Box 3 opnieuw in chaos: coalitie schuift belastingplan vooruit

De hervorming van box 3 dreigt opnieuw jaren vertraging op te lopen. VVD, D66 en CDA zijn het niet eens geworden over de manier waarop spaargeld, beleggingen en vastgoed vanaf 2028 moeten worden belast. De coalitie wil daarom het wetsvoorstel dat momenteel in de Eerste Kamer ligt voorlopig vooruit schuiven. Dat blijkt uit uitgelekte Prinsjesdagstukken.
De draai is opvallend. VVD, D66 en CDA stemden eerder in de Tweede Kamer nog vóór het huidige wetsvoorstel. VVD en CDA dreigen er nu in de Eerste Kamer juist tegen te stemmen. Tegelijkertijd lijkt de coalitie een fundamenteel andere richting te willen inslaan. In plaats van jaarlijks belasting te heffen over waardestijgingen die nog niet zijn verzilverd, wordt gekeken naar een volledige vermogenswinstbelasting. Daarbij wordt pas afgerekend wanneer bijvoorbeeld aandelen of cryptomunten daadwerkelijk worden verkocht.
Het kabinet wilde vanaf 2028 overstappen naar een systeem waarin belasting wordt geheven over het daadwerkelijk behaalde rendement. Dat moet een einde maken aan het huidige stelsel waarin met fictieve rendementen wordt gerekend.
Onder het wetsvoorstel dat nu in de Eerste Kamer ligt, zouden spaarders en beleggers jaarlijks belasting gaan betalen over hun rendement. Voor beleggingen betekent dat dat ook waardestijgingen worden belast wanneer aandelen nog helemaal niet zijn verkocht. Een belegger kan daardoor belasting verschuldigd zijn over winst die alleen op papier bestaat. Juist dat onderdeel heeft tot grote politieke weerstand geleid. Voor de zomer werd de stemming in de Eerste Kamer daarom uitgesteld.
Staatssecretaris Eerenberg van Financiën kreeg vervolgens de opdracht om met aanpassingen te komen. De D66-bewindsman kreeg tot Prinsjesdag de tijd om tegemoet te komen aan de bezwaren vanuit de Eerste Kamer. Dat heeft vooralsnog geen oplossing opgeleverd.
VVD, D66 en CDA hebben de afgelopen weken stevig over verschillende mogelijkheden gesproken. Over geen van de voorstellen kon overeenstemming worden bereikt. Daarom wil het kabinet nu dat de Eerste Kamer voorlopig helemaal niet over de wet stemt.






















































