Laat de AIVD eigen artikelen in de media plaatsen? Dit zegt het kabinet

Laat de AIVD via journalisten of redacties artikelen in Nederlandse media verschijnen? Volgens minister Pieter Heerma (Binnenlandse Zaken) is het antwoord: nee. De geheime dienst mag journalisten wel als agent inzetten, maar zou geen journalistieke stukken onder voorwendsel laten publiceren om het publieke debat te beïnvloeden.
Die lijn trekt Heerma in antwoorden op Kamervragen van FVD-Kamerlid Pepijn van Houwelingen. Daarmee reageert het kabinet op een gevoelige historische kwestie. De voorloper van de AIVD, de Binnenlandse Veiligheidsdienst, liet in het verleden wél artikelen in Nederlandse media afdrukken die door de dienst waren geschreven.
Heerma bevestigt dat die BVD-praktijk bekend is bij het kabinet. Dat maakt zijn ontkenning over de huidige AIVD politiek relevant. De minister zegt niet alleen dat het nu niet gebeurt. Hij stelt ook dat de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 niet specifiek voorziet in een bevoegdheid om zulke artikelen via journalisten te laten plaatsen.
Oude praktijk, nieuwe ontkenning
De aanleiding is een NRC-publicatie uit 2023 over de BVD. Daaruit bleek dat Nederlandse media in het verleden stukken publiceerden die afkomstig waren van de veiligheidsdienst. Het ging om verborgen beïnvloeding via journalistieke kanalen: de lezer zag een journalistiek artikel, terwijl de oorsprong bij de dienst lag.
Van Houwelingen vroeg of de AIVD dat tegenwoordig nog steeds doet. Heerma ontkent dat. Als de AIVD iets publiekelijk aan de orde wil stellen, doet de dienst dat volgens hem via eigen publicaties, zoals het jaarverslag.
Het “onder voorwendsel laten plaatsen van een journalistiek artikel” met als doel de publieke opinie of het openbare debat te beïnvloeden, is volgens Heerma “niet aan de orde”.
Contact met journalisten blijft mogelijk
Tegelijk laat de beantwoording zien dat de afstand tussen AIVD en journalistiek niet absoluut is. De AIVD kan journalisten benaderen als agent. Dat was al eerder duidelijk uit eerdere antwoorden, maar Heerma herhaalt de lijn: de dienst kan in beginsel “iedereen benaderen, dus ook journalisten”. Ook kan de AIVD met journalisten spreken via achtergrondgesprekken of door vragen te beantwoorden over onderwerpen die de dienst onderzoekt. Volgens Heerma is dat geen beïnvloeding van wat journalisten schrijven of zeggen.
Welke journalisten door de inlichtingendiensten als agent worden ingezet, blijft onduidelijk. Het kabinet weigerde eerder om de kamer hierin inzicht te geven. Van Houwelingen vroeg toen of de Tweede Kamer desnoods vertrouwelijk een lijst met namen kon krijgen, maar Heerma sloot dat uit. Volgens de minister mogen vanwege de geheimhoudingsplicht geen uitspraken worden gedaan over bronnen, het kennisniveau of de werkwijze van de diensten.
Ook aantallen en identiteiten blijven geheim. Het kabinet stelde dat bronbescherming een centrale rol speelt en dat openheid het functioneren van de diensten kan ondermijnen. Zelfs de vraag wie, behalve de AIVD zelf, weet heeft van eventuele journalisten die als agent optreden, werd niet beantwoord. Opnieuw verwees Heerma naar geheimhouding.



















































