AD-hoofdredacteur Rijpma wordt KRO-NCRV-bestuurder: dit zijn haar grootste controverses

Rennie Rijpma verruilt het Algemeen Dagblad (AD) voor een bestuursfunctie bij KRO-NCRV. Haar jaren als algemeen hoofdredacteur werden gekenmerkt door journalistieke missers, juridische confrontaties en publieke discussies over de koers van de krant. Ook haar uitspraken over asiel, vrouwen en diversiteit riepen weerstand op. De grootste controverses laten zien hoe vaak de grenzen van journalistieke verantwoordelijkheid, persvrijheid en maatschappelijke betrokkenheid elkaar raakten.
Rijpma wordt op 1 oktober mediadirecteur van KRO-NCRV. Zij gaat samen met directievoorzitter Arie Koorneef het bestuur vormen en wordt verantwoordelijk voor de media-afdelingen. Ze volgt Peter Kuipers op. Daarmee komt een einde aan haar periode bij het AD, waar zij in 2021 als eerste vrouw werd benoemd tot algemeen hoofdredacteur.
Haar journalistieke loopbaan begon bij persbureau ANP. In 2012 stapte ze over naar het AD, waar ze verschillende leidinggevende functies vervulde. Als hoofdredacteur droeg zij de eindverantwoordelijkheid voor een grote landelijke krant, de regionale AD-titels en verschillende journalistieke producties. Dat betekent niet dat elke fout persoonlijk door haar werd gemaakt, maar wel dat zij namens de hoofdredactie geregeld uitleg moest geven.
Marengoproces: namen van verdachten live uitgezonden
Een van de grootste incidenten vond plaats op 28 juni 2022. Het AD zond enkele minuten livebeelden uit van een zitting in het Marengoproces, de strafzaak rond Ridouan Taghi en andere verdachten. In de uitzending waren volledige namen te horen, terwijl met de rechtbank was afgesproken dat zulke gegevens niet herkenbaar zouden worden uitgezonden.
De krant stopte de beelden nadat de fout was ontdekt. Rijpma sprak van miscommunicatie en een menselijke fout. Zij bood namens het AD excuses aan. 'Het spijt me dat dit heeft kunnen gebeuren. Dit had natuurlijk nooit mogen gebeuren. Toen de menselijke fout duidelijk werd, hebben we de beelden onmiddellijk stopgezet en verwijderd.'
De rechtbank sloot journalisten van het AD aanvankelijk uit voor de zitting van die dag. Later werd besloten dat de krant de rest van 2022 niet meer welkom was bij het proces. Rijpma erkende dat een sanctie begrijpelijk was, maar vond de uitsluiting voor een half jaar te zwaar. De maatregel beperkte de krant bij de rechtstreekse verslaggeving van een van de grootste strafzaken van Nederland.
Onzorgvuldigheid rond onderzoeken naar moskeeën
In dezelfde periode kreeg het AD kritiek van de Raad voor de Journalistiek. De zaak draaide om artikelen over onderzoeken die gemeenten hadden laten uitvoeren naar islamitische organisaties en moskeeën. De krant schreef dat een onderzoeksbureau undercoveractiviteiten had uitgevoerd in twee Delftse moskeeën.
Volgens de Raad bood het beschikbare materiaal onvoldoende bewijs voor die specifieke bewering. Ook had de krant meer moeite moeten doen om het beschuldigde onderzoeksbureau vóór publicatie om een reactie te vragen. De conclusie was dat het AD op deze punten journalistiek onzorgvuldig had gehandeld.
Verkeerde persoon aan de telefoon
Een duidelijke journalistieke misser volgde in maart 2024. Het AD meldde dat voormalig VVD-minister Hans Hoogervorst beschikbaar zou zijn om premier te worden. Hoogervorst ontkende echter dat hij hierover met de krant had gesproken.
Het AD hield aanvankelijk vol dat een verslaggever hem telefonisch had bereikt. De krant trok het bericht later alsnog in. Het gebruikte telefoonnummer bleek niet van Hoogervorst te zijn. Met wie de verslaggever wel had gesproken, werd niet duidelijk.
