ING wil snelle invoering van Europese digitale ID-wallet

ING wil dat Nederland haast maakt met de invoering van de Europese digitale identiteitswallet. De bank roept de Tweede Kamer op om de implementatie te versnellen en waarschuwt dat Nederland anders achterop raakt. Tegelijk bestaan er zorgen over de vrijwilligheid van het systeem. Privacyorganisaties vrezen dat burgers de wallet op papier kunnen weigeren, maar er in de praktijk steeds moeilijker omheen kunnen.
De bank doet zijn oproep in aanloop naar een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer op 10 september. Daar wordt gesproken over de Europese digitale ID-wallet, de zogeheten EUDI Wallet, en over de European Business Wallet voor bedrijven.
ING noemt beide systemen belangrijk voor digitale dienstverlening. „ING vindt een succesvolle invoering van de Europese Digitale Identiteitswallet (EUDIW) en de European Business Wallet (EBW) belangrijk. De EUDIW is nodig om natuurlijke personen veilig te kunnen identificeren en authenticeren binnen betaaldiensten.”
Bank wil sneller klanten kunnen controleren
Voor ING zit een belangrijk voordeel in het cliëntenonderzoek dat banken wettelijk moeten uitvoeren. Een zakelijke wallet kan volgens de bank geverifieerde gegevens rechtstreeks beschikbaar maken.
Daarbij gaat het bijvoorbeeld om gegevens uit handelsregisters, informatie over uiteindelijk belanghebbenden en fiscale gegevens. Ook kan de wallet volgens ING helpen om controles van buitenlandse zakelijke klanten te standaardiseren. Dat moet processen sneller maken en fouten verminderen.
Daarnaast ziet de bank mogelijkheden voor digitale volmachten en handtekeningen. Bedrijven zouden werknemers of adviseurs via de wallet bevoegdheden kunnen geven. Een accountant kan dan bijvoorbeeld gegevens opvragen namens een klant, terwijl een financieel directeur digitaal leningdocumenten kan ondertekenen.
Ook financiële gegevens kunnen uiteindelijk in het systeem terechtkomen. ING noemt onder meer omzetcijfers, vergunningen, ESG-certificaten en taxatierapporten die als gecertificeerde gegevens via een business wallet beschikbaar kunnen worden gesteld.
Nederland dreigt planning niet te halen
Volgens ING loopt Nederland inmiddels achter op de Europese planning. De bank schrijft dat de beschikbaarheid van een Nederlandse EUDI Wallet naar verwachting verschuift van 2026 naar 2028.
Dat kan volgens ING Nederlandse bedrijven benadelen wanneer ondernemingen in andere EU-landen eerder gebruik kunnen maken van de digitale identiteit. Ook buitenlandse bedrijven zouden daardoor moeilijker digitaal zaken kunnen doen in Nederland. „ING roept de Tweede Kamer daarom op om aan te dringen op tijdige implementatie van de EUDI Wallet, en de benodigde flankerende wetgeving.”
De bank wil daarnaast zoveel mogelijk dezelfde technische regels in alle Europese landen. Lidstaten krijgen binnen de Europese regels namelijk nog ruimte om hun eigen walletsysteem in te richten. Daardoor kunnen verschillen ontstaan in werking, veiligheid en gebruiksgemak. Volgens ING is dat juist voor internationale bedrijven ongewenst.
Wie draait op voor fraude?
Tegelijk ziet ING zelf nog belangrijke open vragen. Zo is volgens de bank niet duidelijk genoeg wie verantwoordelijk is wanneer iets misgaat.
Dat speelt bijvoorbeeld bij fraude, een gehackt identificatiemiddel of foutieve gegevens in een wallet. Onduidelijkheid over aansprakelijkheid en schade kan volgens ING leiden tot juridische onzekerheid voor consumenten en bedrijven. De bank wil daarom Europese afspraken over wie waarvoor verantwoordelijk is.
Ondanks die onzekerheden dringt ING aan op tempo. De bank vraagt de Kamer om een „zo snel mogelijke implementatie” van de wallet en bijbehorende wetgeving, maximale Europese harmonisatie en duidelijke verantwoordelijkheden binnen het systeem.
Vrijwillig, maar voor hoelang praktisch vrijwillig?
Juist die snelle invoering roept ook zorgen op. Het kabinet heeft steeds gezegd dat het gebruik van de Europese digitale ID-wallet vrijwillig moet blijven.
Privacy First waarschuwde eerder dat die vrijwilligheid in de praktijk kan worden uitgehold. Banken en andere financiële instellingen moeten klanten steeds uitgebreider digitaal identificeren vanwege antiwitwasregels. Tegelijk verdwijnen fysieke bankkantoren en worden steeds meer diensten uitsluitend online aangeboden.
Daardoor kan een situatie ontstaan waarin niemand formeel wordt verplicht een Europese ID-wallet te gebruiken, maar klanten zonder zo'n digitaal identiteitsmiddel steeds minder alternatieven overhouden.
Voor ING ligt het accent juist op brede acceptatie. De bank schrijft dat wallets pas echt goed werken wanneer ze „zowel door de overheid als door private partijen erkend en algemeen geaccepteerd worden”.
Daarmee draait het komende debat niet alleen om snelheid en gemak. De Kamer zal ook moeten bepalen hoe vrijwillig een digitale identiteit in de praktijk blijft wanneer overheden, banken en bedrijven haar steeds vaker als standaard gaan gebruiken.






















































