NCTV stuurt geen journalisten aan, stelt het kabinet

De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) gebruikt geen journalisten om heimelijk invloed uit te oefenen op Nederlandse media. De organisatie mag journalisten ook niet als agent inzetten en heeft geen juridische basis om buiten beeld artikelen via media te laten publiceren. Dat stelt minister David van Weel (Justitie en Veiligheid) in nieuwe antwoorden op Kamervragen van FVD'er Pepijn van Houwelingen.
Daarmee trekt het kabinet een duidelijke grens rond de bevoegdheden van de NCTV. Die positie verschilt bovendien van die van de AIVD en MIVD. Inlichtingendiensten kunnen onder strikte voorwaarden wel journalisten als agent inzetten. De NCTV kan dat niet.
De antwoorden volgen op vragen van FVD-Kamerlid Pepijn van Houwelingen over mogelijke contacten tussen de NCTV en journalisten.
Geen journalisten als agent
Van Houwelingen vroeg de minister rechtstreeks of de NCTV, net als de AIVD en MIVD, journalisten als „agent” kan inzetten. Het antwoord van Van Weel is kort: „Nee, die bevoegdheid heeft de NCTV niet.”
Dat onderscheid is belangrijk. De NCTV houdt zich bezig met terrorismebestrijding en nationale veiligheid, maar is geen inlichtingendienst zoals de AIVD. De organisatie beschikt daardoor niet over dezelfde bijzondere bevoegdheden.
Bij de AIVD ligt dat anders. Het kabinet bevestigde eerder dat de inlichtingendienst in beginsel journalisten als agent kan benaderen. Vanwege hun bijzondere maatschappelijke positie gelden daarvoor extra wettelijke waarborgen. Wie eventueel voor de dienst werkt, hoeveel journalisten het betreft en hoe zulke contacten eruitzien, maakt het kabinet niet openbaar. Voor de NCTV bestaat die mogelijkheid volgens Van Weel dus niet.
Kabinet ontkent heimelijke beïnvloeding
Van Houwelingen stelde vervolgens een bredere vraag. Hij wilde weten of de NCTV op enige manier heimelijk invloed uitoefent op wat Nederlandse journalisten schrijven of zeggen. Als voorbeeld noemde hij het laten publiceren van artikelen zonder dat daarbij zichtbaar is dat de NCTV de bron of opdrachtgever is. Ook daarop antwoordt het kabinet simpelweg: „Nee.”
Daarmee ontkent Van Weel niet alleen dat de NCTV journalisten formeel als agent gebruikt. Volgens het kabinet vindt ook de bredere constructie waarbij de organisatie buiten beeld journalistieke publicaties zou sturen niet plaats.
Dat is relevant omdat overheidsorganisaties op het terrein van nationale veiligheid regelmatig contact onderhouden met journalisten. Dat contact is op zichzelf niet ongebruikelijk. De vraag is vooral waar informatievoorziening ophoudt en verborgen beïnvloeding begint. Volgens het kabinet ligt die grens bij de NCTV duidelijk.
Ook geen juridische grondslag
De minister gaat nog een stap verder. De NCTV doet het volgens hem niet alleen niet, maar mag het ook niet. Op de vraag of de organisatie juridisch bevoegd zou zijn journalisten artikelen te laten publiceren, antwoordt Van Weel: „Nee, de NCTV gebruikt geen journalisten om artikelen te laten verschijnen en heeft hier ook geen juridische grondslag voor.”
Dat sluit een mogelijke interpretatie uit waarbij de NCTV wel over zo'n bevoegdheid beschikt, maar daarvan momenteel geen gebruik zou maken. Volgens het kabinet ontbreekt de juridische basis zelf.
Regulier contact met media blijft wel mogelijk. Het ministerie van Justitie en Veiligheid, waar de NCTV onder valt, kan volgens Van Weel journalisten informatie verstrekken. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij persvragen en interviews.
Het kabinet maakt daarmee onderscheid tussen openlijke persvoorlichting en heimelijke beïnvloeding. Het eerste hoort bij normaal overheidswerk. Voor het tweede heeft de NCTV volgens de minister geen bevoegdheid.
Anders dan de AIVD
De antwoorden sluiten aan op een eerdere discussie over contacten tussen de AIVD en journalisten. Daar ligt de situatie ingewikkelder.
Het kabinet bevestigde eerder dat de AIVD in beginsel „iedereen” kan benaderen als agent, en dus ook journalisten. Details daarover blijven geheim. Zelfs de Tweede Kamer krijgt volgens het kabinet geen overzicht van namen of aantallen, ook niet vertrouwelijk. De regering beroept zich daarbij op bronbescherming en de geheimhoudingsplicht rond het werk van inlichtingendiensten.
Tegelijk stelde het kabinet deze zomer dat ook de AIVD geen journalistieke artikelen onder een verborgen vlag laat plaatsen om het publieke debat te beïnvloeden.
Die vraag heeft een historische achtergrond. De Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD), de voorloper van de AIVD, deed dat in het verleden wel. Uit onderzoek van NRC bleek in 2023 dat Nederlandse media tijdens de Koude Oorlog stukken hebben gepubliceerd die door de veiligheidsdienst waren geschreven zonder dat lezers dat wisten.
Het kabinet erkent die historische praktijk, maar stelt dat de huidige AIVD dergelijke stukken niet laat plaatsen. Voor de NCTV is het officiële antwoord nu nog stelliger: de organisatie doet dat volgens Van Weel niet én beschikt niet over de juridische bevoegdheid om journalisten daarvoor in te zetten.




















































