Kabinet weigert Kamer inzicht in inzet van journalisten door AIVD

Forum voor Democratie-Kamerlid Pepijn van Houwelingen heeft vragen gesteld aan de regering over het mogelijke gebruik van journalisten door de inlichtingendiensten als agent. Uit antwoorden van minister Pieter Heerma blijkt dat de regering geen inhoudelijke informatie wil geven over dergelijke operaties, ook niet vertrouwelijk aan de Tweede Kamer. De kwestie draait om de rol van journalisten binnen operaties van de Nederlandse inlichtingendiensten, zoals de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD). Van Houwelingen reageerde kritisch op de antwoorden van het kabinet en stelde op sociale media: 'Zowel de AIVD als de MIVD zetten journalisten in “als agent”. Hierover krijgt de Tweede Kamer, liet de regering ons vandaag weten, ook in vertrouwen, niets (!) te horen. We weten ook niet wie, behalve de AIVD, hiervan kennis heeft. Toezicht ontbreekt (mogelijk) dus volledig.'
Een vraag van Van Houwelingen ging over de mogelijkheid dat de Tweede Kamer vertrouwelijk inzage zou krijgen in een lijst met namen van journalisten die door de AIVD als agent worden ingezet.
Volgens de minister is dat uitgesloten vanwege de geheimhoudingsplicht rond het werk van de inlichtingendiensten. In het antwoord staat dat er “geen uitspraken gedaan” worden over informatie die betrekking heeft op bronnen, kennisniveau of de werkwijze van de diensten.
Ook wordt benadrukt dat bronbescherming een centrale rol speelt in het werk van de diensten. Om veiligheidsredenen worden daarom “geen uitspraken over bijvoorbeeld aantallen en identiteit” gedaan. Volgens de regering zou het verstrekken van dergelijke informatie het functioneren van de diensten kunnen ondermijnen en daarmee mogelijk gevolgen hebben voor de nationale veiligheid.
Daarnaast wijst de minister op het bestaan van parlementair toezicht via de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CIVD). Over de onderwerpen die in deze commissie worden besproken, worden volgens de minister eveneens “geen uitspraken" gedaan.
Van Houwelingen vroeg ook of het gebrek aan transparantie het vertrouwen in de journalistiek kan ondermijnen. De minister antwoordde daarop kort: “Nee.”
Volgens de regering is journalistieke onafhankelijkheid een essentieel onderdeel van een democratische samenleving. Tegelijk erkent de minister dat journalisten onder bepaalde omstandigheden door de diensten kunnen worden ingezet. Daarover staat in het antwoord: “De journalist als agent is in de Wiv 2017, gelet op de belangrijke functie in onze rechtsstaat, als bijzondere categorie opgenomen.”
De Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten uit 2017 (Wiv 2017) bevat volgens het kabinet daarom extra waarborgen voor situaties waarin journalisten betrokken raken bij operaties van de diensten. Volgens de regering is dat bedoeld om de balans te bewaren tussen nationale veiligheid en de bescherming van journalistieke bronbescherming.
Een derde vraag van Van Houwelingen ging over wie behalve de AIVD zelf kennis heeft van een eventuele lijst met journalisten die als agent worden ingezet. Ook op dat punt wil de regering geen duidelijkheid geven. In het antwoord wordt opnieuw verwezen naar de wettelijke geheimhoudingsplicht. Daarin staat dat er “geen uitspraken gedaan” worden over informatie die betrekking heeft op bronnen, kennisniveau of werkwijze van de diensten.




















































