EU-expert luidt noodklok over Brussel: ‘Heel veel corruptie en verspilling’

De Europese Unie heeft volgens Pieter Cleppe, hoofdredacteur van BrusselsReport.eu, een fundamenteel democratisch probleem. Tegenover NieuwRechts wijst hij vooral op een minder zichtbare machtslaag waar volgens hem weinig aandacht voor is: de Europese Commissie en haar ambtenaren hebben grote invloed op wetgeving en de uitvoering daarvan, terwijl kiezers daar nauwelijks rechtstreeks grip op hebben. Tegelijkertijd krijgt Brussel steeds meer zeggenschap over begrotingen, migratie en zelfs defensie. Volgens Cleppe gaat het probleem daarom dieper dan bekende politici als Ursula von der Leyen: achter de schermen verschuiven steeds meer bevoegdheden naar Europese instellingen en topambtenaren. "Die eurocraten willen echt een Europese superstaat, een federaal Europa."
Cleppe behoort daarmee niet tot het kamp dat iedere vorm van Europese samenwerking afwijst. Hij noemt de oorspronkelijke economische samenwerking tussen Europese landen zelfs een groot succes. Open grenzen voor handel, een gezamenlijke markt en samenwerking tussen landen kunnen volgens hem zowel economische welvaart als stabiliteit opleveren. "In die zin is de Europese Unie een fantastisch succes. Ze heeft heel veel goede zaken gedaan."
Zijn kritiek richt zich op wat daarna gebeurde. De Europese samenwerking beperkte zich volgens hem steeds minder tot handel en het wegnemen van nationale barrières. Vooral vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw verdwenen volgens Cleppe steeds meer nationale vetomogelijkheden en groeide het Europese regelgevingsstelsel sterk. Daarmee veranderde volgens hem ook het democratische vraagstuk. Een relatief technocratische bestuurslaag hoeft niet problematisch te zijn zolang haar taken beperkt blijven, stelt hij. Zodra diezelfde laag grote invloed krijgt op energie, migratie, industrie en nationale wetgeving, wordt de afstand tot de kiezer volgens hem moeilijker te verdedigen.
Een machtige Commissie
Centraal in zijn kritiek staat de Europese Commissie. Cleppe omschrijft het Europese systeem als sterk technocratisch en wijst daarbij vooral op het initiatiefrecht van de Commissie. Voor veel Europese wetgeving geldt dat de Commissie formeel het recht heeft om wetsvoorstellen te doen. Lidstaten en het Europees Parlement kunnen politieke druk uitoefenen en verzoeken doen, maar beschikken niet over hetzelfde algemene initiatiefrecht.
Volgens Cleppe geeft dat de Commissie veel meer invloed dan veel kiezers beseffen. "Het centrale orgaan in de EU is uiteindelijk de Europese Commissie", zegt hij. Die macht stopt volgens hem niet wanneer een voorstel eenmaal op tafel ligt. "Commissieambtenaren blijven betrokken bij de onderhandelingen tussen het Europees Parlement en de lidstaten en beschikken vaak over veel technische kennis van dossiers." Daardoor kunnen zij volgens Cleppe ook tijdens het verdere wetgevingsproces aanzienlijke invloed uitoefenen.
Daar komt het zogenoemde comitologieproces bij. Via gespecialiseerde comités wordt bepaald hoe bepaalde Europese regels in de praktijk worden uitgevoerd. Ook daar speelt de Commissie een belangrijke rol, terwijl nationale vertegenwoordigers eveneens betrokken zijn. Het is volgens Cleppe een relatief onbekend onderdeel van de Europese besluitvorming, maar wel een systeem waarin technische beslissingen grote gevolgen kunnen hebben.
Daarmee wil hij niet zeggen dat de Europese Unie helemaal niet democratisch is. Europeanen stemmen iedere vijf jaar voor het Europees Parlement en hebben via nationale verkiezingen invloed op hun regeringen. Die regeringen spelen vervolgens een rol in de Europese besluitvorming en bij de samenstelling van de Commissie. Cleppe vindt die democratische keten echter te indirect.
"Het grote probleem is niet zozeer dat de Europese Unie totaal niet democratisch is, maar dat de democratische legitimiteit bijzonder beperkt is." Voor een organisatie met beperkte bevoegdheden zou dat volgens hem nog te verdedigen zijn. "Maar als diezelfde instelling bijzonder grote invloed heeft op de samenleving, dan wordt het natuurlijk wel een probleem dat je een instelling hebt met heel weinig rechtstreekse democratische legitimiteit, die wel bijzonder veel macht uitoefent."
