VWS liet ‘eigen verhaal’ over corona schrijven terwijl kritiek opliep

Terwijl journalisten en burgers tijdens de coronaperiode moesten wachten op interne stukken, gaf het ministerie van Volksgezondheid duizenden pagina’s overheidsinformatie aan een extern onderzoeksbureau. Dat bureau kreeg voor ongeveer 700.000 euro de opdracht om het eigen verhaal van VWS over de corona-aanpak vast te leggen. Volgens voormalige toezichthouders paste dat in een bredere, sterk defensieve cultuur onder toenmalig coronaminister Hugo de Jonge.
Uit een reconstructie van Nieuwsuur blijkt dat VWS al in mei 2020 begon na te denken over toekomstige onderzoeken naar de coronamaatregelen. De kritiek op het coronabeleid nam toe en binnen het ministerie werd rekening gehouden met een latere parlementaire enquête.
De twee hoogste ambtenaren schreven destijds dat het ministerie zijn eigen verhaal wilde vastleggen „niet omdat we ons straatje willen schoonvegen”, maar om voorbereid te zijn „op de vragen die gaan komen”. Het ministerie schakelde daarvoor de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) in.
Duizenden interne stukken voor onderzoekers
De onderzoekers kregen ruime toegang tot informatie. VWS leverde in de zomer van 2020 via USB-sticks uiteindelijk meer dan 5.000 pagina’s met interne documenten. Daaronder zaten verslagen van crisisteams en bestuurlijke overleggen, situatierapporten en later ook e-mails.
Journalisten die in dezelfde periode via de Wet openbaarheid van bestuur om interne coronastukken vroegen, kregen die toegang niet. VWS stelde dat tijdens de coronaperiode onvoldoende capaciteit beschikbaar was om alle Wob-verzoeken volgens de normale procedure af te handelen. De bestrijding van corona kreeg prioriteit. Veel documenten werden pas maanden of jaren later openbaar.
Dat contrast werd ook binnen het ministerie als gevoelig gezien. Een medewerker noemde het achteraf „kwetsbaar” dat de NSOB veel eerder over interne documenten beschikte dan de media. In een intern stuk over de alternatieve openbaarmakingsmethode schreef een ambtenaar bovendien dat het erom ging dat VWS „zelf de regie” hield.
‘Sterker en minder vatbaar voor kritiek’
Ook de reden om juist externe onderzoekers in te schakelen blijkt uit interne correspondentie. Een VWS-medewerker schreef dat het verhaal sterker zou worden wanneer mensen van buiten het ministerie het zouden opschrijven, uiteraard met veel input van VWS zelf. Daarmee zou het volgens die ambtenaar „sterker en minder vatbaar voor kritiek” worden.
Voor de eerste opdracht wilde het ministerie snel handelen. De minister kreeg daarom het advies akkoord te gaan met een uitgave van 470.000 euro buiten de normale Europese aanbestedingsprocedure. Het uiteindelijke project kostte volgens Nieuwsuur ongeveer zeven ton.
NSOB-bestuurder Martijn van der Steen zegt nu ongemakkelijk te worden van sommige achterliggende stukken. Volgens hem zag hij destijds bij VWS een oprechte wens om van de coronaperiode te leren, „maar daarnaast wilden ze blijkbaar ook een strategisch communicatieverhaal hebben”.
Hij waarschuwt bovendien tegen de manier waarop voormalig VWS-topambtenaar Erik Gerritsen het onderzoek nu samenvat. Gerritsen zegt dat eruit bleek dat het ministerie „topprestaties heeft geleverd”.
„Zo kan hij dat niet samenvatten”, reageert Van der Steen. Het onderzoek keek volgens hem uitsluitend vanuit het perspectief van VWS en gaf daardoor per definitie een eenzijdig beeld.
Kamer en toezichthouders als probleem
Opvallend is ook hoe binnen de VWS-top tegen externe controle werd aangekeken. In voorbereidende stukken bij het eigen coronaverhaal staat dat de Nederlandse manier van evalueren „rammelt”. De Tweede Kamer wordt daarin „verpolitiekt” genoemd en de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) wordt omschreven als „scherprechter”. Volgens de tekst zou de wetenschap daarom een grotere rol moeten krijgen bij evaluaties van de coronaperiode.
Gerritsen zegt niet meer te weten wie de tekst schreef, maar onderschrijft de inhoud naar eigen zeggen „voor 150 procent”. Hij stelt dat deze kritiek destijds breed werd gedragen binnen het ministerie.
Ook nu is hij scherp over de instanties die het coronabeleid controleerden. Volgens Gerritsen zijn eerdere parlementaire enquêtes uitgelopen op „blame games”. De drie onderzoeken van de OVV naar corona noemt hij voorbeelden van „schuld en boete”.
Hoogleraar staats- en bestuursrecht Wim Voermans vindt die houding juist zorgelijk. „Parlementaire enquêtes en controlerende organen worden weggezet als een soort vijandig kamp”, zegt hij. Volgens hem wilde VWS „geen pottenkijkers” en werd geprobeerd de eigen aanpak te sturen terwijl kritische buitenstaanders op afstand werden gehouden.
Rekenkamer: ‘gesloten, defensieve cultuur’
Die kritiek wordt gedeeld door Ewout Irrgang, vicepresident van de Algemene Rekenkamer. Hij spreekt over een „gesloten, defensieve cultuur” bij VWS tijdens de coronajaren.
De Rekenkamer concludeerde in 2021 dat het financieel beheer rond de coronaperiode ernstig tekortschoot. Bij 5,1 miljard euro aan coronamiddelen kon de minister voor een fors deel niet aantonen dat het geld rechtmatig was besteed.
Irrgang vindt dat De Jonge die kritiek destijds publiekelijk kleiner maakte dan zij was. De minister verwees onder meer naar ontbrekende „pakbonnen”. „Daarmee wekte hij de suggestie: het is overdreven”, zegt Irrgang nu. „Dat is niet alleen niet netjes tegenover de Rekenkamer, maar problemen werden er vooral ook niet sneller door aangepakt.”
Dijsselbloem: VWS-top ‘danig overstuur’
Ook voormalig OVV-voorzitter Jeroen Dijsselbloem herkent het beeld. Zijn Onderzoeksraad concludeerde in 2022 onder meer dat verpleeghuizen tijdens de eerste coronagolf onvoldoende in beeld waren. Schaarse beschermingsmiddelen gingen aanvankelijk vooral naar ziekenhuizen en acute zorg. Ongeveer de helft van de coronasterfte tot september 2020 vond plaats in verpleeghuizen.
Gerritsen noemt dat OVV-rapport nog altijd „extreem beschuldigend”. Hij zocht Dijsselbloem na publicatie thuis op en zei hem dat de Onderzoeksraad „onderdeel is van het probleem”.
Dijsselbloem zegt dat de twee elkaar inhoudelijk niet nader zijn gekomen. Volgens hem reageerde de VWS-top onder De Jonge destijds „zeer defensief”, voelde die zich „miskend” en was zij „danig overstuur”.
De discussie krijgt deze week een vervolg. De parlementaire enquête naar het coronabeleid loopt nog en Hugo de Jonge wordt donderdag 3 september opnieuw verhoord. De oud-minister en VWS willen zolang de enquête loopt niet inhoudelijk reageren op de nieuwe vragen van Nieuwsuur.






















































