Israëliër geweigerd bij Nederlandse taalcursus: 'Genocide-ontkenners zijn niet welkom'

Een in Nederland wonende Israëliër is geweigerd voor een Nederlandse taalcursus nadat hij tijdens de intake weigerde te erkennen dat in Gaza genocide wordt gepleegd. De docent maakte vooraf duidelijk dat cursisten op dit punt dezelfde overtuiging moesten delen. Toen de man zei dat hij mogelijke oorlogsmisdaden wel onderzocht en bestraft wil zien, maar genocide niet als vaststaand feit beschouwt, werd het gesprek beëindigd.
Het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) heeft de zaak inmiddels voorgelegd aan het College voor de Rechten van de Mens. Volgens de organisatie gaat het om discriminatie vanwege een politieke overtuiging. Het College kan klachten over politieke gezindheid beoordelen, ook wanneer het gaat om het aanbieden van goederen en diensten zoals onderwijs. Of daar in deze zaak juridisch sprake van is, moet nog worden vastgesteld. Mensenrechten
‘Iedereen moet hierover hetzelfde denken’
Uit een opname van het intakegesprek blijkt dat docent Max Koedood het onderwerp zelf vrijwel direct aansnijdt. “Ik heb iets wat een beetje ongemakkelijk is en wat ik moet vragen”, zegt hij tegen de kandidaat-cursist. Vervolgens legt hij uit dat hij alleen mensen in zijn school wil “met dezelfde opvatting” over Gaza.
“Iedereen moet dezelfde opvatting hebben over de genocide op het Palestijnse volk”, zegt Koedood. “Dit is belangrijk voor mij omdat er Palestijnen in de community zitten.” Hij zegt vervolgens expliciet te willen controleren of de Israëliër zich verzet tegen wat diens regering doet.
De man, Yonatan, antwoordt dat hij de situatie ingewikkeld vindt. Hij vertelt dat hij een oom verloor op 7 oktober en zegt dat hij bezwaar heeft tegen het gebruik van de term genocide. “Ik geloof niet dat er genocide is, in ieder geval niet opzettelijk”, zegt hij. “Ik denk wel dat er misschien oorlogsmisdaden plaatsvinden en dat die onderzocht moeten worden. Mensen die ze hebben gepleegd moeten worden berecht en naar de gevangenis.”
Maar hij weigert mee te gaan in een gesprek waarin genocide volgens hem vooraf al als bewezen feit wordt behandeld.
De in Nederland wonende Israëliër Y. wilde Nederlands leren en meldde zich aan voor een taalcursus. Tijdens de intake bleek er echter een toelatingseis te gelden: hij moest erkennen dat in Gaza genocide wordt gepleegd. Y. antwoordde genuanceerd en zei dat hij die kwalificatie niet als vaststaand beschouwt en dat mogelijke oorlogsmisdaden onderzocht en berecht moeten worden. Dat antwoord was voor de docent reden om hem af te wijzen omdat hij niet de “juiste” politieke overtuiging had. Een schrijnend voorbeeld waar Israeli’s (en Joden) in NL mee te maken hebben. CIDI stapt naar het College voor de Rechten van de Mens om deze zaak aan te kaarten.
— CIDI (@CIDI_nieuws) October 2, 2026
‘Een van de ergste dingen die je kunt doen’
Voor Koedood is dat antwoord onvoldoende. “Het ontkennen van genocide is volgens mij een van de ergste dingen die je in het leven kunt doen”, zegt hij. “En dat is wat je zojuist deed.”
Volgens de docent is zijn besluit “niet persoonlijk”, maar politiek. Hij zegt alleen mensen te willen toelaten die zich tegen de genocide uitspreken. “De genocide is een gegeven. Als je dat niet gelooft, ontken je het.”
Yonatan werpt tegen dat hij niet zegt dat onderzoek onmogelijk is, maar dat hij niet vindt dat de kwestie al definitief is vastgesteld. Daarna kapt Koedood het gesprek af. “Ik vind dit niet prettig. Ik wens je het beste bij een andere school. Succes.”
Docent publiceert zelf verslag
Opvallend is dat Koedood het incident daarna zelf uitgebreid op LinkedIn beschreef. Hij schreef dat hij “zojuist een Israëlische man” voor zijn cursus had geweigerd en dat hij hem bewust naar Gaza had gevraagd “omdat ik wist dat hij uit Israël kwam”.
Volgens Koedood had de man bovendien als soldaat in Gaza gediend. Hij schreef dat hij wilde voorkomen dat een “oorlogsmisdadiger, genocideontkenner of propagandaversterker” zijn school binnenkwam.
“In mijn community en mijn school zijn geen mensen welkom als ze niet kunnen zeggen: ‘ik ben tegen de genocide op de Palestijnen’”, aldus Koedood. Hij voegde eraan toe dat hij die vraag expliciet stelt aan mensen die als militair in Gaza hebben gediend.
In dezelfde post beschreef hij de verwijzing van Yonatan naar familieleden die in Auschwitz omkwamen als een “slachtofferrol”. Ook schreef hij dat hij het gesprek verliet toen de man geschokt reageerde op zijn afwijzing.
Koedood vat zijn eigen selectiecriterium helder samen: “Genocideontkenners zijn wat mij betreft nergens welkom.”
CIDI naar mensenrechtencollege
CIDI heeft aangekondigd de zaak aan het College voor de Rechten van de Mens voor te leggen. Dat College kan onderzoeken of sprake is van verboden onderscheid.
De Algemene wet gelijke behandeling beschermt onder meer tegen discriminatie vanwege nationaliteit en politieke gezindheid. Die bescherming geldt ook bij goederen en diensten, waaronder onderwijs en commerciële dienstverlening. Tegelijk is niet iedere politieke mening automatisch een “politieke gezindheid” in juridische zin. Het College kijkt daarbij onder meer of het om een bredere en samenhangende overtuiging gaat.


















