Van minder regels naar de Green Deal
De groei van de Europese regelgeving ziet Cleppe als een proces dat zichzelf versterkt. Hij verwijst naar verschillende pogingen om de Brusselse regeldruk terug te dringen. Zulke initiatieven hebben volgens hem nooit fundamenteel voorkomen dat nieuwe regels werden toegevoegd.
Als voorbeeld noemt hij Frans Timmermans. "Voordat Timmermans verantwoordelijk werd voor het Europese klimaatbeleid, hield hij zich als commissaris bezig met betere regelgeving." Cleppe erkent dat Timmermans in die periode maatregelen nam die hij positief beoordeelt. Het resultaat bleef volgens hem echter beperkt.
"Als je het heel optimistisch bekijkt, was het een druppel op een hete plaat." Daarna werd Timmermans een van de gezichten van de Green Deal. Cleppe ziet daarin een tegenstelling. Volgens hem leidde het klimaatpakket juist tot een omvangrijke uitbreiding van Europese regelgeving en hoge kosten voor bedrijven. Die kosten komen volgens hem uiteindelijk ook bij burgers terecht.
Volgens Cleppe is het Europese regelgevingskader door de jaren heen "tot monsterlijke proporties uitgegroeid". De huidige pogingen om regels eenvoudiger te maken, ziet hij daarom niet als bewijs dat het probleem is opgelost.
‘Meer macht en meer geld’
De ontwikkeling versnelde volgens Cleppe tijdens opeenvolgende crises. Hij wijst eerst op de eurocrisis, toen Europese landen grote financiële steunpakketten opzetten voor lidstaten die in financiële problemen waren geraakt. Volgens hem stond dat op "gespannen voet met het oorspronkelijke uitgangspunt dat landen binnen de muntunie zelf verantwoordelijk zouden blijven voor hun overheidsfinanciën".
Tijdens de coronapandemie volgde het Europese herstelfonds. Voor dat fonds werd op grote schaal gezamenlijk geld geleend. Cleppe ziet dat als een belangrijke institutionele verschuiving, omdat daarmee opnieuw een terrein naar Europees niveau werd gebracht dat daarvoor voornamelijk nationaal was georganiseerd.
Hij is bijzonder kritisch op de besteding van dat geld. "In de praktijk zien we heel veel corruptie, heel veel verspilling van middelen en heel weinig toezicht", zegt Cleppe. Hij verwijst daarbij ook naar de Europese Rekenkamer, die zeer kritisch is op de besteding van het geld uit het coronaherstelfonds.
Dezelfde ontwikkeling ziet hij inmiddels bij defensie. Europese samenwerking bij steun aan Oekraïne acht Cleppe op zichzelf verdedigbaar. Zijn vraag is waarom gezamenlijke financiering en wapenaankopen via de EU moeten lopen als de NAVO daarvoor al structuren heeft.
Hij verwijst naar voormalig NAVO-secretaris-generaal Jens Stoltenberg, die volgens hem waarschuwde voor duplicatie tussen Europese initiatieven en bestaande NAVO-structuren. "Je kunt zeker de zaak bepleiten om Oekraïne te helpen. De vraag is: moet dat dan via het Europese niveau gebeuren? Ik denk dat dit een bijzonder kwalijke evolutie is."
Migratie en het nationale vetorecht
Ook bij migratie ziet Cleppe een voortdurende verschuiving richting Brussel. Hij verwijst naar de Europese reactie op de gebeurtenissen rond de Spaanse exclave Ceuta. Volgens hem werd ook daar snel gepleit voor meer Europese coördinatie en aanvullende steun aan Marokko.
"Het gaat absoluut niet in de juiste richting. Ik denk dat het tijd wordt dat de lidstaten wat tegengas geven." Alleen een andere voorzitter van de Europese Commissie zou volgens hem onvoldoende zijn. "Het probleem zit veel dieper dan Ursula von der Leyen."
Een belangrijk instrument om nationale invloed te herstellen is volgens hem het vetorecht. "Dat recht beschermde oorspronkelijk de mogelijkheid van lidstaten om besluiten tegen te houden die volgens hun nationale regeringen te ver gingen." Naarmate op meer terreinen met gekwalificeerde meerderheden wordt besloten, kan een land echter worden overstemd.
