Nieuwe COA-baas heeft geen enkele werkervaring op migratievlak

Het COA heeft sinds enkele weken een nieuwe bestuursvoorzitter: Remco Bakker. Maar zijn achtergrond is opvallend. Voor zover bekend heeft Bakker nooit eerder in de asiel- of migratieketen gewerkt. Geen IND, geen terugkeerorganisatie, geen grensbewaking en geen asielopvang. Wel heeft hij jarenlange bestuurservaring, vooral bij grote maatschappelijke organisaties in de zorg.
De benoeming van Bakker, die inging op 15 augustus, is opvallend gezien de taak die voor hem ligt. Het COA bevindt zich midden in een politiek beladen migratiedossier en moet tegelijkertijd opvangplekken regelen, gemeenten meekrijgen en de kosten van de opvang beheersen.
De Algemene Bestuursdienst omschrijft de opdracht zelfs als een „complexe, dynamische asielopvang-opgave”. Bakker moet als voorzitter leiding geven aan het streven naar stabielere opvang tegen lagere kosten.
Loopbaan speelt zich af in de zorg
Wie het cv van Bakker terugloopt, komt vrijwel uitsluitend uit bij zorg en welzijn. Zijn laatste werkgever was het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Dat is de organisatie die beoordeelt of mensen in aanmerking komen voor langdurige zorg. Bakker begon daar in mei 2021 als bestuurslid. Na een periode als waarnemer werd hij in september 2023 voorzitter van de raad van bestuur.
Daarvoor werkte hij negen jaar bij de Raphaëlstichting, een zorgorganisatie op antroposofische grondslag. Hij was er uiteindelijk voorzitter van de raad van bestuur. De stichting is actief in onder meer de gehandicaptenzorg, psychiatrie en verpleeghuiszorg.
Ook de jaren daarvoor lagen in dezelfde sector. Bakker was bestuurder bij Orion, eveneens een antroposofische zorgaanbieder, en werkte eerder onder meer bij Amarant en de Lievegoed Zorggroep. Toen zijn komst naar de Raphaëlstichting in 2011 werd aangekondigd, werd hij omschreven als iemand met veel ervaring in de verstandelijk gehandicaptenzorg en antroposofische zorg.
In de openbare biografische informatie over zijn loopbaan is geen eerdere functie binnen het asielbeleid of de migratieketen terug te vinden.
Meteen aan het hoofd van de asielopvang
Zijn eerste baan op migratievlak is daarmee direct de hoogste bestuursfunctie bij het COA. Dat is geen kleine overstap. Het COA is een centrale uitvoerder binnen de Nederlandse migratieketen. De organisatie verzorgt de opvang van asielzoekers en begeleidt bewoners tijdens hun verblijf. Ook moet het COA voortdurend nieuwe opvangcapaciteit organiseren en samenwerken met gemeenten, ministeries en andere organisaties in de migratieketen.
Volgens de Algemene Bestuursdienst wordt dagelijks een „logistieke puzzel” gelegd om asielzoekers over opvanglocaties te verdelen en mensen die mogen blijven uiteindelijk over te dragen aan gemeenten.
De bestuursvoorzitter is daarbij niet alleen intern verantwoordelijk. Hij is ook het publieke gezicht van een organisatie die de afgelopen jaren sterk is gegroeid en voortdurend onderwerp is van politiek debat.
COA ziet juist bestuurlijke ervaring
Het COA koos echter niet voor iemand die de migratieketen al van binnen kent, maar voor een ervaren bestuurder van een andere landelijke uitvoeringsorganisatie.
De vertrokken COA-voorzitter Joeri Kapteijns presenteerde dat juist als een kracht. „Met Remco Bakker krijgen we een bestuursvoorzitter die ruime ervaring heeft als bestuurder binnen een landelijke uitvoeringsorganisatie en met samenwerking binnen de overheid. We kijken ernaar uit om samen met Remco Bakker de asielopvang in rustiger vaarwater te brengen.”
Ook vanuit de rijksoverheid ligt de nadruk op zijn managementervaring. Plaatsvervangend secretaris-generaal Emine Özyenici noemt Bakker een „ervaren bestuurder” met relevante kennis en ervaring. Ze omschrijft hem daarnaast als toekomst- en mensgericht, rustig en betrouwbaar.
Bakker zelf legt eveneens de nadruk op bestuur en uitvoering. „Het COA vervult een maatschappelijke taak die direct raakt aan mensenlevens en aan de samenleving als geheel. Ik kijk ernaar uit om samen met de medebestuurders, medewerkers, gemeenten, ketenpartners en het ministerie te werken aan een betrouwbare, menswaardige en uitvoerbare opvang.” Daarbij noemt hij „samenwerking, vertrouwen en continuïteit” essentieel.




















































