Schimmelgifstoffen in álle onderzochte vleesvervangers gevonden

Wie vlees of zuivel vervangt door plantaardige alternatieven, krijgt mogelijk ook ongewenste stoffen binnen. In een groot Brits onderzoek werden 212 vleesvervangers en plantaardige dranken getest. In ieder product vonden wetenschappers minstens één mycotoxine: een gifstof die door schimmels wordt geproduceerd. Sommige producten bevatten meerdere soorten tegelijk.
Lees ook

Linkse zangeres stuurt alle 'witte mannen' weg voor podium: VPRO krijgt felle kritiek
Het onderzoek werd uitgevoerd door wetenschappers van onder meer de Universiteit van Parma en de Britse Cranfield University. Zij onderzochten 92 vleesvervangers en 120 plantaardige dranken uit Britse winkels, waaronder vegetarische burgers, veganistische kipstukjes en haver-, soja- en amandeldrank. In totaal zochten zij naar negentien verschillende mycotoxines.
Vooral vleesvervangers springen eruit
De onderzoekers zagen duidelijke verschillen tussen de producten. Vooral bij plantaardige vleesvervangers lagen de gemeten concentraties gemiddeld hoger dan bij plantaardige dranken.
Bepaalde schimmelgifstoffen kwamen daarbij opvallend vaak voor. Zo werd beauvericine in bijna 99 procent van de onderzochte vleesvervangers aangetroffen. Twee andere zogenoemde Fusarium-toxines kwamen in ruim 93 procent voor. Ook verschillende Alternaria-toxines werden veelvuldig gevonden.
Bij plantaardige dranken kwamen bepaalde mycotoxines eveneens zeer vaak voor. De precieze samenstelling verschilde per grondstof. Zo bleken haver-, soja- en amandeldranken ieder hun eigen patroon van verontreiniging te hebben.
Dat is niet geheel verrassend. Veel vleesvervangers worden gemaakt van granen, soja, erwten en andere peulvruchten. Ook plantaardige dranken bestaan vaak uit granen, noten of zaden. Zulke gewassen kunnen tijdens de teelt, oogst of opslag door schimmels worden aangetast.
Onder wettelijke grenzen
Er is wel een belangrijke kanttekening. De gemeten hoeveelheden lagen volgens de onderzoekers onder de bestaande wettelijke of aanbevolen grenswaarden. Het onderzoek concludeert dus niet dat het eten van één vegetarische burger of een glas havermelk direct gevaarlijk is.
De wetenschappers wijzen op een ander vraagstuk: de combinatie van verschillende mycotoxines en de blootstelling op langere termijn. In veel producten werden meerdere stoffen tegelijkertijd gevonden. Volgens de onderzoekers moet daarom beter worden onderzocht wat er gebeurt wanneer consumenten deze producten regelmatig en in grote hoeveelheden eten.
Juist dat wordt belangrijker nu steeds meer consumenten dierlijke producten vervangen door plantaardige alternatieven.
Zorgen over stapeling
Mycotoxines zijn een bekende uitdaging voor de voedselveiligheid. Sommige varianten kunnen bij voldoende hoge of langdurige blootstelling schadelijk zijn voor bijvoorbeeld lever, nieren of het afweersysteem.
Het nieuwe onderzoek richtte zich echter vooral op hoe vaak de stoffen voorkomen en in welke hoeveelheden. Voor een volledige beoordeling van de gezondheidsrisico's is aanvullend onderzoek naar daadwerkelijke consumptie nodig.
Eerdere Europese studies wezen al op mogelijke risico's wanneer dierlijke producten op grote schaal worden vervangen door bepaalde plantaardige alternatieven. Vooral voor kinderen kan de blootstelling in sommige theoretische voedingsscenario's hoger uitvallen.
Regels lopen achter op nieuwe markt
Daarmee ontstaat ook een probleem voor toezichthouders. Voor verschillende bekende mycotoxines bestaan Europese normen voor afzonderlijke grondstoffen en voedingsmiddelen. Voor de relatief nieuwe categorie vlees- en zuivelvervangers zijn de regels echter niet altijd specifiek op het eindproduct toegesneden.
De onderzoekers pleiten daarom voor meer structurele controle. Fabrikanten zouden volgens hen mycotoxines nadrukkelijker moeten meenemen in hun voedselveiligheidssystemen.
Ook willen de wetenschappers vervolgonderzoek naar de blootstelling van verschillende groepen consumenten. Daarbij gaat het niet alleen om hoeveel gifstof in één product zit, maar vooral om hoeveel iemand via zijn volledige dieet binnenkrijgt.
Keerzijde van de eiwittransitie
De resultaten zijn relevant omdat overheden en bedrijven consumenten juist stimuleren om vaker plantaardig te eten. Vlees en zuivel moeten daarbij steeds vaker plaatsmaken voor producten op basis van granen, peulvruchten, noten en zaden.
Het onderzoek laat zien dat die verschuiving ook nieuwe voedselveiligheidsvragen oplevert. Alle 212 onderzochte producten bevatten minstens één mycotoxine en combinaties van verschillende schimmelgifstoffen kwamen veelvuldig voor. Tegelijk lagen de afzonderlijk gemeten concentraties onder de geldende grenswaarden.
De onderzoekers trekken daarom geen conclusie dat plantaardige alternatieven onveilig zijn. Hun boodschap is wel duidelijk: nu de consumptie snel groeit, moet ook de controle op schimmelgifstoffen meegroeien.























