Cleppe beschouwt dat als een democratisch probleem. Europese samenwerking kan volgens hem nuttig zijn wanneer landen gezamenlijk besluiten nemen, maar een nationale democratische meerderheid verliest volgens hem betekenis wanneer andere regeringen haar op gevoelige dossiers kunnen overstemmen.
Een goed voorbeeld hiervan volgens Cleppe is het beleid rondom migratiequota. Het verspreiden van asielzoekers binnen de Schengenzone was volgens hem geen effectieve oplossing, juist omdat personen zich binnen een gebied zonder interne grenscontroles relatief vrij kunnen verplaatsen. Hij pleit voor een andere benadering, geïnspireerd op Australië. Mensen die illegaal de Europese Unie binnenkomen zouden volgens dat model hun asielaanvraag buiten het grondgebied van de EU moeten afwachten.
Besluiten in Brusselse achterkamers
Cleppe legt de verantwoordelijkheid voor de groei van de Europese macht niet uitsluitend bij de Commissie. Nationale regeringen werken daar volgens hem zelf regelmatig aan mee. "Europese besluitvorming kan voor bestuurders aantrekkelijk zijn omdat gevoelige afspraken in Brussel gemakkelijker tot stand kunnen komen dan in het nationale parlement."
"Het is daar veel makkelijker om in de achterkamertjes van Brussel bepaalde maatregelen te beslissen en die vervolgens terug te sturen naar de hoofdsteden", zegt hij. Nationaal krijgen bestuurders volgens Cleppe veel directer te maken met oppositiepartijen en kritische media. Dat kan volgens hem verklaren waarom ook politici die zichzelf niet als uitgesproken federalist beschouwen, in Brussel toch geregeld instemmen met meer Europese bevoegdheden.
Ook het Europees Parlement biedt volgens hem onvoldoende tegenwicht. Cleppe ziet het Parlement eerder als een bondgenoot van de Commissie dan als een instelling die haar structureel begrenst. Meer macht voor Europarlementariërs zou het democratische tekort volgens hem daarom niet automatisch oplossen.
Hervormen in plaats van vertrekken
Ondanks zijn stevige kritiek pleit Cleppe niet voor een Nederlands vertrek uit de Europese Unie. De situatie van Nederland verschilt volgens hem bovendien sterk van die van het Verenigd Koninkrijk of Scandinavische landen.
"Ik denk dat de Europese Unie nog veel slechter moet worden dan ze vandaag al is, of dat de nadelen nog veel groter moeten worden, voordat die de voordelen compenseren." Voor Nederland is dat punt volgens hem nog niet bereikt. De open interne markt blijft een belangrijk voordeel voor een economie die sterk afhankelijk is van internationale handel.
Zijn voorkeur is daarom hervorming. Hij ziet mogelijkheden nu centrumrechtse en rechtse partijen in het Europees Parlement op sommige dossiers vaker samenwerken. Dat bewijst volgens hem dat verandering binnen de bestaande instellingen niet onmogelijk is.
Tegelijkertijd vindt hij dat de Commissie zich opnieuw veel sterker moet richten op wat hij haar kerntaak noemt: het functioneren van de interne markt. Ook bij het concurrentiebeleid ziet hij problemen. "De Commissie beschikt over vergaande mogelijkheden om bedrijven te beboeten." Cleppe vindt dat die macht steeds vaker wordt ingezet tegen grote Amerikaanse technologiebedrijven en vreest dat dit ook de handelsrelatie met de Verenigde Staten kan beschadigen.
Het hervormen van de Europese Unie wordt dan ook volgens Cleppe steeds urgenter naarmate Brussel nieuwe beleidsterreinen naar zich toetrekt. De interne markt en samenwerking blijven voor Nederland volgens hem belangrijke voordelen. Maar die balans is niet onbeperkt. "Op een bepaald moment komt er inderdaad een punt waarop de nadelen van de Europese Unie, zelfs voor Nederland, groter zijn dan de voordelen. Ik denk dat we dat punt op dit moment nog niet hebben bereikt."

















































