Sylvana Simons vindt SP geen echte linkse partij: ‘Links is automatisch inclusief’

Voormalig BIJ1-leider Sylvana Simons vindt dat de SP niet volledig als linkse partij kan worden gezien. Volgens haar hoort inclusiviteit onlosmakelijk bij links en voldoet de partij daar onvoldoende aan. Ook D66 en Volt rekent ze niet tot links. In een uitgebreid gesprek met Tim Hofman zet Simons haar eigen politieke meetlat uiteen, waarbij opvallend weinig partijen aan de linkerkant overblijven.
Lees ook

Linkse zangeres stuurt alle 'witte mannen' weg voor podium: VPRO krijgt felle kritiek
“Ik heb SP nooit een hele linkse partij gevonden”, zegt Simons in de zesde aflevering van BOOS Grote Gesprekken. Ze benadrukt daarbij wel dat ze de partij ook niet simpelweg rechts noemt. “Niet per se een rechtse partij hoor”, voegt ze eraan toe. De reden voor haar oordeel ligt vooral bij onderwerpen rond inclusiviteit. “Voor mij is links automatisch inclusief. Nou, dat is de SP niet.”
Over SP-leider Jimmy Dijk is Simons een stuk positiever. Ze vindt dat hij een goede verkiezingscampagne heeft gevoerd en zegt verbaasd te zijn geweest over de verkiezingsuitslag. Tegelijk maakt ze duidelijk dat haar waardering voor Dijk haar oordeel over de SP als geheel niet verandert. “Maar hij is de partij niet. Zoals geen enkele partijleider de partij is.”
Ook D66 en Volt niet links
De politieke meetlat van Simons wijkt daarmee behoorlijk af van de gebruikelijke indeling. Ook Volt krijgt van haar niet het etiket links. Ze omschrijft de partij als progressief en liberaal. Over Kamerleden Laurens Dassen en Marieke Koekkoek spreekt ze wel waardering uit, maar over hun partij zegt ze: “Ik vind Volt niet een linkse partij.”
D66 plaatst Simons eveneens aan de rechterkant. Wanneer Hofman haar vraagt of ze D66 inmiddels onder rechts schaart, antwoordt ze bevestigend. Vervolgens noemt ze de SGP en zegt ze dat het vanaf daar “logisch rechts” wordt, met onder meer de VVD.
Veel ruimte voor een politiek midden ziet Simons sowieso niet. “Nee. Ik zie geen middenpartijen in het Westen”, zegt ze. Volgens haar is het idee van een neutraal politiek midden misleidend, omdat achter iedere politieke keuze een bepaalde overtuiging zit.
Simons gaat nog verder. In haar ogen staat progressieve politiek voor verandering, terwijl het politieke midden vooral de bestaande situatie bewaart. “Een midden, nogmaals, dat is conservatisme”, stelt ze. Haar conclusie is scherp: “Dus ik denk dat progressiviteit een beweging is en de rest is stilstand of een beweging naar erger.”
‘Verhaal dat de wereld nodig heeft’
In het gesprek komt ook de vraag aan bod of links zich meer moet richten op wat grote groepen kiezers bezighoudt. Simons voelt weinig voor politiek die vooral wordt aangepast aan de wensen van de kiezer.
“Ik heb nooit politiek bedreven op basis van wat mensen willen horen”, zegt ze. Ze verdedigt daarbij het intersectionele denken, waarbij bijvoorbeeld afkomst, geslacht en economische positie met elkaar in verband worden gebracht. Dat verhaal is volgens haar misschien niet wat iedereen op dit moment wil horen, maar wel “het verhaal wat de wereld nodig heeft”.
Ook kritiek op identiteitspolitiek overtuigt haar niet. Simons vindt dat vrijwel alle politiek uiteindelijk om identiteit draait. “Politiek is identiteitspolitiek”, zegt ze. Daarbij wijst ze juist naar traditionele partijen. “De VVD is identiteitspolitiek. Het gaat over de ondernemer, de gegoede, de hardwerkende Nederlander.” Ook het CDA noemt ze als voorbeeld vanwege de christelijke identiteit van de partij.
Kritiek op VVD
Over de VVD doet Simons vervolgens een stevige uitspraak. Volgens haar bedoelen liberalen met de veelgebruikte term ‘hardwerkende Nederlander’ doorgaans niet de Nederlander van kleur.
“Als de VVD het heeft over de hardwerkende Nederlander, dan heeft de VVD het nooit over de hardwerkende Nederlander van kleur”, stelt ze. Simons beweert vervolgens dat de meeste arbeiders in Nederland mensen van kleur zijn en verwijst daarbij onder meer naar arbeidsmigranten. Die bewering wordt tijdens het gesprek niet met cijfers onderbouwd.
Begrip voor achtergrond van bedreigers
Opvallend is ook hoe Simons terugkijkt op mensen die haar online hebben bedreigd. Ze praat de bedreigingen niet goed, maar probeert wel te verklaren waar de woede volgens haar vandaan kan komen.
Ze beschrijft onder meer een witte man met financiële problemen en slechte huisvesting. Vanuit zo'n situatie kan ze naar eigen zeggen begrijpen dat frustratie ontstaat tegenover iemand die volgens hem meer kansen heeft gekregen. Over die boosheid zegt Simons: “Die opwelling kan ik wel begrijpen.” Bedreiging en geweld wijst ze tegelijkertijd af.
Haar houding tegenover zo'n bedreiger vat ze opvallend mild samen: “Hij wenst mij dood. Ik wens hem het beste. Ik gun hem net zo’n mooi huis.”
‘Voor rechts makkelijker om een eikel te zijn’
Wanneer Hofman vraagt of links niet wat populistischer zou moeten worden en beter moet luisteren naar wat mensen willen horen, trekt Simons opnieuw een duidelijke grens.
“Dat is dus het probleem van links. Links heeft natuurlijk altijd last van fatsoen”, zegt ze. Vervolgens: “Voor rechts is het makkelijker om een eikel te zijn dan voor links.” Ze merkt direct op dat er ook “linkse eikels” bestaan. Volgens Simons voedt een populist vooral de oppervlakkige behoeften van zijn kiezers.
Daarmee blijft van het traditionele Nederlandse politieke spectrum in de analyse van Simons weinig overeind. De SP is voor haar niet volledig links, Volt evenmin en D66 staat aan de rechterkant. Het politieke midden bestaat volgens haar zelfs nauwelijks. Haar eigen scheidslijn ligt ergens anders: links moet volgens Simons niet alleen economisch links zijn, maar ook progressief en inclusief.






















































