Veganrestaurants verliezen terrein: ‘De trend is voorbij’

De grote vegan-hype lijkt over zijn hoogtepunt heen. In Londen en Amsterdam sloten de afgelopen jaren opvallend veel volledig plantaardige restaurants. Zaken die enkele jaren geleden nog symbool stonden voor hip en duurzaam eten, verdwenen soms net zo snel als ze waren gekomen. Volgens foodtrendwatcher Gijsbregt Brouwer is de tijd voorbij dat een restaurant alleen met het label vegan automatisch aandacht trok, vertelt hij aan Het Parool.
Lees ook

Linkse partijen willen veehouderij slopen: 'Minder vee betekent meer voedselzekerheid'
Nog in 2019 sprak The Economist van „the year of the vegan”. In Londen schoten plantaardige concepten als paddenstoelen uit de grond. Restaurants als Wulf & Lamb, Farmacy, Rudy’s Vegan Diner, Halo Burger en The Vurger Co groeiden snel, maar hielden het uiteindelijk niet vol.
The Vurger Co had zelfs vier vestigingen, een kookboek en producten in de schappen van Whole Foods. Toch ging het bedrijf uiteindelijk ten onder.
Activisme verdwijnt uit de horeca
Volgens Brouwer paste de opkomst van veganrestaurants sterk bij de sfeer van het vorige decennium. Gezondheid, duurzaamheid en klimaatactivisme stonden nadrukkelijk op de voorgrond.
„Het idee dat je restaurants ook als activistisch middel kunt inzetten, groeide”, zegt hij. Geen dierlijke producten, felle kleuren en teksten over het redden van de wereld hoorden bij het concept.
Die aanpak werkt volgens hem nu minder goed. „Het is er misschien achter de schermen nog, maar niet meer zo in your face.” Zelf zou hij bij een nieuw plantaardig restaurant het woord vegan niet meer prominent in de naam zetten. „De trend is een stuk minder.”
Ook het veranderde debat over voeding speelt mee. Plantaardige vleesvervangers kwamen steeds vaker onder vuur te liggen omdat ze sterk bewerkt zouden zijn. Vooral de vegaburger kreeg daardoor een imagoprobleem.
„Die werd in een soort frankensteinachtig Silicon Valley-hoekje geplaatst als ultrabewerkt en daarmee ongezond”, aldus Brouwer. Volgens hem werd dat voor sommige consumenten een extra reden om veganistisch eten links te laten liggen.
Niet vegan, maar het eten moet centraal staan
Dat betekent niet dat ieder plantaardig restaurant verdwijnt. In Londen groeit de keten Tofu Vegan juist door. Later dit jaar moet de zesde vestiging openen.
Oprichter Chao Zhang denkt dat zijn succes vooral komt doordat hij veganisme niet als modeverschijnsel behandelt. „Bij ons gaat het om de keuken. We investeren niet in marketing, maar alleen in de kwaliteit en smaak van het eten.”
Zijn restaurants gebruiken traditionele Aziatische recepten. Vlees wordt soms vervangen door tofu of champignons, zonder dat het hele gerecht opnieuw hoeft te worden ontworpen.
Daar zit volgens Zhang een belangrijk verschil met veganistische pizza’s en hamburgers. „Als je een veganpizza of -hamburger op het menu zet, moet je heel veel dingen aan het gerecht veranderen. Daardoor smaakt het simpelweg niet zo goed als het origineel.”
Monoconcept blijkt kwetsbaar
Een ander probleem is dat volledig veganistische restaurants zichzelf beperken tot één duidelijk concept. Dat kan snel succes opleveren, maar maakt een zaak ook kwetsbaar wanneer de smaak van het publiek verandert.
Brouwer vergelijkt het met The Avocado Show. Die keten groeide op het hoogtepunt naar elf vestigingen, maar ging in 2024 failliet. „Alles op rood zetten, brengt risico’s met zich mee”, zegt hij. „Het kan een heel snelle weg naar de top zijn en ook weer een heel snelle weg naar beneden.”
Ook sterrenchef Daniel Humm liep daar tegenaan. Zijn bekende restaurant Eleven Madison Park in New York werd volledig plantaardig, maar zette in 2025 opnieuw vlees op de kaart. Volgens Humm had de veganistische koers onbedoeld mensen buitengesloten.
Ook Amsterdam ziet sluitingen
Dezelfde ontwikkeling is inmiddels duidelijk zichtbaar in Amsterdam. Meatless District sloot deze maand na tien jaar de deuren. Eerder deze zomer verdween de laatste Amsterdamse Vegan Junk Food Bar en vorig jaar werd Vegitalian aan de Bilderdijkstraat omgebouwd tot een tapasrestaurant.
Ook kort na corona verdwenen al meerdere plantaardige zaken, waaronder Vegabond, Yoghurt Barn, Lokol, Mr. Stacks en Nom Nom Nom.
Volgens Brouwer zijn veganistische ondernemers bovendien relatief kwetsbaar voor stijgende kosten. Zij accepteren volgens hem soms kleinere winstmarges omdat hun onderneming ook een ideëel doel heeft. „Maar toen de marges in de hele sector verdampten, waren de veganistische zaken een van de eerste die omdonderden.”
Vegan eten verdwijnt niet
Opvallend genoeg betekent de neergang van gespecialiseerde zaken niet dat plantaardig eten zelf verdwijnt. Integendeel: vrijwel ieder regulier restaurant heeft tegenwoordig vegetarische of veganistische gerechten op de kaart.
De voormalige eigenaren van Meatless District zagen dat zelfs als een deel van hun nalatenschap. In hun afscheidsbericht schreven zij trots te zijn dat plantaardig eten inmiddels „mainstream” is geworden.
De veganistische keuken lijkt daarmee minder een aparte horecawereld te worden en meer onderdeel van de gewone menukaart. De uitgesproken veganrestaurants met activistisch imago verliezen terrein, terwijl zaken die vooral op smaak en keuken inzetten beter stand lijken te houden.
Of, zoals Brouwer het samenvat: de behoefte aan minder vlees is niet weg. Maar veganisme als horecatrend is duidelijk minder dominant dan een paar jaar geleden.





















































