‘Economische daklozen’ illustreren het failliet van Nederland
Wie in Nederland hard werkt, belasting betaalt en verantwoordelijkheid neemt voor zijn of haar eigen leven, komt op straat terecht. Dat is steeds vaker de realiteit. ‘Economische dakloosheid’ wordt dat genoemd. En de Staat doet niets, want wie niet zielig, gemarginaliseerd of divers genoeg is, is vast wel zo ‘zelfredzaam’ om onder een brug te gaan slapen.
In Rotterdam zijn er naar schatting inmiddels een kleine 10.000 economische daklozen. Dit zijn dus geen mensen die met baarden vol klitten, riekend naar alcohol en pratend met de stemmen in hun hoofd langs vuilnisbakken trekken om daar de statiegeldblikjes uit te graaien. Dit zijn gewone mensen, zoals jij en ik. Mensen die iedere dag naar hun werk gaan, kinderen naar school moeten brengen en die vrienden en familie hebben. Ze hebben alleen geen huis. Waar ze dan wonen? In hun auto bijvoorbeeld. Of in een garagebox. Of ze trekken van de ene vriend naar de andere oom, iedere week de nacht doorbrengend op een andere bank met, als ze geluk hebben, de kinderen in een echt bed in een logeerkamer. Let wel: dit zijn dus ook mensen die hun bijdrage leveren aan de maatschappij en aan de economie. Ze dragen loonbelasting af, waarmee de overheid ervoor had moeten zorgen dat hardwerkende Nederlanders niet met hun spullen in een knapzakje en hun kinderen in hun kielzog over straat hoeven te zwerven.





















