Rijpma bood vervolgens publiekelijk excuses aan. 'Ik bied mijn excuses aan', verklaarde ze. De zaak raakte aan een van de meest basale journalistieke controles: vaststellen of een geïnterviewde werkelijk de persoon is voor wie hij zich uitgeeft. Het onjuiste bericht bracht Hoogervorst in verband met een politieke ambitie die hij zelf ontkende.
Podcast als ‘true crime’ gepresenteerd
Ook de AD-podcast Het Habbo-mysterie leidde tot een negatief oordeel van de Raad voor de Journalistiek. De serie werd als ‘true crime’ gepresenteerd. Volgens de Raad was echter geen waargebeurde misdaad vastgesteld en bestond evenmin een voldoende onderbouwd vermoeden van een misdrijf.
Delen van de podcast waren volgens het oordeel eenzijdig en tendentieus. Informatie werd voor de spanningsopbouw achtergehouden en wederhoor kwam te laat. Klachten over feitelijke fouten en privacy werden op andere onderdelen afgewezen.
Het AD vroeg om herziening van de uitspraak, maar de Raad hield vast aan zijn oordeel. Daarmee bleef overeind dat de journalistieke vorm en presentatie verwachtingen opriepen waarvoor de feitelijke basis niet sterk genoeg was.
Een kleinere kwestie ontstond later rond een smaaktest van smeerkazen. Een panellid bleek familiebanden te hebben met een concurrerende producent. Nadat het AD daarover informatie had ontvangen, had de krant die volgens de Raad bij de publicatie moeten vermelden. Dat was nodig om de schijn van belangenverstrengeling inzichtelijk te maken. De Raad stelde niet vast dat het panel vanaf het begin bewust verkeerd was samengesteld.
Uitspraken over asiel en criminaliteit
Rijpma raakte ook betrokken bij politiek gevoelige discussies over de manier waarop media berichten over asielzoekers. In 2022 zei zij dat de angst voor criminaliteit niet altijd overeenkomt met de beschikbare cijfers. 'De angst voor criminaliteit is niet heel reëel; dat weten we uit cijfers.'
Zij stelde dat negatief nieuws en ophef vaak meer bereik krijgen dan genuanceerde of menselijke verhalen. Media moesten volgens haar daarom ook aandacht geven aan informatie die het overheersende negatieve beeld aanvult. Bij een deel van het publiek werd dat uitgelegd als het relativeren van zorgen over criminaliteit en immigratie.
Meer vrouwen in krant en redactie
Vanaf haar benoeming sprak Rijpma zich nadrukkelijk uit voor meer zichtbaarheid van vrouwen. Volgens haar werd het nieuws te vaak door mannen gedomineerd, terwijl het lezerspubliek ongeveer gelijk verdeeld was tussen mannen en vrouwen.
'Ik wil meer vrouwen vertegenwoordigd zien in de krant en op de site. Nieuws wordt te vaak gedomineerd door mannen, maar er zijn veel vrouwen die iets te vertellen hebben. Als je wilt dat mensen ons merk in het hart sluiten, moeten zowel mannen als vrouwen iets van herkenning terugzien.'
Rijpma hield naar eigen zeggen actief in de gaten wie in de krant aan het woord kwam. Wanneer een editie vrijwel uitsluitend mannen bevatte, sprak ze chefs daarop aan. Ze beschreef hoe een mannelijke leidinggevende eens zei dat de redactie niet voortdurend over de man-vrouwverdeling moest spreken. Haar antwoord was dat dit juist wel nodig was. 'Soms helpen de strepen op je mouw.'
Onder haar leiding verdween de afzonderlijke pagina ‘Vrouw’. Volgens Rijpma werkte zo’n pagina als een excuus om vrouwelijke onderwerpen elders minder aandacht te geven. “Het is heel gek om dat zo te markeren. Dan wordt het een soort excuuspagina.” Zij wilde dat vrouwen en onderwerpen die hen raken door de hele krant heen zichtbaar waren.




















































