent het eens is met de stelling dat een kleine groep klimaatmaatregelen opdringt. 38 procent is het daarmee oneens. De rest zit ertussenin. Dat laat zien dat klimaatbeleid niet alleen een technisch dossier is, maar ook een cultureel strijdpunt.
Daarbij komt dat slechts een klein deel tevreden is over wat de regering bereikt met klimaatbeleid. Het SCP noemt die tevredenheid “slechts een fractie”. Met andere woorden: burgers zien wel grote plannen, heffingen, subsidies, regels en campagnes, maar hebben weinig vertrouwen in het resultaat.
Rekening komt bij burgers terecht
Een van de hardste conclusies gaat over de kosten. Veel Nederlanders vinden dat de rekening van klimaataanpak oneerlijk wordt verdeeld. Volgens het SCP ervaart een ruime meerderheid de verdeling van kosten als onrechtvaardig. Dat geldt tussen landen, tussen generaties, tussen burgers en bedrijven, en tussen armere en rijkere Nederlanders.
Vooral het gevoel dat burgers opdraaien voor beleid dat bedrijven ontziet, springt eruit. Mensen geven volgens het rapport vaak aan dat de lasten te veel bij burgers worden neergelegd. Zij vinden dat de grootste vervuilers en de meest draagkrachtige bedrijven meer moeten betalen.
Daar zit de kern van de maatschappelijke weerstand. Burgers krijgen hogere energierekeningen, duurdere boodschappen, belastingen op verbruik en druk om hun woning te verduurzamen. Tegelijk zien zij grote bedrijven profiteren van subsidies, uitzonderingen en politieke aandacht. Dat voedt het gevoel dat klimaatbeleid niet rechtvaardig is, maar een kostbare herverdeling naar boven.
Weinig trek in vleestaks en zuiveltaks
Het SCP ziet ook dat Nederlanders minder bereid zijn om zelf offers te brengen. Eind 2025 vonden mensen het minder belangrijk dan in 2024 om zelf bij te dragen aan het tegengaan van klimaatverandering. Vooral maatregelen die de kosten van levensonderhoud raken, liggen slecht.
De steun voor een vleestaks is volgens het rapport nog kleiner geworden. De steun voor een zuiveltaks blijft eveneens laag: slechts een op de vijf mensen steunt zo’n maatregel. Dat is veelzeggend. Zodra klimaatbeleid de boodschappenkar raakt, verdwijnt de bereidheid snel.
Er is wel steun voor maatregelen die zich richten op huishoudens die meer vervuilen, zoals een vliegtaks, belasting naar autogebruik of gasbelasting voor grotere gebruikers. Maar het brede signaal is helder: Nederlanders willen niet dat basisbehoeften als eten, energie en wonen nog duurder worden door klimaatbeleid.
Burger voelt zich niet gehoord
Het vertrouwen in de manier waarop klimaatbeleid wordt gemaakt, is laag. Volgens het SCP voelt slechts ongeveer een op de tien mensen zich positief meegenomen door de regering. Zij vinden dat de regering naar hun wensen luistert, rekening houdt met mensen zoals zij en belangen goed afweegt. Daartegenover staat een veel grotere groep die dat niet zo ziet.
Het rapport noemt harde cijfers. 50 procent vindt dat de regering niet goed luistert naar de wensen van burgers. 49 procent vindt dat er geen rekening wordt gehouden met de mening van mensen zoals zij. 43 procent vindt dat de regering de belangen van verschillende groepen burgers niet goed afweegt.
In de open antwoorden klinkt die frustratie scherp door. Een respondent zegt: “De regering luistert NOOIT naar de gewone mens. Ze moeten eens luisteren wat die te vertellen hebben en wat ze de gewone mens dus meemaken. Ik heb het idee dat de burgers derderangs mensen zijn.” Een ander schrijft: “Puntje bij paaltje gaat het toch over het geld wat maatregelen kosten. De rest is daar ondergeschikt aan.”
Klimaatbeleid raakt dagelijks leven
Het SCP benadrukt dat klimaatmaatregelen niet abstract zijn. Ze raken aan wonen, werken, reizen, energie en consumptie. In het voorwoord staat dat klimaat- en energiebeleid direct invloed heeft op het dagelijks leven en de kwaliteit van leven van mensen. Ook kunnen de gevolgen per groep verschillend uitpakken.
Juist daarom is het politieke risico groot. Klimaatbeleid wordt vaak gepresenteerd als noodzakelijk en technisch. Maar voor burgers voelt het als een reeks concrete lasten. De cv-ketel moet weg. De auto wordt duurder. Vlees wordt verdacht gemaakt. Energie wordt belast. De woning moet worden aangepast. En wie zonnepanelen heeft, ziet hoe regelingen veranderen en terugleverkosten opduiken.
Het SCP noemt ook dat mensen aangeven zich soms “gestraft” te voelen wanneer zij juist een bijdrage wilden leveren, bijvoorbeeld door zonnepanelen te nemen. De afbouw van de salderingsregeling en terugleverkosten worden daarbij genoemd.
De grootste kwetsbaarheid zit bij betaalbaarheid. Veel mensen zijn bezorgd dat klimaataanpak hun leven duurder maakt. Vooral mensen met lagere inkomens en mensen zonder hbo- of wo-opleiding maken zich daar zorgen over. Zij besteden al een groter deel van hun inkomen aan energie en levensmiddelen. Prijsstijgingen raken hen dus harder.
Het gevolg is een klimaatbeleid dat op papier groen is, maar in de praktijk sociaal scheef kan uitpakken. Het SCP noemt die ervaren onrechtvaardigheid een risico voor steun en politiek vertrouwen.





















































